Een nieuwe mensaapsoort: de Tapanuli orang-oetan

2 november 2017

Een internationaal team van onderzoekers, met onder anderen UvA-primatoloog Serge Wich en biologen (en UvA-alumni) Gabriella Fredriksson en Erik Meijaard, heeft een nieuwe mensaap beschreven: de Tapanuli orang-oetan (Pongo tapanuliensis), die leeft in de bossen van Noord-Sumatra. Het gaat om de grootste studie ooit naar het genoom van wilde orang-oetans. De resultaten zijn op donderdag 2 november gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift 'Current Biology'. Met slechts een populatie van zo’n 800 individuen is de nieuwe soort meteen ook de meest bedreigde mensaap ter wereld.

De nieuwe orang-oetansoort Pongo tapanuliensis, of Tapanuli orang-oetan, komt uitsluitend voor in de drie Tapanuli-districten van Noord-Sumatra en is te vinden in ruwweg 1.100 vierkante kilometer  van de hooggelegen bossen van het Batang Toru-ecosysteem. Na bijna vijftig jaar onderzoek naar orang-oetans op Sumatra, werd deze populatie pas in 1997 ‘ontdekt’ tijdens een reeks veldonderzoeken door coauteur prof. dr. Erik Meijaard, directeur van Borneo Futures. Een aantal jaar later nam het onderzoek een vlucht, onder meer door een observatiestation dat werd opgezet door dr. Gabriella Fredriksson van het Sumatran Orangutan Conservation Programme (SOCP). Hierdoor kon gedetailleerder worden gekeken naar het gedrag en de genetische kenmerken van de orang-oetanpopulatie in de Batang Toru-bossen.

Foto: Maxime Aliaga

Eerste auteur Alexander Nater (Universiteit van Zurich) en collega’s beschreven in 2011 hun genetische onderzoek aan orang-oetans. Tot hun verbazing vonden zij dat de Tapanuli orang-oetans met betrekking tot mitochondriaal DNA nauwer verwant waren aan de orang-oetans in Borneo dan aan de Sumatraanse orang-oetans die meer naar het noorden voorkomen. Het duurde echter nog tot 2013, toen skeletmateriaal van een volwassen mannetjesorang-oetan beschikbaar kwam (die werd gedood in een conflict met de plaastelijke bevolking), voordat duidelijk werd hoe uniek de Batang Toru-populatie is. De onderzoekers deden morfologisch onderzoek naar de schedel van dit mannetje en waren compleet verrast te ontdekken dat bepaalde kenmerken behoorlijk afwijken van wat ze ooit eerder hadden gezien. Hoewel dit erop wees dat de Batang Toru-populatie mogelijk uniek is, was er sterker bewijs nodig om ook echt de status van een nieuwe soort te kunnen geven.

10.000 tot 20.000 jaar in isolatie

De onderzoekers hebben vervolgens lange tijd gewerkt aan data om de genetische structuur en evolutionaire geschiedenis te onderzoeken van alle orang-oetanpopulaties ter wereld. Ze vonden telkens drie zeer oude evolutionaire afstammingslijnen bij alle orang-oetans, terwijl slechts twee daarvan beschreven waren. Toen de onderzoekers ontdekten dat de Batang Toru-orang-oetans morfologisch verschilden van alle andere orang-oetans, vielen de puzzelstukken in elkaar. De oudste evolutionaire lijn in het geslacht Pongo werd aangetroffen in de Tapanuli orang oetan. Daarmee lijkt de soort direct af te stammen van de eerste Sumatraanse populatie op de Sunda-eilanden. Uitgebreide computermodellen met reconstructies van de populatiegeschiedenis van orang-oetans liet zien dat de Batang Toru-populatie minstens 10.000 tot 20.000 jaar geïsoleerd lijkt te zijn geweest van alle andere Sumatraanse populaties.

Inbreuk door de mens

‘Het is fascinerend dat deze populatie orang-oetans zo erg verschilt van de orang-oetans in het noorden van Sumatra en dat we in de 21ste eeuw een nieuwe mensaapsoort hebben ontdekt’, vertelt coauteur prof. dr. Serge Wich, hoogleraar op de bijzondere leerstoel Conservation of the Great Apes aan de UvA, een leerstoel in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds (WNF). ‘Maar we moeten met elkaar – vanuit de wetenschap, WNF en andere natuurorganisaties, en bedrijven en overheden – erg hard aan de slag om ervoor te zorgen dat de soort blijft bestaan. Het is maar een klein stuk bos waar ze leven, met allerlei soorten bedreigingen’.

Een recente studie onder leiding van Wich liet zien dat er nog maar 800 individuen zijn. De druk op de Tapanuli orang-oetan is ontzettend groot door de conversie van ongerept bos voor mijnbouw, plannen voor de aanleg van een hydro-elektrische dam en inbreuk door mensen in het algemeen. ‘Als er niet snel stappen worden genomen voor het behoud van iedere centimeter bos, maken we in één mensenleven zowel de ontdekking als het uitsterven van een mensaapsoort mee', zegt Fredriksson die de laatste twaalf jaar in Noord-Sumatra werkt aan de bescherming van het Batang Toru-ecosysteem. ‘Toen we in 2005 begonnen met het opzetten van een lange-termijnbeschermingsproject van dit bos, op aanraden van dr. Herman Rijksen, eminent natuurbeschermer en voormalig docent aan de UvA, was bijna al het bos bestemd voor houtkap. Het heeft ons bijna tien jaar tijd gekost om de overheid zover te krijgen om het grootste deel van het bosgebied, zo'n 100.000 hectare, te beschermen. Nu is nog zo'n 15% van de habitat van de Tapanuli orang-oetan onbeschermd, maar dat is precies het belangrijkste gebied om habitatcorridors te maken, zodat de gefragmenteerde populatie genetische uitwisseling kan hebben. Er valt nog een hoop werk te doen’, besluit Fredriksson, ‘maar ik heb er vertrouwen in dat we er in nauwe samenwerking met de Indonesische overheid een succesverhaal van kunnen maken.’

Publicatiegegevens

Alexander Nater, Maja P. Mattle-Greminger, Anton Nurcahyo, Matthew G. Nowak, Marc de Manuel, Tariq Desai, Colin Groves, Marc Pybus, Tugce Bilgin Sonay, Christian Roos, Adriano R. Lameira, Serge A. Wich, James Askew, Marina Davila-Ross, Gabriella Fredriksson, Guillem de Valles, Ferran Casals, Javier Prado-Martinez, Benoit Goossens, Ernst J. Verschoor, Kristin S. Warren, Ian Singleton, David A. Marques, Joko Pamungkas, Dyah Perwitasari-Farajallah, Puji Rianti, Augustine Tuuga, Ivo G. Gut, Marta Gut, Pablo Orozco-ter Wengel, Carel P. van Schaik, Jaume Bertranpetit, Maria Anisimova, Aylwyn Scally, Tomas Marques-Bonet, Erik Meijaard & Michael Krützen: ‘Morphometric, Behavioral, and Genomic evidence for a New Orangutan Species’, in Current Biology, 2 november 2017. https://doi.org/10.1016/j.cub.2017.09.047

Zie ook:
Serge Wich et al.: ‘Land-cover changes predict steep declines for the Sumatran orangutan (Pongo abelii)’, in Science Advances (4 maart 2016). DOI: 10.1126/sciadv.1500789.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting