Pubers leren het leven van de zonnige kant bekijken
Preventieprogramma moet adolescenten behoeden voor angst en depressie
Angst en depressies bij pubers voorkómen door een preventietraining die uitgaat van automatische processen. Dat is het doel van het onderzoek van UvA-psycholoog Elske Salemink en promovendus Leone de Voogd.
Angst en depressies bij pubers voorkómen door een preventietraining die uitgaat van automatische processen. Dat is het doel van het onderzoek van UvA-psycholoog Elske Salemink en promovendus Leone de Voogd. Het project Always look on the bright side of life is gehonoreerd met een ZonMw-subsidie van ruim € 500.000.
Volgens cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut is 33 procent van de jongeren vaak bang om te falen, en is 50 procent wel eens depressief. Deze problemen kunnen een belemmering vormen voor schoolprestaties en sociale contacten, waardoor pubers ook op een latere leeftijd essentiële vaardigheden niet of minder goed ontwikkelen. Wie als puber depressief is, heeft een vergroot risico op psychopathologie als hij volwassen is. Emotionele problemen kunnen op de langere termijn bovendien het risico op verslavingen vergroten.
Het is dus zaak om tijdig in te grijpen, het liefst nog voordat zich problemen voordoen. In het onderzoek van Salemink gebeurt dat niet volgens de traditionele cognitieve gedragstherapie maar door het trainen van automatische, onbewuste processen. De psycholoog gaat daarbij uit van drie begrippen: aandacht, interpretatie en controle.
Bij het begrip aandacht hoort een taak op de computer waarbij de opdracht simpelweg luidt: “Zoek de glimlach”. De deelnemer aan het onderzoek ziet een reeks boze gezichten en één lachend gezicht – dat moet hij zo snel mogelijk zien te vinden en aanklikken. Bij interpretatie gaat het om de manier waarop jongeren gedrag van anderen op zichzelf betrekken. Door middel van invuloefeningen in scenario’s worden jongeren richting een positieve interpretatie “geduwd”. Het scenario kan zijn: “We maken met drie mensen bij mij thuis huiswerk. Als we klaar zijn, zet ik een cd op. Mijn klasgenoten vinden de muziek l.uk”. De deelnemer aan de training vult vervolgens het woord in: "leuk". Ten slotte is er de cognitieve controle-training, waarvan het onderliggende doel is om rumineren (continu blijven piekeren en negatieve gedachten herhalen) een halt wordt toegeroepen. De training bestaat uit een simpele taak waarbij deelnemers moeten onthouden welke blokjes ze hebben zien oplichten.
Het onderzoek gaat plaatsvinden op zes middelbare scholen, waarvan 100 leerlingen per school deelnemen in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar. In de eerste fase van het onderzoek onderzoekt Salemink de effecten van de afzonderlijke onderdelen van de training; in de tweede fase maakt ze combinaties van onderdelen, dus bijvoorbeeld het effect van de aandachtstraining in combinatie met de interpretatietraining. Daarnaast is er een controlegroep, die placebotrainingen krijgt aangeboden. Het onderzoek heeft een looptijd van vier jaar.
Angst, neerslachtigheid, het zijn vervelende zaken, maar horen die niet ook juist bij de puberteit?
‘De puberteit is een periode waarin grote veranderingen plaatsvinden, ook op emotioneel vlak. De frontale hersengebieden, waarin onder meer de controle over emoties wordt geregeld, moeten zich nog grotendeels ontwikkelen. Als we pubers kunnen helpen om die emoties wat meer onder controle te krijgen, hebben ze daar straks baat bij als ze volwassen zijn. De basis voor angst en depressie wordt gelegd in de puberteit – het zou mooi zijn als we jongeren daarvoor kunnen behoeden.’
Er bestaan ook al trainingen op basis van cognitieve gedragstherapie om angst en depressie te bestrijden. Wat maakt deze training anders?
‘Bij cognitieve gedragstherapie draait het allemaal om bewuste processen waarover je moet praten: Kloppen jouw negatieve gedachten wel? Kun je echt helemaal niets, zoals je zelf denkt, of zijn er wel dingen waarin je goed bent? Die methode kost veel tijd en geld, en het effect ervan als preventiemiddel is matig. In mijn onderzoek wil ik bekijken of het beïnvloeden van de automatische processen een betere methode is – daar zijn op basis van eerdere onderzoeken ook al aanwijzingen voor. De trainingen zijn zeer laagdrempelig en kosten nauwelijks tijd of geld.’
Plaatjes van lachende gezichten aanwijzen, invulscenario’s die bijna voor zich spreken, het klinkt allemaal erg…
‘Simpel? Kinderachtig? Ja, dat klopt, maar uit ander onderzoek is gebleken dat dit soort methoden automatisch processen wel degelijk beïnvloeden. Reinout Wiers, hoogleraar Ontwikkelingspsychologie aan de UvA, bereikt met dit soort trainingen (plaatjes van alcoholische dranken van je afduwen, frisdrankplaatjes naar je toe halen) bij mensen met een verslaving heel veel effect. En net als bij verslaving spelen ook bij depressie en angst de automatische processen een belangrijke rol.’
Hoe wordt het effect van de training gemeten?
‘De belangrijkste effectmeting is door middel van self report: voelen de jongeren zich beter, zijn ze minder neerslachtig? Dat is subjectief, maar dat zijn emoties natuurlijk per definitie. Daarnaast verzamelen we van alle deelnemers de schoolresultaten en vergelijken we de resultaten van voor en na de training – op deze manier hebben we ook een harde, objectiveerbare maat.'
Welk effect is eigenlijk wenselijk? De nadruk op het positieve leggen klinkt logisch, maar het leven is toch niet alleen maar leuk?
‘Dat klopt, mensen hoeven ook heus niet de hele tijd lachend door het leven te gaan. Het gaat er alleen om dat ze niet continu elke ambigue situatie automatisch negatief interpreteren. Dat iemand gaapt als jij iets vertelt, hoeft niet te betekenen dat je saai bent – iemand kan ook slecht hebben geslapen. Door meer positieve gedachten te hebben, maak je het leven voor jezelf draaglijker. Pubers weerbaarder maken, daar gaat het om. Of, zoals een collega van een andere universiteit het uitdrukt: cognitieve vaccinatie.’
Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie
