mw. dr. M.J.E. (Marieke) van den Doel


  • Faculteit der Geesteswetenschappen
    Capaciteitsgroep Kunstgeschiedenis
  • Herengracht  286
    1016 BX  Amsterdam
  • M.J.E.vandenDoel@uva.nl

Onderzoek en onderwijs

Marieke van den Doel (Amsterdam, 1970) is Hoofd Kunstgeschiedenis aan het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome. Daarvoor was zij docent Kunstgeschiedenis en Algemene Cultuurwetenschappen aan de UvA. Zij wordt gedetacheerd vanuit de Universiteit van Amsterdam.

Marieke van den Doel studeerde Kunstgeschiedenis en Archeologie aan de UvA bij Prof. Ernst van de Wetering en Autonome Vormgeving aan de Rietveld Academie. In 2008 promoveerde zij op een proefschrift getiteld 'Ficino en het voorstellingsvermogen. 'Phantasia' en 'imaginatio' in kunst en theorie van de Renaissance', waarin zij (kunsthistorische discussies over) de invloed van filosoof Marsilio Ficino op de kunst van de Renaissance onderzocht. Het werk van Botticelli en Michelangelo komt hierin aan bod. Haar huidige onderzoek richt zich eveneens op de wisselwerking tussen kunst en filosofie in de vroeg-moderne tijd. Zij verdiept zich momenteel in geleerde gezelschappen en academies in Florence en Rome die van belang zijn voor het werk van Michelangelo. Daarnaast werkt zij aan een website-database over Nederlandse kunstenaars en geleerden in Rome (1400-nu) in samenwerking met Dr. Thijs weststeijn (VENI fellow NWO) en Dr. Arthur Weststeijn (Hoofd Geschiedenis KNIR).

Van den Doel participeert in het brede en diverse onderwijsaanbod van het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome. Zo geeft zij de jaarlijks terugkerende MA-cursus 'Michelangelo's meesterschap' (met Prof. Michael Kwakkelstein, Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut Florence), de BA-cursus 'Roma Caput Mundi', en staat voor het academisch jaar 2011-2012 de masterclass 'Egypt in Rome' geplanned met Dr. Miguel John Versluys (VIDI fellow NWO, Universiteit Leiden).

Samenvatting proefschrift

Kunstenaars als Michelangelo en Botticelli maakten gebruik van de opvattingen van de Florentijnse Neoplatonist Marsilio Ficino (1433-1499) voor enkele van hun zeerberoemde kunstwerken. Met name Ficino's ideeen over liefde, inspiratie (furor) en het voorstellingsvermogen hebben daarbij een grote rol gespeeld. Ficino's belang voor de kunst en de kunstliteratuur van de Renaissance was een populair onderzoeksthema van de jaren dertig tot zeventig van de vorige eeuw. Nadien is Ficino's veronderstelde invloed hevig in twijfel getrokken. Nieuw bronnemateriaal, gewijzigde dateringskwesties en close-reading van relevante teksten werpen ander licht op deze discussie.

Afbeelding: Michelangelo, De droom, ca. 1533 (detail).

Recensie: Ficino bracht de verbeelding aan de macht

Bespreking door Cokky van Limpt in dagblad Trouw , 21 april 2008, 'De verdieping', pp. 6-7, van Ficino en het voorstellingsvermogen.

Download in 3 documenten:

Recensie: een liefdesgids

Bespreking van Ficino en het voorstellingsvermogen door Anne Havik in Filosofie Magazine, jaargang 17, maart 2008, pp. 80-81. 

Lees meer...

Hebben de opvattingen van deFlorentijnse filosoof Marsilio Ficino (1433-1499), met name zijn ideeën over inspiratie en de kracht van het voorstellingsvermogen, de kunst en de kunstliteratuur van de Renaissance beïnvloed? In de verschillende deelstudies van Ficino en het voorstellingsvermogen is deze vraag onderzocht, waarbij kunstwerken niet alleen aan tekstueel materiaal zijn getoetst, maar ook mogelijke verspreidingsroutes van Ficino's opvattingen in het onderzoek zijn betrokken, evenals de context waarin de kunstwerken zijn ontstaan. De vraag lijkt positief te kunnen worden beantwoord.

Daarmee lijkt de moderne gemeenplaats van de kunstenaar als geïnspireerd en visionair, maar onderworpen aan een moeilijk karakter, een aanloop te hebben gehad in Ficino's opvattingen over het voorstellingvermogen. Ficino's geschriften, die in het Florentijnse milieu van kunstenaars en kunstliefhebbers van de vijftiende en zestiende eeuw een vrijwel onmiddellijke receptie gehad hebben, kregen via verschillende wegen van verspreiding, navolgingtot ver inde zeventiende eeuw. Ficino's specifieke interpretatie van de imaginatio en het voortleven van zijn opvattingen bij lezers met uiteenlopende achtergronden, hebben bijgedragen aan de vroeg-moderne belangstelling voor het voorstellingsvermogen, vooral binnen discussies over kunst door schilders en hun publiek. Hierbij is een samenhang aan het licht gebracht tussen theorievorming over de verschillende vermogens (faculteiten) van de ziel, geestestoestanden als furor en melancholie, de verbindende rol van spiritus, en de plaats van het gezichtsvermogen tussen de andere zintuigen. ... 

Lees verder: een uitgebreidere samenvatting van 'Ficino en het voorstellingsvermogen', met beeldmateriaal, kunt u hier bekijken of downloaden.

Eerder verschenen

M. van den Doel e.a., The Learned Eye. Regarding Art, Theory and the Artist's Reputation,  Amsterdam University Press, 2005.

2008

This page has been automatically generated by the UvA-Current Research Information System. If you have any questions about the content of this page, please contact the UBAcoach or the Metis staff of your faculty / institute. To edit your publications login to Personal Metis.
  • Geen nevenwerkzaamheden

bewerk