Nu voorkómen dat piekeraars straks depressief worden
Onderzoek naar effect van preventieve behandeling voor angststoornissen en depressie
Overmatig piekeren kan leiden tot depressies en angststoornissen. Dr. Thomas Ehring en prof. dr. Paul Emmelkamp, psychologen aan de Universiteit van Amsterdam, ontvingen een ZonMw-subsidie van € 243.000 voor een onderzoek naar het effect van een preventieve behandeling voor piekeraars.
Overmatig piekeren en rumineren - het steeds herhalen van negatieve gedachten over de eigen somberheid - kunnen leiden tot depressies en angststoornissen. Dr. Thomas Ehring en prof. dr. Paul Emmelkamp, psychologen aan de Universiteit van Amsterdam, ontvingen een ZonMw-subsidie van € 243.000 voor een onderzoek naar het effect van een preventieve behandeling voor piekeraars.Voor depressie en angststoornissen geldt: voorkómen is beter dan genezen. Wie eenmaal depressief is geweest of een angststoornis heeft ontwikkeld, loopt veel kans om later opnieuw last te krijgen van dezelfde klachten. Tel daarbij op de aanzienlijke impact op de kwaliteit van leven en de hoge kosten voor de maatschappij, en de conclusie kan niet anders zijn dan dat de inzet op preventie moet worden verhoogd. Echter, eerdere onderzoeken laten slechts een bescheiden effect van preventieprogramma's zien. Toch hebben dr. Thomas Ehring, prof. dr. Paul Emmelkamp en promovendus Maurice Topper een ZonMw-subsidie ontvangen voor een effectstudie naar een preventieve behandeling voor jonge piekeraars. ‘De preventieprogramma's zoals die tot op dit moment werden en worden aangeboden, richtten zich vaak op complete schoolklassen', vertelt Topper. ‘Daardoor voorkóm je stigmatisering, maar het uiteindelijke effect is gering, aangezien slechts een deel van de jongeren bij de risicogroep hoort.' Ehring vult aan: ‘En voor de jongeren die wel overmatig piekeren, biedt de training wellicht weer net iets te weinig. Vandaar dat wij ons bij ons onderzoek specifiek richten op de risicogroepen: jongeren die last hebben van overmatig piekeren en rumineren.'
Drie groepen van 110 jongeren
Ehring en Topper werven daartoe 330 jongeren onder eerstejaarsstudenten van de Universiteit van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam en op diverse middelbare scholen. Deze groep wordt jongeren vervolgens opgedeeld in drie groepen: de eerste groep is de controlegroep en ontvangt geen hulp, de tweede groep ontvangt een groepstraining en de derde groep krijgt de training aangeboden via internet. De preventieve, zesweekse training is gebaseerd op een protocol dat is ontwikkeld door prof. dr. Ed Watkins (University of Exeter, UK). De training bestaat uit psycho-educatie (wat is piekeren, waarom is het schadelijk, welke andere manieren van nadenken zijn er) en diverse interventies die leren om anders om te gaan met problemen en negatieve gebeurtenissen. De deelnemers leren bijvoorbeeld om op een andere manier na te denken over hun problemen en om hun problemen op een effectieve wijze op te lossen.Blijven hangen in negatieve gedachten
Ehring: ‘De training is gebaseerd op twee belangrijke bevindingen van Watkins. Ten eerste concludeerde hij dat een abstracte verwerkingsstijl hoort bij rumineren en piekeren, terwijl een functionele verwerkingsstijl veel concreter is. Bij abstract denken blijven mensen hangen in hun negatieve gedachten (waarom gaat het mis, waarom ben ik zo somber), terwijl een functionele verwerkingsstijl vraagt om oplossingsgerichtheid: wat kan ik doen om dingen te verbeteren. Daarnaast concludeerde Watkins dat rumineren en piekeren vormen van vermijding zijn: mensen blijven hangen in hun negatieve gedachten, zonder met een oplossing te hóeven komen. Dat proberen we tijdens de trainingen te veranderen.'Klein pilotonderzoek
Om het effect van de training vast te stellen, meten de onderzoekers voor de training, direct erna en één jaar na de training. Topper: ‘Wat ik zelf heel mooi zou vinden, is als de internettraining een even groot effect blijkt te hebben als de groepsbehandeling. We hebben dan meerdere effectieve varianten van dezelfde training in handen en kunnen aandacht besteden aan welke variant voor welke personen het meest geschikt zou kunnen zijn.'Begin volgend jaar starten Ehring, Emmelkamp en Topper met een klein pilotonderzoek, waarin deelnemers suggesties voor verbetering kunnen aandragen. In september 2010, zo is de bedoeling, gaat het echte onderzoek van start.
Auteur: Esther van Bochove, afdeling Communicatie FMG
