De wiskundige E. Nelson stelde het volgende: Stel dat alle punten van een plat (Euclidisch) vlak worden gekleurd op zo'n manier dat twee punten met afstand één niet dezelfde kleur hebben. Wat is het minimum aantal kleuren dat nodig is om dit te doen? Dit aantal wordt het chromatische getal van het vlak genoemd. Het is bekend dat dit minimum tussen de vier en zeven ligt. Fernando de Oliveira Filho onderzocht dit probleem. Met optimalisatiemethodes zocht hij betere grenzen voor dit kleurprobleem. Vanaf tien dimensies verbeterde De Oliveira Filho de ondergrenzen. Hoe groter het aantal dimensies, des te groter de verbetering. Dit soort kleurproblemen komt voor bij het toewijzen van frequenties aan mobiele telefoons. Het onderzoek is uitgevoerd op het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI).