Lekker slapen is het halve werk

UvA-onderzoekers tonen aan: goede nachtrust gaat probleemgedrag tegen en bevordert de schoolprestaties

29 november 2010

UvA-onderzoekers proberen te achterhalen wat de negatieve effecten van slaapgebrek bij pubers zijn én hoe ze de nachtrust van deze groep kunnen bevorderen.

Een aanzienlijk deel van de pubers slaapt slecht, te weinig of allebei. Dat heeft een negatieve invloed op henzelf en hun omgeving. UvA-onderzoekers proberen te achterhalen wat de negatieve effecten zijn én hoe ze de nachtrust van adolescenten kunnen bevorderen.

Hoewel de slaapbehoefte voor een deel individueel wordt bepaald, kunnen we constateren dat zeker 10 procent van de pubers te weinig slaap krijgt, stelt dr. Anne Marie Meijer. Meijer, werkzaam op de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding aan de Universiteit van Amsterdam, is een van de autoriteiten op het gebied van slaaponderzoek bij adolescenten.
‘In de Verenigde Staten is door Mary Carskadon gekeken naar de slaapbehoefte van kinderen en pubers, dat is het aantal uren dat kinderen en pubers moeten slapen om zich niet slaperig te voelen. Dit gebeurde tijdens een vakantiekamp waar ze 's nachts niet werden gestoord door herrie en waar de wekker ontbrak. Dit bleek ruim 9 uur te zijn. Kinderen van 13,5 jaar sliepen in onze studie 8 uur en 45 minuten en kinderen van 15 jaar gemiddeld 8 uur en 15 minuten. Hun slaapduur lag dus beduidend lager dan het aantal uren dat pubers gemiddeld zouden moeten slapen om te voldoen aan hun slaapbehoefte. Tien procent sliep elke nacht zelfs minder dan 7 uur.'

Agressie en depressie

Dat dit gebrek aan nachtrust negatieve gevolgen heeft, blijkt uit diverse onderzoeken van Meijer en haar collega's. Promovendus Julia Dewald bijvoorbeeld, concludeerde onlangs dat er een negatieve relatie bestaat tussen slaapgebrek aan de ene kant en schoolcijfers aan de andere. Zij doet onderzoek naar de relatie tussen slaap, stress en functioneren op school. Meijer zelf publiceerde in november een artikel in het Journal of Child Psychology and Psychiatry waaruit blijkt dat een slechte nachtrust verband houdt met probleemgedrag. Dat was al langer bekend, maar Meijer maakt in haar artikel een onderscheid tussen de slaapduur- of liever gezegd: de tijd die pubers in bed doorbrengen - en de slaapkwaliteit. Beide indicatoren hebben een verschillend effect, zo ontdekte ze. Een slechte slaapkwaliteit houdt verband met allerlei vormen van probleemgedrag, zowel internaliserend (depressie, angst bijvoorbeeld) als externaliserend (grens overschrijdend en agressief gedrag). Daarbij maakt het niet uit of het jongens of meisjes betreft. Overigens is hier ook sprake van een omgekeerd effect: probleemgedrag is een voorspeller voor een slechte slaapkwaliteit.
Jongens én meisjes die een te korte tijd in bed doorbrengen, vertonen meer externaliserend probleemgedrag. Bij jongens is de tijd in bed ook nog eens van invloed op internaliserend probleemgedrag. Opvallend daarbij is, dat internaliserend probleemgedrag géén voorspeller is voor de tijd die pubers in bed doorbrengen.

Melatonine te laat op gang

Het verbeteren van de slaap zou een positieve invloed kunnen hebben op het gedrag en de schoolprestaties van pubers, denkt Meijer. Dat kan op verschillende manieren. Bij een deel van de pubers, bijvoorbeeld, komt de aanmaak van melatonine laat op de avond op gang, waardoor ze te laat slaperig worden en daardoor ook te laat in slaap vallen. Door de toediening van melatonine, zo blijkt uit veel onderzoek, slapen deze pubers eerder in. Uit een onderzoek van de UvA dat gedaan is door KNAW-assistent Annette van Maanen in samenwerking met neuroloog Marcel Smits van het Gelderse Vallei-ziekenhuis bleek dat kinderen als ze met melatonine behandeld worden sneller slapen en ook minder probleemgedrag vertonen. Na kortstondig stoppen met de melatoninebehandeling gingen de kinderen weer later slapen, maar bleef de afname van het probleemgedrag in stand.

Enge films en cafeïne

Bij lang niet alle pubers echter, houdt het slaapgedrag verband met een te late melatonine-aanmaak. Een groot deel van de problemen vindt zijn oorzaak in een slechte slaaphygiëne, stelt Meijer. ‘Slapen vergt een goede voorbereiding. Als je tot laat in de avond een spannende game speelt, een enge film kijkt, cafeïnehoudende drankjes drinkt et cetera, dan kom je minder gemakkelijk in slaap. Tot een jaar of 12 bepalen ouders hoe laat een kind naar bed gaat en wat hij in de slaapkamer allemaal mag doen; na die leeftijd bepalen pubers hun leefritme veel meer zelf. Door onwetendheid en slechte gewoontes kan hun slaapgedrag negatief worden beïnvloed. Vandaar dat we nu een internetbehandeling hebben opgezet waarbij pubers leren hoe ze hun slaapgedrag zelf kunnen verbeteren.'

Slaaponderzoek via internet

Promovendus Ed de Bruin onderzoekt op dit moment het effect van een behandeling waarbij jongeren die aan insomnie (moeite met in slaap vallen en doorslapen) lijden door middel van oefeningen hun slaapgedrag leren verbeteren. Jongeren kunnen, na toestemming van hun ouders, deelnemen aan het onderzoek (zie de link hieronder). In dit onderzoek wordt een slaapbehandeling via internet vergeleken met een groepsbehandeling. De behandeling is erop gericht om zowel slechte slaapgewoontes als disfunctionele gedachtes over slaap te veranderen. Jongeren leren dus niet om meer, maar om rustiger en beter te slapen.

‘Dat we op dit moment zoveel interesse hebben voor slaap, is niet verwonderlijk. Onze behoefte aan slaap is in de laatste eeuw niet veranderd, maar de activiteiten die we ondernemen in de tijd dat we wakker zijn, wél. Het soort leven dat pubers leiden, met veel activiteiten en afleiding, heeft bij een aanzienlijke groep negatieve gevolgen voor het slaapgedrag, met alle gevolgen van dien. Door middel van ons onderzoek en de behandelingen kunnen we meer kennis opdoen en mogelijk de balans tussen slapen en wakker zijn weer herstellen.'

Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen