Award voor proefschrift over creativiteit in relatie tot stemmingen

20 oktober 2011

Matthijs Baas, universitair docent Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, heeft onlangs de SESP Dissertation Award ontvangen voor zijn proefschrift ‘The Psychology of Creativity: Moods, Minds and Motives’.

Matthijs Baas, universitair docent Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, heeft onlangs in Washington, D.C. de SESP Dissertation Award ontvangen voor zijn proefschrift ‘The Psychology of Creativity: Moods, Minds and Motives’. De prijs werd uitgereikt door de Society of Experimental Social Psychology (SESP).

Baas onderzocht het effect van stemmingen op creativiteit en kwam tot de verrassende conclusie dat blijdschap, boosheid en angst creatiever maken, en dat ontspanning en verdriet geen effect hebben. Baas voerde in zijn onderzoek een meta-analyse uit én maakte gebruik van zelf opgezette experimenten. Daarbij werden mensen in een bepaalde stemming gebracht om hen vervolgens een creativiteitstaak te laten doen. Ze werden bijvoorbeeld uitgedaagd om creatieve toepassingen voor een baksteen te bedenken. Baas: ‘De combinatie van deze methoden trok de jury erg aan. En daarbij betekende het onderzoek een belangrijke bijdrage aan het onderzoeksveld.’

Activerende stemmingen

Eerdere onderzoeken van collega-wetenschappers die het effect van stemmingen op creativiteit analyseerden, leverden tegenstrijdige conclusies op. Baas denkt dat dat komt doordat de stemmingen niet goed genoeg werden geclassificeerd. ‘Veel onderzoeken maakten alleen onderscheid tussen positieve en negatieve stemmingen. Ik heb er voor gekozen om specifieke stemmingen in meer classificaties in te delen, zoals ‘activerend’ en ‘deactiverend’. Daaruit kun je dus ook verklaren waarom zowel boosheid als blijdschap creatiever maken – het zijn activerende stemmingen. Verdriet en ontspanning daarentegen, zorgen er niet voor dat mensen actief met een probleem of taak aan de slag gaan en hebben daarom geen effect op creativiteit.’

Boosheid werkt - even

Hoewel het onderzoek in eerste instantie fundamenteel bedoeld is, denkt Baas wel dat werkgevers er conclusies uit kunnen trekken. ‘Ontspanningsruimtes maken in elk geval niet creatiever, zoveel is zeker. Wil je mensen vindingrijker maken, dan kun je beter een blij muziekje opzetten.’ Of hen boos maken? ‘Dat werkt ook, al moet ik daar wel de kanttekening bij plaatsen dat boosheid een vermoeiende stemming is – je zult aan het begin een boost van creativiteit zien, maar die ebt al snel weg, vanwege de optredende vermoeidheid.’

Inmiddels is Baas bezig met een vervolgonderzoek. Ditmaal probeert hij de vraag te beantwoorden waaróm mensen creatief worden.

Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen