Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Wetenschappers worden gezien als eerlijk, nieuwsgierig en aardig, maar worden eveneens geassocieerd met schendingen van morele regels. Dat blijkt uit onderzoek dat UvA-psycholoog Bastiaan Rutjens en collega Steven Heine van de University of British Columbia deden onder ruim 2300 proefpersonen. De resultaten zijn deze week gepubliceerd op de website van PloS one.

Hoewel er redelijk wat onderzoek gedaan is naar wat mensen van wetenschap vinden, met name naar de acceptatie van controversiële wetenschappelijke bevindingen (zoals stamcelonderzoek en gentechnologie), is er tot nu toe weinig onderzoek gedaan naar de associaties die mensen hebben met wetenschappers.

Acceptatie wetenschappelijke resultaten

‘Deze resultaten zijn van belang als we beter willen begrijpen waarom bepaalde mensen bepaalde wetenschappelijke bevindingen niet accepteren. Onderwerpen als stamcelonderzoek en genetische technologie bijvoorbeeld stuiten regelmatig op weerstand. Naast ideologische redenen is het goed mogelijk dat het stereotype beeld van de wetenschapper als een persoon die het niet zo nauw neemt met wat natuurlijk en 'goed' is (hoe aardig en eerlijk dan ook) verder bijdraagt aan de negatieve attitudes die over dergelijk onderzoek bestaan,’ vertelt Rutjens.

‘Een voorzichtige conclusie die we trekken – voorzichtig omdat er meer onderzoek naar attitudes ten opzichte van wetenschap en wetenschappers moet worden gedaan worden - is dat wetenschappers gestereotypeerd worden als personen die niet inherent immoreel zijn, maar als personen die in staat zijn tot immoreel gedrag.’

Voor het onderzoek gebruikten de twee wetenschappers de Moral Foundations Theory, waarin wordt gesteld dat mensen een aantal basale intuïties hebben over wat goed en wat fout is. Deze intuïties hebben te maken met zorgzaamheid, eerlijkheid, loyaliteit aan de eigen groep, het respecteren van autoriteit, en het vermijden van onnatuurlijke of onreine gedragingen.

Welk gedrag hoort bij welk groep mensen?

Rutjens en Heine onderzochten in hoeverre proefpersonen wetenschappers intuïtief associëren met immoraliteit. Om dit te onderzoeken maakten zijn gebruik van de representativiteits-heuristiek (Tversky & Kahneman, 1983). Dit is een klassieke maat waarmee gemeten kan worden in hoeverre men bepaald gedrag typerend vindt voor een bepaalde categorie mensen.

Rutjens: ‘We vonden een sterke intuïtieve associatie tussen extreme vormen van onnatuurlijk en onrein gedrag en wetenschappers. Kortom, geconfronteerd met beschrijvingen van zulk gedrag denken mensen blijkbaar al snel aan een wetenschapper. Wetenschappers werden echter niet geassocieerd met oneerlijkheid.’

Stereotype wetenschapper

Daarnaast bleek dat proefpersonen wetenschappers stereotyperen als een categorie van mensen die zich niet zo sterk bekommeren om het vermijden van onnatuurlijke of onreine gedragingen, maar ook dat ze loyaliteit aan de eigen groep en het respecteren van autoriteit minder belangrijk vinden. Tegelijkertijd gaven proefpersonen aan dat ze denken dat wetenschappers zorgzaamheid en eerlijkheid wél belangrijk vinden.

‘Wat we in een laatste studie vonden is dat mensen het idee hebben dat wetenschappers meer gedreven worden door nieuwsgierigheid en kennisbehoefte dan door (morele) normen en waarden,’ sluit Rutjens af.

Publicatiedetails

Rutjens, B. T., & Heine, S. J: The immoral landscape? Scientists are associated with violations of morality. PLoS one (online publicatie 5 april 2016). DOI: 10.1371/journal.pone.0152798. 

Lees het artikel