Aftrek rente bedrijven liever gericht beperken

23 februari 2018

Internationale bedrijven kunnen renteaftrek gebruiken om belasting te ontwijken. Overheden zetten allerlei middelen in om dit tegen te gaan. Natalie Speet, die promoveerde op dit onderwerp, heeft daarbij voorkeur voor het inzetten van specifieke maatregelen.

In 2019 komt de Nederlandse overheid met nieuwe wetgeving die een maximum stelt aan de af te trekken rentekosten door ondernemingen. De ingreep vloeit voort uit Europese regelgeving en behandelt alle vormen van renteaftrek min of meer gelijk, ongeacht of het grote of kleine, of nationaal of internationaal opererende ondernemingen betreft.

Natalie Speet, die in 2017 promoveerde op de werking van de al bestaande fiscale maatregelen om renteaftrek te beperken, heeft bedenkingen. ‘Het gaat hier om een generieke maatregel die tot gevolg kan hebben dat er ondernemingen worden getroffen waarvoor de maatregel niet is bedoeld. Uit mijn onderzoek blijkt dat de specifieke maatregelen waar de Nederlandse wetgever tot op heden voor heeft gekozen effectiever en rechtvaardiger zijn.’

Fiscale economie

Speet (33) is goed ingevoerd in de materie. Ze werkt al ruim twaalf jaar bij de Belastingdienst, waar ze zich bezighoudt met grote ondernemingen. Vanaf 1 april wordt Speet voor twee jaar ‘uitgeleend’ aan het Ministerie van Financiën, waar ze gaat werken op de afdeling die fiscale wetgeving opstelt.

Speet studeerde accountancy aan de Universiteit Nyenrode en volgde aansluitend de opleiding tot registeraccountant. Vervolgens behaalde ze een master fiscale economie aan de Vrije Universiteit.

Sinds 2010 doceert Speet aan de sectie Fiscale economie van de Universiteit van Amsterdam (UvA), waar ze een aanstelling heeft voor 25%. In 2013 begon ze aan haar promotie, die ze vorig jaar september afrondde. Sinds oktober vorig jaar is ze opleidingsdirecteur van de bacheloropleiding Fiscale economie.

Scherp financieren

Speet deed voor haar promotie empirisch onderzoek naar de relatie tussen fiscale maatregelen die de renteaftrek beperken en de mate waarin ondernemingen zich met vreemd vermogen financieren. Wereldwijd wordt de rentelast doorgaans gezien als een kostenpost die van de winst mag worden afgetrokken. Over de uiteindelijke winst wordt vennootschapsbelasting geheven.

‘Uit buitenlands onderzoek blijkt dat bedrijven die opereren in landen met hoog tarief op winstbelasting zich relatief meer met vreemd vermogen financieren. Hierdoor wordt immers de winst gedrukt, en daarmee de te betalen belasting’, zegt Speet.

Ideaal is dit niet. ‘Economisch gezien heb je eigenlijk liever dat eigen en vreemd vermogen door de fiscus gelijk behandeld worden. De aftrek van rente geeft een stimulans voor bedrijven om relatief met veel vreemd vermogen te financieren om zo hun totale vermogenskostenvoet te optimaliseren.’ Bedrijven die scherp gefinancierd zijn lopen een groter risico op faillissement, wat allerlei maatschappelijke kosten met zich meebrengt.

Voorlopig zal van deze gelijke behandeling geen sprake zijn. ‘Alleen in internationaal verband zouden we dit voor elkaar kunnen krijgen. Je kan dit als land niet alleen en geïsoleerd doen. Als je rentelasten niet meer in de aftrek laat, is het logische gevolg dat je rentebaten niet meer belast.  Kapitaal is mobiel en bedrijven reageren hier mogelijk op door hun organisatie zo in te richten dat ze hun rentelasten zoveel mogelijk laten neerslaan waar ze aftrekbaar zijn, en hun winsten daar waar de belasting laag is of niet aanwezig.’ Dat kan volgens Speet niet de bedoeling zijn. ‘Je wilt bedrijven belasten waar ze actief zijn.’

Aftrekbeperkingen

Hoewel de optimale situatie nog ver buiten bereik is, hebben Europese overheden al tal van maatregelen genomen om paal en perk te stellen aan de aftrek van rente en om bedrijven zo tot een meer evenwichtige vermogensstructuur te dwingen. Nederland koos daarbij, in tegenstelling tot veel andere grote Europese landen, altijd voor specifieke maatregelen. Deze zijn er volgens Speet steeds op gericht om bepaalde misbruiksituaties te voorkomen.

Voorbeelden zijn beperkingen aan het kunstmatig omzetten van eigen vermogen in vreemd vermogen om zo van de renteaftrek te profiteren. Ook is er de afgelopen jaren een plafond gesteld aan de mate waarin private equity de renteaftrek kan inzetten. Private equity-bedrijven staan er om bekend dat ze bij overnames een opgekocht bedrijf met relatief veel vreemd vermogen financieren. Het faillissementsrisico van de overgenomen bedrijven neemt dan echter sterk toe.

De fiscaliste onderzocht ook de invloed van fiscale regelingen in Nederland. ‘In zijn algemeenheid is er geen relatie tussen de hoogte van de winstbelasting en de financieringsverhouding. In de jaren negentig werd relatief weinig met schuld gefinancierd, nam dit toe na de eeuwwisseling, maar daalde dit weer na de kredietcrisis. In al die decennia is de winstbelasting geleidelijk gedaald. De belangrijkste conclusie lijkt daarmee dat macro-economische factoren en bedrijfseconomische overwegingen de belangrijkste drijfveren zijn voor een bepaalde vermogensverhouding.’ Invoering (of intrekking) van specifieke maatregelen leidden evenmin tot een sterke reactie van bedrijven om hun financiering daar op aan te passen. Wel leidden ze tot veranderingen in hoe ondernemingen onderlinge leningen aan dochters vormgeven.

Earningsstripping

Speet is een voorstander van specifieke maatregelen. ‘De huidige aftrekbeperkingen werken goed voor het doel waarvoor je ze wil inzetten.’ Eenmaal ging de Nederlandse fiscus over tot een generieke aftrekbeperking, de zogenoemde ‘thin capitalization’. ‘De maatregel was op zich effectief, maar vooral bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf werden getroffen en daar was de maatregel nu juist niet voor bedoeld.’ Intrekking volgde dan ook snel.

In 2019 voert de Nederlandse fiscus op last van de Europese Commissie een zogenoemde earningsstripping in, een nieuwe generieke aftrekbeperking. De Commissie volgt hiermee een van de eerdere aanbevelingen van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), die zich inspant om belastingontwijking door internationale ondernemingen tegen te gaan. Deze generieke maatregel maakt de maximale renteaftrek afhankelijk van de hoogte van de operationele winst, de ‘ebitda’.

‘Generieke beperkingen zijn relatief goed te begrijpen zijn en vergroten de internationale vergelijkbaarheid’, zegt Speet. ‘Maar ze werken verstorend en hebben als gevaar dat je de sneue gevallen treft.’ Earningsstripping kan extra negatief kan uitpakken voor bedrijven die relatief veel schulden hebben en tegenwind ervaren. ‘Als de winst van bedrijven daalt, neemt de ruimte om rentekosten af te trekken af. Bedrijven worden dan in feite dubbel geraakt.’ Speet noemt de earningsstripping-regel per saldo geen verbetering ten opzichte van de bestaande Nederlandse specifieke aftrekbeperkingen en hoopt dat de wetgever voldoende van de beschikbare ruimte pakt die de Europese Commissie biedt om verstorende en onbedoelde effecten zoveel mogelijk uit te bannen.

Meer weten? E-mail: n.g.h.speet@uva.nl

Door Bendert Zevenbergen

Gepubliceerd door  Economie en Bedrijfskunde