UvA belangrijke participant in radicaliseringsonderzoek
De Universiteit van Amsterdam ontvangt een subsidie van € 600.000 voor deelname aan een Europees onderzoek naar extremisme en radicalisering, dat wordt geleid door onderzoekscentrum TNO.
De Universiteit van Amsterdam ontvangt een subsidie van € 600.000 voor deelname aan een Europees onderzoek naar extremisme en radicalisering, dat wordt geleid door onderzoekscentrum TNO. Het onderzoeksproject moet zowel belangrijke wetenschappelijke inzichten opleveren als praktische interventies die radicalisering helpen tegengaan.Aan het onderzoeksproject, SAFIRE geheten (Scientific Approach to Fighting Radical Extremism), werken behalve TNO en de UvA onder meer mee: Forum, de Universidade de Coimbra (Portugal) en de ISCA (International Security and Counter-Terrorism Academy). In de adviesraad zijn onder meer het Ministerie van Binnenlandse Zaken vertegenwoordigd, de Nederlandse Politie Academie en het Anne Frank Huis.
De coördinator vanuit de UvA is Bertjan Doosje, universitair hoofddocent aan de afdeling Psychologie. Doosje is een expert op het gebied van radicalisering. Hij schreef een flink aantal boeken en rapporten over het onderwerp, zoals In iedereen schuilt een terrorist.
Gezamenlijke visie
Doosje noemt SAFIRE een ‘ambitieus project' vanwege de koppeling tussen theorie en praktijk. ‘Op dit moment zien we vaak dat die koppeling ontbreekt: er is veel theorie die niet wordt toegepast én er zijn veel deradicaliseringsprojecten die theoretische onderbouwing missen. Wat het project zo bijzonder maakt, is dat er zoveel verschillende instanties bij betrokken zijn, zowel vanuit de wetenschap als vanuit de praktijk. Op deze manier kunnen we een gezamenlijke visie ontwikkelen die we in de praktijk ook kunnen toepassen.'Trappenhuismodel
Doosje denkt mee over de invulling van het project en de opzet van de verschillende deelprojecten. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor een onderzoek naar het effect van interventies die moeten zorgen voor deradicalisering. ‘Radicalisering is een complex proces dat verloopt volgens een zogeheten trappenhuismodel. Het trappenhuis bestaat uit zes verdiepingen. Hoe hoger iemand komt, hoe extremer/radicaler iemand is.'De factoren die bepalen of iemand radicaliseert, zijn lastig te beïnvloeden: waargenomen discriminatie, gevoelens van onzekerheid, laveren tussen twee culturen, moeite met identiteitsbepaling. Daarnaast wordt de invloed van de nieuwe groep groter, ten faveure van "oude" contacten met ouders, familie en vrienden. ‘Wij gaan onderzoeken of de interventies die door Forum worden ontwikkeld, kunnen zorgen voor een omslagpunt.'De onderzoekers richten zich daarbij met name op "Marokkaanse rotjongens" en jongens die door buurtvaders en maatschappelijk werkers worden aangeduid als (beginnend) radicaal. Door middel van een voor- en een nameting proberen de onderzoekers te achterhalen welke interventies het meest effectief zijn. ‘Je kunt daarbij bijvoorbeeld enken aan het aanbieden van werk en een nieuw sociaal netwerk zoals het lidmaatschap van een voetbalclub.'
Boel bij elkaar houden
Hoewel Doosje vindt dat het veel deradicaliseringsprojecten theoretische onderbouwing ontbeert, is hij verre van negatief over de manier waarop Nederland radicalisering het hoofd probeert te bieden. ‘Burgemeester Cohen heeft het vaak over de boel bij elkaar houden, en daar heeft hij zeker een punt. Zolang jongeren gewoon kunnen meedraaien en stageplekken krijgen, raken ze niet geïsoleerd. Daarmee neem je een belangrijke voedingsbodem voor radicalisering weg. Tegelijkertijd hoeven heus niet met iedereen de beste vrienden te worden; als we maar met elkaar kunnen samenleven.'Auteur: Esther van Bochove, afdeling Communicatie FMG
