Beslist de directeur op basis van argumenten of kijkt hij wat zijn omgeving doet?

Politicoloog / organisatieadviseur Eelke Heemskerk ontvangt Veni voor onderzoek naar de manier waarop beslissingen worden genomen bij grote bedrijven

3 november 2010

UvA-politicoloog en organisatieadviseur dr. Eelke Heemskerk ontving een Veni voor zijn onderzoek naar de manier waarop directeuren van grote bedrijven beslissingen nemen.

‘De aandeelhouders bepalen de beslissingen bij grote bedrijven.' of: ‘De beslissingen in de top van bedrijven worden genomen op basis van heldere argumenten over kosten en baten.' UvA-politicoloog en organisatieadviseur dr. Eelke Heemskerk heeft over beide stellingen zijn ernstige twijfels. Hij ontving een Veni voor zijn onderzoek naar de manier waarop directeuren van grote bedrijven beslissingen nemen.

Het zal ongetwijfeld kloppen dat aandeelhouders een grote invloed uitoefenen op het beleid van grote bedrijven, daar twijfelt Heemskerk niet aan. Alleen: lang niet alle grote bedrijven en organisaties hebben (machtige) aandeelhouders. Toch hebben alle grote bedrijven en instituten dezelfde soort bestuursproblemen. Heemskerk constateert dat het ontbreekt aan een sociale theorie rondom deze materie. Zijn onderzoek moet die leemte invullen.


Hoe gaat u uw onderzoek vormgeven?
‘Ik ga allereerst interviews doen met bestuurders van grote organisaties, zowel commerciële bedrijven als semipublieke organisaties. In die interviews ga ik in op de manier waarop besluiten tot stand komen. Op basis van de input uit deze interviews stel ik een uitgebreide survey-lijst samen die ik wil toesturen aan 1500 tot 2000 bestuurders.'

Op basis waarvan denkt u dat beslissingen bij grote bedrijven vooral zouden afhangen van de omgeving van de directeur?
‘Die hypothese komt voort uit het onderzoek dat ik heb gedaan voor mijn proefschrift Decline of the Corporate Community. Voor dat onderzoek hield ik interviews met directeuren over onder meer maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo). Ondernemers zeiden in die gesprekken vaak dat mvo niet zozeer aantoonbaar goed was voor het bedrijf, maar toch deden ze het, "omdat je je het niet meer kunt veroorloven om niet over het milieu te praten". Met andere woorden: niet zozeer het bedrijfsbelang staat bij deze beslissing voorop, maar de mening van anderen hierover.'

Wie zijn die "anderen" dan?
‘Dat kunnen mensen zijn uit de persoonlijke omgeving - partners of medewerkers - maar ook peers die in vergelijkbare functies werkzaam zijn. En dan is er ook nog de politieke dan wel publieke opinie.'

En dan nemen ze de verkeerde beslissingen?
‘Dat hoeft niet, maar het kan wel gebeuren dat ze elkaar volgen in trends die helemaal niet zo verstandig zijn. Zo blijven onderwijsorganisaties maar fuseren, terwijl in de praktijk al is gebleken dat dat niet de beste resultaten oplevert. Maar alle anderen doen het ook, dus...'

Als directeuren allemaal naar elkaar en naar anderen kijken, dan is dat een behoorlijke rem op de vernieuwing.
‘Inderdaad, er ontstaat inertie, dingen blijven zoals ze zijn. Je kunt je afvragen waar vernieuwing dan wél vandaan komt. Mijn hypothese luidt dat veranderingen komen van de mensen die een centrale positie in het netwerk bekleden en een hoge status hebben. Deze mensen laten zich er minder aan gelegen liggen wat andere mensen vinden en varen hun eigen koers. In mijn onderzoek wil ik kijken of deze aanname inderdaad klopt en wat aanknopingspunten voor verandering zijn.'

Wat kunnen we met de uitkomsten van het onderzoek?
‘Of anders gezegd: wat kan Nout Wellink ermee? (Inter)nationaal beleid kan bijdragen aan een beter bestuur bij organisaties, maar dan is inzicht in onderlinge mechanismes van besluitvorming essentieel. De uitkomsten van dit onderzoeken dragen bij aan dat inzicht.'

Het onderzoek van Heemskerk start in het najaar van 2010 en duurt vier jaar.

Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen