Fotograaf: Eduard Lampe

mw. dr. D.J. (Debora) Meijers


  • Faculteit der Geesteswetenschappen
    Capaciteitsgroep Kunstgeschiedenis
  • Bezoekadres
    BG 2
    Turfdraagsterpad 15  Amsterdam
  • Postadres:
    Turfdraagsterpad  9
    1012 XT  Amsterdam
  • D.J.Meijers@uva.nl

Debora Meijers is a specialist in the history of collecting, ordering and presenting of art from the eighteenth century to the present. In this connection her concept of art is as broad as that used by the period under review, so that also scientific objects, drawings, prints and other illustrations fall within her scope. She is also interested in the history of applied arts.  She has researched in Austria, Russia and Germany. Her publications include: Kunst als Natur. Die Habsburger Gemäldegalerie um 1780 (Milaan 1995), Verzamelen: van rariteitenkabinet tot kunstmuseum (with Ellinoor Bergvelt en Mieke Rijnders. Heerlen 1993; new edition 2005), and The Paper Museum of the Academy of Sciences in St Petersburg, c. 1725-60(with Renée Kistemaker en Natalja Kopaneva; Amsterdam 2005). Currently she is working on the Italian architect Carlo Scarpa and his museum designs in the 1940s -60s. A long term project focusses on the contribution of museums to the formation of national and regional identities during the last 250 years. She has contributed to several conferences in these fields abroad and in the Netherlands. In 2006 she was elected as a member of the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences.

Debora Meijers is gespecialiseerd in de geschiedenis van het verzamelen, ordenen en presenteren van kunstvoorwerpen vanaf de achttiende eeuw. In dat verband vat zij het begrip 'kunst' telkens even ruim op als de bestudeerde periode dat doet, zodat ook wetenschappelijke objecten, tekeningen, prenten en andere illustraties binnen haar terrein van onderzoek vallen. Tevens behoort de geschiedenis van de toegepaste kunst tot haar interessegebied. Zij heeft onderzoek verricht in Oostenrijk, Rusland en Duitsland. Enkele van haar publicaties zijn: Kunst als Natur. Die Habsburger Gemäldegalerie um 1780 (Milaan 1995), Verzamelen: van rariteitenkabinet tot kunstmuseum (met Ellinoor Bergvelt en Mieke Rijnders. Heerlen 1993; vernieuwde editie 2005), en The Paper Museum of the Academy of Sciences in St Petersburg, c. 1725-60 (met Renée Kistemaker en Natalja Kopaneva; Amsterdam 2005). Momenteel is ze bezig met onderzoek naar de Italiaanse architect Carlo Scarpa en zijn museumontwerpen van de jaren 1940 - '60. Een lange termijn-project richt zich op de rol die musea gedurende de afgelopen 250 jaar gespeeld hebben bij de vorming van nationale en regionale identiteiten. Zij heeft bijdragen geleverd aan verschillende binnen- en buitenlandse congressen op deze onderzoeksterreinen. In 2006 werd zij benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

 
 

The Paper Museum of the Academy of Sciences in St Petersburg

Renée E. Kistemaker, Natalja P. Kopaneva, Debora J. Meijers, George Vilinbachov (samenstelling en redactie), The Paper Museum of the Academy of Sciences in St Petersburg c. 1725-1760 , Introduction and Interpretation . Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences, Edita, Amsterdam 2005

Russische editie: 2 delen, Europeiski Dom (Eurohouse), St.Petersburg 2003/04

Engelse editie: Edita-KNAW, Amsterdam 2005 

Het 'Getekende Museum' is een volledige uitgave van de ca. 2200 bewaard gebleven waterverftekeningen van de objecten, die in de achttiende eeuw in het museum van de Academie van Wetenschappen waren bijeengebracht. De basis voor dit museum, de Kunstkamera in St.Petersburg, is gelegd door Peter de Grote, die voor zijn verzamelingen onder andere grote aankopen deed in Nederland. Detekeningen bestrijken een zeer breed terrein vanwetenschappen, variërend van botanie, zoölogie, anatomie en penningkunde tot wat tegenwoordig valt onder sinologie, etnografie en archeologie.Om de wetenschappelijke ontsluiting van deze internationaal unieke verzameling te realiseren, is vanaf 1999 gewerkt met een groot team van voornamelijk Russische onderzoekers.

De tekeningen worden tegenwoordig bewaard in drie instellingen in St.Petersburg: het Archief van de Petersburgse afdeling van de Russische Academie van Wetenschappen, de Hermitage en het Russisch Museum. Een interessant gegeven is, dat het grootste deel van de bladen zich nog in de oude kassettes bevindt, waarin ze direct na hun vervaardiging in de periode tussen ca. 1725 en1760 opgeborgen werden. Deze kassettes of dozen, oorspronkelijk 58 in aantal, zijn opgenomen in de eerste katalogus van de Kunstkamera, Musei Imperialis Petropolitani Vol. I-II van 1741-1745. Daar staat hun inhoud omschreven als 'Icones pictae rerum quae in Academii thesaurus insunt' ('geschilderde afbeeldingen van de voorwerpen die zich in de rijke collectie van de Academie bevinden'). In totaal moeten er oorspronkelijk 4 à 5000 bladen hebben bestaan.Weliswaar kwam het ook elders in Europa voor, dat objecten van een collectie op papier of perkament werden vastgelegd, maar dat heeft nergens tot zo'n omvangrijk corpus geleid. Bovendien is het uniek, dat in St.Petersburg de reeks dozen werd bijgezet in het museum zelf, als een losbladige beeldencyclopedie die daar geraadpleegd kon worden.

Helaas heeft Peter de Grote, de stichter van het museum en van de Academie van Wetenschappen, het ontstaan van de tekeningen door zijn voortijdige dood in 1725 niet meer meegemaakt. Zij zijn vervaardigd in werkplaatsen, die een paar jaar later werden ingericht in het naast de Kunstkamera gelegen Academiegebouw. Daar, in het voormalige paleis van de tsarina Prascovia Fedorovna, werden door aanvankelijk Nederlandse en Duitse, later ook Russische tekenmeesters speciaal geselecteerde groepen Russische leerlingen opgeleid. Aan de hand van de exponaten van de Kunstkamera konden zij hun vaardigheid in het tekenen oefenen.

Een belangrijkefunctie van de tekeningen was die van illustratiemateriaal voor de publicaties van de leden van de kersverse Academie van Wetenschappen (gesticht in 1724). Zo omvat het corpus onder andere een reeks bladen, die deel uitmaakten van het productieproces van de botanische publicatie van Johann Christian Buxbaum over planten uit het midden-oosten, Plantarum minus cognitarum centuria I(-V) complectens plantas circa Byzantium & in Oriente observatas (St.Petersburg, 1728-1740). Ook de 'buit' van expedities waaraan leden van de Academie deelnamen heeft zijn neerslag in de tekeningen gevonden. Etnografisch uiterst belangrijk is bijvoorbeeld de documentatie van een groep Sjamanenkleding en -attributen. Doordat deze voorwerpen in 1747 tijdens een grote brand in de Kunstkamera verloren gingen, vormen de tekeningen hun enige getuigenis.
Voorts werd het belangrijk gevonden de kostbaarste of gedenkwaardigste objecten uit de collectie op papier vast te leggen. Zo is daar een bokaal van goud en email die geheel met antieke gemmen en cameeën isbezet. Maar ook is er bijvoorbeeld de sleutel van Derbent ('de IJzeren Poort van het Oosten'), die Peter de Grote na zijn inname van deze stad in 1722 aangeboden had gekregen. Deze voorwerpen waren zo belangrijk, dat van hun tekeningen bovendien prenten werden vervaardigd die met prachtige kleuren en goudverf werden ingekleurd.

Dankzij de publicatie zal deze boeiende collectie tekeningen opnieuw in al zijn veelzijdigheid te raadplegen zijn, zoals dat destijds ook voor de 18e-eeuwse bezoeker van de Kunstkamera mogelijk was. Het hedendaagse, Russische en buitenlandse publiek kan op deze manier een goed beeld krijgen van de rijke samenstelling van dit encyclopedische museum.

Het project kwam tot stand in samenwerking met de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het Wilhelmina E. Jansen Fonds.

Een wetenschappelijke bijdrage hebben geleverd:
Evgenya Gavrilova (Russisch Museum), Renée Kistemaker (Amsterdams HistorischMuseum),Natalja Kopaneva (Russische Academie van Wetenschappen), Debora Meijers (Universiteit van Amsterdam en Huizinga Instituut), Maria Mensjikova (Hermitage), Oleg Neverov (Hermitage), Larissa Pavlinskaja (Kunstkamera), Roald Potapov (Zoölogisch Museum), Galina Prinzeva (Hermitage), Anna Radzjun (Kunstkamera), Bert van de Roemer (Universiteit van Amsterdam), Evgenya Shchukina (Hermitage), Elena Stetskevitsj, Andrei Sytin (Botanisch Instituut).

National Museums and National Identity, seen from an International and Comparative Perspective, c. 1760-1918

Description of the general project, conferences and publications: Napoleon's Legacy, the Rise of National Museums in Europe 1794-1830  (31 January - 2 February, 2008; publ. 2009) and Das Neue Museum in Berlin im internationalen Kontext, museale Spezialisierung und Nationalisierung ab 1830  (22 - 24 Oktober 2009; publ. 2011) :

Verdere publicaties: 2011-1994

Zie onderstaande link :

Verdere publicaties: 1994-1977

Link volgt binnenkort.

Onderwijs

Debora Meijers is met ingang van 1 maart 2012 gastonderzoeker en niet meer betrokken bij het onderwijs van de UvA.

Zij was samen met Ellinoor Bergvelt (UvA), Carel Blotkamp en Fieke Konijn (beiden Vrije Universiteit Amsterdam) verantwoordelijk voor de oprichting van de Masteropleiding Museumconservator (2003). Het coördinatorschap van deze opleiding aan de kant van de UvA is m.i.v. 1 maart 2012 in handen van Rachel Esner ( r.esner@uva.nl ) .

2016

2015

  • D.J. Meijers (2015). A classification based on schools of art? The picture galleries of Sanssouci (Potsdam 1763) and Vienna (1781) as seen through the eyes of the Berlin publisher, book dealer and writer Friedrich Nicolai. In F. Windt, E. Hartmann & S. Jagodziski (Eds.), Die Bildergalerie Friedrichs des Grossen: Geschichte - Kontext - Bedeutung (pp. 135-154). Regensburg: Schnell & Steiner.

2014

2013

2012

2011

2009

  • K. Zijlmans, D.J. Meijers, K.A. Ottenheym, R. van de Vall & W. Weijers (2009). Voorstudie Verkenning Kunstgeschiedenis. (extern rapport). Amsterdam: KNAW.
  • D. Meijers (2009). The Dutch method of developing a national art museum: how crucial were the French confiscations of 1795? In E. Bergvelt, D.J. Meijers, L. Tibbe & E. van Wezel (Eds.), Napoleon's legacy: the rise of national museums in Europe, 1794-1830 (Berliner Schriften zur Museumsforschung, 27) (pp. 41-53). Berlin: G+H Verlag.
  • D.J. Meijers, E. Bergvelt, L. Tibbe & E. van Wezel (2009). Introduction. In E. Bergvelt, D.J. Meijers, L. Tibbe & E. van Wezel (Eds.), Napoleon's legacy: the rise of national museums in Europe, 1794-1830 (Berliner Schriften zur Museumforschung, 27) (pp. 7-15). Berlin: G + H Verlag.

2008

  • D.J. Meijers & S. Boonstra (2008). Bestandopname Kunstgeschiedenis (n.a.v. conferentie Amsterdam 6 dec. 2007). (extern rapport). Amsterdam: KNAW.

2007

2016

2013

This page has been automatically generated by the UvA-Current Research Information System. If you have any questions about the content of this page, please contact the UBAcoach or the Metis staff of your faculty / institute. To edit your publications login to Personal Metis.

Geen nevenwerkzaamheden bekend

contactgegevens bewerken bewerk tabbladen