Uitkomsten PhD-survey 2017

22 februari 2018

102 promovendi (521 UvA-breed), zo’n 29% (33%) van de in totaal 353 promovendi aan de FGw, vulden de survey in. Het merendeel van de promovendi aan de UvA is tevreden over de begeleiding.

Er zijn nog stappen te maken, bijvoorbeeld als het gaat om loopbaanoriëntatie en het psychisch welzijn van promovendi. Dit beeld en andere bevindingen komen naar voren uit de jaarlijkse survey van de Centrale Promovendiraad (CPR) onder alle promovendi van de UvA (met uitzondering van de AMC-promovendi). ‘De bevindingen en aanbevelingen van de CPR zijn belangrijk’, reageert onderzoeksdirecteur Thomas Vaessens. ‘Sommige dingen gaan goed, maar er is ook reden tot zorg. We gaan in overleg met de PhD-council kijken wat de belangrijkste aandachtspunten zijn.’

Begeleiding en onderwijskwalificatie

De promovendi zijn overwegend tevreden over de begeleiding: 78% (80% UvA-breed) van hen is tevreden over de begeleiding die ze krijgen van promotor(en) en copromotor(en). UvA-breed verwacht 75% van de promovendi het promotieonderzoek binnen de beschikbare tijd te kunnen afronden. Degenen die dat niet verwachten, noemen als oorzaken vooral de omvang van hun onderzoeksproject en praktische tegenslagen.

Van alle deelnemers aan de survey heeft 69% onderwijstaken, vooral bestaande uit college geven en scripties begeleiden. 33% van de FGw-promovendi geeft aan interesse te hebben in de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO). Relatief veel van de promovendi, 21% tegenover 7% UvA-breed, is op dit moment bezig de BKO te halen. Vaessens: ‘Het is een belangrijk signaal dat FGw-promovendi relatief veel belangstelling hebben voor de BKO. We zullen dit blijven stimuleren en faciliteren’.

Informatie en ondersteuning

40% (28% UvA-breed) van de FGw-respondenten voelt zich onvoldoende geïnformeerd over de arbeidsvoorwaarden. Eskens: ‘De faculteiten zouden promovendi meer moeten stimuleren zichzelf hierover te informeren, en de informatie moet makkelijker te vinden zijn op de website van de universiteit. Wij gaan ook zelf aandacht aan dit onderwerp besteden in onze nieuwsbrieven voor promovendi.’

Ongeveer de helft van de internationale promovendi heeft – in meer of mindere mate – moeilijkheden ondervonden rondom aankomst en verblijf in Nederland. Dit betrof huisvesting, maar ook taal, gezondheidszorg en sociale contacten. Deze aspecten zijn onderdeel van een bredere thematiek waar de UvA de komende jaren werk van wil maken. Zo is een van de doelstellingen in het in 2017 geactualiseerde Strategisch Kader Internationalisering het versterken van de ‘soft landing’-introductieperiode voor internationale studenten en staf.

Loopbaanbegeleiding

31% (27% UvA-breed) van de respondenten is ontevreden over het aanbod aan activiteiten met betrekking tot loopbaanoriëntatie. Van degenen die van het aanbod gebruikmaken, is 39% ontevreden over de inhoud ervan. De Centrale Promovendiraad geeft aan dat de universiteit zou moeten kijken naar zowel de inhoud van de loopbaanbegeleidingsprogramma’s als de communicatie erover. De UvA gaat na hoe de huidige programma’s meer toegespitst gemaakt kunnen worden voor promovendi, en ook aan de FGw wordt hiernaar gekeken.

Functiebeperkingen en mentale gezondheid

In tegenstelling tot de survey in 2015 had die van dit jaar niet het doel om te meten hoe promovendi scoren op een depressieschaal. In samenwerking met de Commissie Functiebeperking, Chronische ziekte, Arbeidsbeperking (FCA) van de UvA bevatte de survey wel vragen over functiebeperkingen. Hierbij gaf 15% van alle UvA-promovendi aan een psychische of mentale aandoening te hebben die de werkprestaties beïnvloedt. Van deze groep geeft bijna een derde aan dat het gaat om een depressie. Ook worden zaken als stress en angst veel genoemd.

In discussies over de mentale gezondheid van promovendi wordt soms verondersteld dat problemen die ontstaan tijdens het promotietraject, toe te schrijven zijn aan de begeleiding. De Centrale Promovendiraad heeft niet onderzocht of er een correlatie is tussen mentale gezondheid en de kwaliteit van de begeleiding, maar benadrukt sowieso dat begeleiders en de bredere universiteitsgemeenschap een belangrijke rol hebben in het herkennen en signaleren van mentale gezondheidsproblemen bij promovendi. Rector magnificus Karen Maex onderschrijft dat: ‘Het breed bespreekbaar maken van psychische problemen is van groot belang. Daarnaast is het zaak werk te maken van deze problematiek. Zo beginnen we dit jaar met het stapsgewijs uitvoeren van het Zorgplan voor studenten en promovendi. Dit plan bestaat uit verschillende initiatieven, gericht op bewustwording, informatievoorziening en het versterken van de begeleiding van studenten en promovendi met gezondheidsproblemen.’

De Centrale Promovendiraad heeft de exacte cijfers over de functiebeperkingen niet in het surveyrapport opgenomen, ter waarborging van de privacy van de respondenten. De cijfers worden wel deels beschreven in de samenvatting (paragraaf 3.9).

Gepubliceerd door  Faculteit der Geesteswetenschappen