Praten tegen jonge baby helpt taalspecifieke spraakperceptie

9 april 2015

Baby’s van 2 tot 3 maanden oud kunnen al leren door simpelweg blootgesteld te worden aan de spraak in hun omgeving, zonder dat ze feedback krijgen. Distributioneel leren, zoals dit vermogen wordt genoemd, kan bijdragen aan het ontstaan van de taalspecifieke spraakperceptie die baby’s in de tweede helft van het eerste levensjaar krijgen. Dit concludeert Karin Wanrooij in haar promotieonderzoek. Haar promotieplechtigheid vindt plaats op donderdag 23 april aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Om een taal onder de knie te krijgen moeten we de spraakklanken van die taal goed van elkaar kunnen onderscheiden. Voor onze moedertaal leren we dat al in het eerste levensjaar. Nederlandse baby’s leren dan bijvoorbeeld om steeds beter het verschil te horen tussen de ‘r’ uit ‘rijst’ en de ‘l’ uit ‘lijst’. Japanse baby’s worden daarentegen steeds minder goed in het horen van dit verschil. Dit komt doordat het Japans geen verschillende woorden maakt met ‘r’ en ‘l’, en het verschil in het Japans dus irrelevant is. Al in de tweede helft van het eerste levensjaar gaan baby’s spraakklanken op een taalspecifieke, aan de moedertaal aangepaste manier waarnemen. Baby’s bij wie dit dan niet of niet goed gebeurt, lopen het risico allerlei problemen te krijgen met de taalverwerving. 

Baby’s en volwassen in het lab

Wanrooij onderzocht in hoeverre een bepaalde manier van leren, distributioneel leren, bijdraagt aan het leren waarnemen van een bepaalde groep spraakklanken, namelijk klinkers. Distributioneel leren is leren door simpele blootstelling aan de omgeving (in dit onderzoek: aan de spraak die je om je heen hoort), dus leren zonder dat iemand je instructies of feedback geeft. Wanrooij bestudeerde zowel baby’s, die hun moedertaal aan het leren zijn, als volwassenen, die een nieuwe taal leren. In een zogenoemde distributionele training in het lab stelde ze baby’s en volwassenen bloot aan spraakklanken. Daarbij mat ze de hersensignalen en het gedrag van de proefpersonen. 

Uit het onderzoek blijkt dat niet alleen baby’s van 2 tot 3 maanden oud, maar ook volwassenen kunnen leren van een distributionele training. Volwassenen leren hiermee waarschijnlijk om steeds subtielere aanwijzingen te gaan gebruiken om de klinkers van de nieuwe taal te identificeren. Het vermogen om distributioneel te leren is bij volwassenen echter kleiner dan bij baby’s. Met literatuuronderzoek dat Wanrooij deed naar mogelijke onderliggende processen van distributioneel leren in de hersenen, laat ze zien distributioneel leren waarschijnlijk te maken heeft met veranderingen die in reactie op omgevingsgeluid plaatsvinden in hersencellen in primaire auditieve hersengebieden.

Promotiedetails 

Mw. K.E. Wanrooij: Distributional Learning of Vowel Categories in Infants and Adults. Promotor is prof. dr. P.P.G. Boersma; co-promotor is dr. T.L. van Zuijen.

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op donderdag 23 april om 14.00 uur. Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 229-231, Amsterdam.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting