Aukje van Hoek nieuw senaatslid

18 december 2017

Aukje van Hoek, hoogleraar Internationaal privaatrecht, is voor drie jaar benoemd als lid van de UvA-senaat. Ze volgt Adrienne de Moor op. Vijf vragen over de senaat aan Aukje van Hoek.

Wat is de senaat?

‘De senaat is een gezelschap van hoogleraren dat gevraagd en ongevraagd advies geeft aan het College van Bestuur over het beleid van de hele UvA. De senaat is, anders dan de OR, geen wettelijk medezeggenschapsorgaan.’

Hoe word je lid?

‘De hoogleraar-leden worden door hun decaan gevraagd en voorgedragen. Het is niet specifiek aangegeven waarom de keuze op mij is gevallen. Het past wel bij de activiteiten die ik de laatste jaren heb verricht: ik ben een periode afdelingsvoorzitter geweest en heb in die hoedanigheid deelgenomen aan de debatten over democratisering en de facultaire bezuinigingen. Die bezigheden speelden zich voornamelijk af op de faculteit. Het is leuk om nu actief te worden op het universitaire niveau.’

Fungeer je in de senaat als FdR-vertegenwoordiger?

‘Nee, ik zit in de senaat op persoonlijke titel. Kwesties die in de senaat aan bod komen gaan over UvA-brede beleidsvragen zoals de positionering van de universiteit, de samenwerking met de VU en de HvA, het centrale onderzoeksbeleid, democratisering, algemeen personeelsbeleid en huisvesting.’

Waarom wil je senaatswerk doen?

‘Ik vind het interessant om me bezig te houden met de universiteit als instituut. Bij de UvA liggen de faculteiten letterlijk ver bij elkaar van vandaan. Het centrale niveau is vaak ook niet direct in beeld. Ik vind het belangrijk om bij te dragen aan de eenheid van de UvA en mee te denken over de centrale koers.’

Wat zijn je doelen voor de komende drie jaar?

‘Ik vind samenwerking een belangrijk thema. Wanneer is samenwerking handig en zinvol en wanneer moet de UvA juist kiezen voor een zelfstandige profilering? Ik ben ook benieuwd naar de ontwikkelingen in het democratiseringsproces, en hoe we de inspraak zo kunnen organiseren dat studenten en medewerkers zich gehoord voelen.’  

Gepubliceerd door  Faculteit der Rechtsgeleerdheid