Minister Asscher ontvangt onderzoek inkomensongelijkheid

Sociaal-economische ongelijkheid groeit, sociale cohesie daalt

16 april 2014

Minister Lodewijk Asscher ontving woensdag 16 april op de Universiteit van Amsterdam de resultaten van het omvangrijke, internationale ‘Growing INequalities' Impacts’-onderzoek. Het onderzoek, uitgegeven door Oxford University Press, toont groeiende inkomensongelijkheid binnen Nederland en andere landen, en de negatieve invloed daarvan op de sociale cohesie. De betrokkenheid van burgers bij de samenleving neemt af naarmate de ongelijkheid toeneemt.

Na ontvangst van de onderzoeksresultaten zei minister Asscher: ‘Ik ben blij dat er zo omvangrijk onderzoek en vervolgonderzoek wordt gedaan naar dit fundamentele onderwerp. Een diepgaande feitencheck en grondige analyse van causale verbanden over iets wat ons allen aan het hart gaat. En iets wat we eigenlijk allemaal in ons hart min of meer wel aanvoelen. [...] Te grote inkomensverschillen drijven ons uit elkaar, tasten de sociale cohesie aan. […] Is dat verschil rechtvaardig? Werkt de een zoveel harder dan de ander? En hoe veranderen we dat op een manier dat iedereen er baat bij heeft en het rechtvaardig aanvoelt? Dat zijn de vervolgvragen waar de samenleving en de politiek mee aan de slag moet.

minister Lodewijk Asscher in een toespraak

Waar het volgens Asscher in de kern om draait, is een goed leven. Asscher: ‘Daar zijn nu drie dingen voor nodig: Een grote sprong wat betreft de kwaliteit van het onderwijs. Een stevige aanpak van de ‘parasieten’ op de arbeidsmarkt; de malafide werkgevers en uitzendbureaus die wettelijke eisen en premies ontwijken en cao-afspraken aan hun laars lappen. Lagere loonkosten voor werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt

Toegenomen inkomensverschillen

Tussen 1977 en 2011 zijn de inkomensverschillen in Nederland structureel toegenomen. Volgens de onderzoekers is de toegenomen ongelijkheid deels toe te schrijven aan het gevoerde beleid. Beleidswijzigingen tijdens recessies (ten aanzien van minimumloon en uitkeringen), bedoeld om de overheidsbegroting in evenwicht te brengen, zijn nadelig geweest voor de lage inkomens en hebben de inkomensongelijkheid blijvend vergroot. Bovendien concluderen de onderzoekers dat beleidsmakers zich minder inspannen om die ongelijkheid te verkleinen.

Onderzoekscoördinator prof. dr. Wiemer Salverda: ‘Een belangrijke algemene conclusie van het onderzoek ‘Growing INequalities' Impacts’ (GINI) is dat de economisch en sociaal best presterende landen beschikken over een omvangrijke welvaartsstaat die investeert en stimuleert én bescherming biedt. In ons land is de inkomensherverdeling sterk gekrompen, van duidelijk boven het gemiddelde van de onderzochte landen naar een eind daaronder.’

Professor Herman van de Werfhorst, een van de onderzoeksleiders: 'Groeiende ongelijkheid is vooral zorgelijk omdat het nadelig uitpakt voor politieke participatie, sociale mobiliteit en geluk.'

Over het GINI-onderzoek

Het interdisciplinaire onderzoek ‘Growing INequalities' Impacts’ (GINI) gaat in op groeiende verschillen in inkomen en onderwijs en hun sociale, politieke en culturele gevolgen in de EU, de Verenigde Staten, Japan, Zuid Korea, Canada en Australië. Tweehonderd wetenschappers, onder wie velen uit de wereldtop van ongelijkheidsstudies, werkten mee aan het GINI-onderzoek. Een Nederlandstalige samenvatting van het rapport over Nederland is beschikbaar op gini-research.org/Dutch.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting