mw. dr. C.A. (Caroline) Drieënhuizen
-
Faculteit der Geesteswetenschappen
Capaciteitsgroep Algemene Cultuurwetenschappen
-
Oude Turfmarkt
145
1012 GC Amsterdam
-
C.A.Drieenhuizen@uva.nl
Caroline Drieënhuizen is docent bij Algemene Cultuurwetenschappen.
Haar wetenschappelijke belangstelling gaat uit naar de vroegmoderne en moderne (cultuur)geschiedenis van Nederlands-Indië en Indonesië, koloniale samenleving en elites, postkoloniaal Nederland / culturele dekolonisatie, etnografisch verzamelen in een koloniale context, de betekenisverandering van voorwerpen en de museale (re)presentatie van die voorwerpen en daarmee de kolonie.
Onderzoek
'U vindt het hier zeker erg vol?' vroeg de oude man, met een vaag gebaar in het rond. 'Al die rommel... die wapens, die maskers... te veel toch, nietwaar? De vader van Toetie was een echte totok, weet u, die zijn gek op die dingen. Altijd maar verzamelen, wat moet je ermee?'
In mijn proefschrift heb ik aan de hand van materiële collecties en de rol
die deze verzamelingen speelden in het leven van mensen, inzicht gegeven in de
vestiging, vorming en ontwikkeling van de Europese koloniale elite van
Nederlands-Indië tussen 1811 en 1957.
Geïnspireerd door wetenschappers als Appadurai, Kirshenblatt-Gimblett, Thomas en
Cohn ben ik uitgegaan van het gegeven dat materiële collecties kunnen fungeren
als waardevolle historische bronnen kunnen zijn.
Collecties geven het karakter van de koloniale elite bloot; ze laten niet alleen zien hoe de elite functioneerde in zowel de Nederlandse als koloniale maatschappij, maar ook hoe voorwerpen de inzet konden vormen voor het bereiken van status en aanzien. Tevens gaven de objecten en families inzicht in de manier waarop maatschappelijke ontwikkelingen als natievormingsprocessen, vrouwenemancipatie en het beschavingsoffensief in Nederland en Indië elkaar beïnvloedden.
Het bleek dat voor deze families het, socioloog Bourdieu volgend, cultureel kapitaal vooral belangrijk was: hiermee, en met het daaraan verbonden sociaal en economisch kapitaal, konden deze families onderdeel uitmaken van zowel de Nederlands koloniale als nationale elite. Meer dan ras, huidskleur of geloof was dit cultureel kapitaal, waaronder vielen het spreken van Nederlands, het contact houden met Nederland en het genieten van een Nederlandse opleiding, van doorslaggevend belang in iemands sociale positie in de kolonie en vervolgens in Nederland. Het was een nauw met Nederland en de nationale, politieke, culturele en economische, elite verbonden groep.
De objecten waarmee de Europese koloniale elite zich omringde, nu meestal opgeborgen in familiearchieven en musea, gaven deze ontwikkelingen en kenmerken van een transnationale elite in de Nederlandse, zogenaamde, 'imperial space' bloot.
PhD-research synopsis (English)
The collections of the colonial elite in the Dutch East Indies around 1900.
Around 1870 the society of the Dutch East Indies changed severely. Infrastructure was being constructed, land was opened for private-entrepreneurs and the government expanded its political authority. What is more, the Suez canal was opened in 1869 and shortened the travelling time. More people than ever sailed to the colony. There a new colonial elite emerged. In the Dutch East Indies people were confronted with political and economical developments, family and friends were mostly absent or travelling; social-cultural networks disappeared and had to be re-build. A distinct colonial elite came to be created. One of its characteristics was that a remarkably number of people collected ethnographica. By studying this occupation and the collections that this elite brought about, one can have insights into this particular elite, its establishment and identity.
The collections of these people I regard as historical sources, asobjects that tell more about the collectors than about the makers of these objects (Kirshenblatt 1998; Shelton 2001). By studying these objects and the way the elite disseminated their collections and knowledge in patria and the colony, we'll get acloserlook on the elite and its society. We'll get insight into the way collecting functioned as a way to belong to this new elite. But also we'll discern the mentality of this elite, the importance of gender and race in the construction of a colonial elite, the manner in which the elite built the empire and how the elite related to the Netherlands in a transnational cultural consciousness.
Selectie publicaties
- Over een Aziatische tijger en een orang belanda. Vijftig jaar betrekkingen tussen Nederland en Maleisië, 1957 – 2007 (Kuala Lumpur 2008).
- ‘Théodore F.A. Delprat’ en ‘Victorina M.G. Swart-Stadlmair’, in: Janneke van Dijk en Susan Legêne red.,The Netherlands East-Indies. A colonial history (Amsterdam 2011).
- ‘De kunst van het verzamelen. Koloniale verzamelaars en de VVAK’, Aziatische Kunst 41, afl. 3 (2011) pp. 2-15.
- ‘Koloniale objecten met een nationaal verhaal. De geschiedenis van de familie Dennison-Quarles van Ufford, 1811- 1971’, in: Maarten van Bourgondiën e.a. red., Over grenzen (Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie) vol. 66 (’s-Gravenhage 2012) 57-74.
- Koloniale collecties, Nederlands aanzien. De Europese elite van Nederlands-Indië belicht door haar verzamelingen, 1811-1957 (proefschrift 2012).
- ‘Van de kolonie niets dan goeds’, Locus. Tijdschrift voor studenten en docenten Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit 31 (2012).
- ‘De aanzienlijke collectie van Théodore Delprat. De Europese elite van Nederlands-Indië rond 1900’, De Negentiende Eeuw 36, no. 3 (2012) 42-67.
- 'Terug naar af? Het nieuwe Rijksmuseum en de koloniale geschiedenis', Open Universiteit Erfgoedblog.
- ''Den eeuwenlange kunstdoodende invloed van het Islamisme'. De koloniale betekenis van de Javaanse Islam in objecten, ca. 1800-1945', Locus. Tijdschrift voor studenten en docenten Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit 33 (2012) 46-50.
- 'Objects, Nostalgia and the Dutch Colonial Elite in Times of Transition, ca. 1900–1970', Bijdragen tot de taal-, land- en volkenkunde / Journal of the Humanities and Social Sciences of Southeast Asia 170 (2014) 504 – 529.
- 'Mummies in Assen: vel en botten zonder context' (met Sadiah Boonstra en Fenneke Sysling), Open Universiteit Erfgoedblog.
Selectie lezingen
• Lezing ‘Collecting and the Dutch colonial elite in the late nineteenth century: the creation, identity and role of a new elite in the Dutch imperial space’, gehouden op 4 september 2008 op het CRESC-congres ‘Culture and citizenship’, University of Oxford.
• Lezing ‘Women’s luggage. Women and colonial collecting in the Dutch imperial space’, gehouden op 7 juni 2009 op het 7th European Feminist Research Conference, Utrecht.
• Lezing ‘Diponegoro’s ring. Cultural citizenship of a colonial elite, 1870-1942’, gehouden op 8 augustus 2009 op het congres 'Sites, bodies and stories', Universitas Gadjah Mada Yogyakarta, Indonesië.
• Miniatuurlezing ‘De klewang van het larashoofd en andere souvenirs. De collecties van de koloniale elite van Nederlands-Indië’, op het derde lustrum van het Huizinga Instituut: Theaters van het Geheugen/Theatres of Memory, gehouden op 12 april 2010.
• Lezing ‘‘Staffage of my life’. Colonial collections and collectors in private and public spaces around 1950’, op het seminar ‘Colonial nostalgia’ in Leiden, gehouden op 28 oktober 2011.
• Lezing ‘Becoming Dutch by means of the empire: foreigners in the Dutch East Indies and Holland, 1811-1870’, Migration and Diversity Centre, Vrij Universiteit Amsterdam, gehouden op 17 april 2012.
• Lezing ‘The collections of the colonial elite. Creation, identity and role of the European elite in the Dutch imperial space, ca. 1870-1950' en workshop 'Objects with stories: the material collections of the Dutch colonial elite as sources for historical research', gehouden op 23-24 november 2012 aan de Carl von Ossietzky Universität, Oldenburg (Duitsland).
Onderwijs
- Artefact 2.0. Het circuit der objecten (BA)
- Museologie (BA)
- Tutoraat (BA)
- Stagebegeleiding Museumstudies (MA)
- Master scriptiewerkgroepen Museumstudies (MA)
2012
- C.A. Drieënhuizen (2012, May 29). Koloniale collecties, Nederlands aanzien: de Europese elite van Nederlands-Indië belicht door haar verzamelingen, 1811-1957. Universiteit van Amsterdam (iii, 437 pag.). Supervisor(s): prof.dr. W. den Boer & prof.dr. S. Legêne.
