Arian van Asten, hoogleraar Forensische Analytische Chemie, en Maurice Aalders, hoogleraar Forensische Biofysica

Forensische wetenschap associëren we meestal met de populaire tv-serie Crime Scene Investigation (CSI), waarin een groep forensisch onderzoekers centraal staat die gruwelijke plaatsen delict onderzoeken om ingewikkelde strafzaken op te lossen. Hoewel misschien niet altijd zo glamoureus als in de tv-serie, is het vakgebied van de forensische wetenschap in realiteit net zo boeiend. Van Asten en Aalders vertellen erover.

dhr.. prof. dr. Arian van Asten, medewerker FNWI, hoogleraar Forensische Analytische Chemie

Arian van Asten. Foto: Jeroen Oerlemans

Forensisch onderzoek in Nederland ontwikkelt zich voortdurend, omvat onderzoek uit diverse disciplines en speelt een essentiële rol in het strafrechtstelsel. Forensische praktijk en wetenschappelijk onderzoek zijn nauw met elkaar verbonden in het vakgebied. De Universiteit van Amsterdam zette in 2013 een belangrijke stap in het versterken van deze band door als partner op te treden in de oprichting van het Co van Ledden Hulsebosch Center (CLHC).

Het CLHC is vernoemd naar de Nederlandse forensisch pionier Christiaan Jacobus (Co) van Ledden Hulsebosch en is een gezamenlijk initiatief van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) van de UvA, het Academisch Medisch Centrum (AMC-UvA) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het Centrum combineert een hoog wetenschappelijk niveau met forensische expertise, fungeert als bindende factor voor forensisch onderzoek in Nederland en ondersteunt het masterprogramma Forensic Science van de UvA.

In de UvA-rubriek 'In gesprek met...' praten we deze maand met CLHC-directeuren Arian van Asten, hoogleraar Forensische Analytische Chemie, en Maurice Aalders, hoogleraar Forensische Biofysica.

Hoe is het CLHC ontstaan?

Van Asten: Ondanks de uitstekende internationale reputatie van het NFI kende Nederland geen gevestigde traditie op het gebied van forensisch wetenschappelijk onderzoek. Het CLHC is opgericht om deze leemte te vullen en onze forensische onderzoekscapaciteit in een breed scala van disciplines te versterken, door contact te leggen met UvA-instituten met een kennisbasis die interessant kan zijn voor de forensische wetenschap. Voor veel UvA-onderzoek bestaat een duidelijke toepassing binnen de forensische wetenschap. Door dergelijk onderzoek een gezicht te geven, is het Centrum in staat om onderzoekstalent vanuit het hele spectrum te identificeren en aan te trekken. Inmiddels hebben we ruim dertig promotie- en postdoctorale projecten binnen het CLHC-netwerk gerealiseerd.

Aalders: Het matrixmodel en de benadering van het CLHC zijn echt uniek. Het Centrum is klein, maar heeft toegang tot een breed scala van wetenschappelijk disciplines. Het promoot de forensische wetenschap in Nederland door een nationaal en internationaal netwerk op te bouwen, promovendi samen te brengen en forensisch onderzoek buiten het traditionele strafrechtstelsel aan te zwengelen. Door lokaal en internationaal met instituten en partners te netwerken, zijn wij in staat om mogelijke samenwerkingsgebieden te identificeren en gezamenlijke onderzoeksprojecten op te starten. In het licht van het veranderende financieringslandschap en de verschuiving van nationale naar internationale financiering zijn dergelijke samenwerkingsverbanden belangrijker dan ooit. 

Hoe belangrijk is de samenwerking tussen het NFI, de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica en het AMC voor het succes van CLHC?

Aalders: Heel belangrijk. De samenwerking was oorspronkelijk bedoeld voor een periode van twee jaar en is onlangs verlengd na een bijzonder positieve evaluatie. Het Centrum stelt de drie partners in staat volledig gebruik te maken van elkaars kennis en expertise. Dit verband tussen het wetenschappelijke domein en het forensisch vakgebied heeft zeer goede resultaten opgeleverd: momenteel werken er ruim dertig promovendi aan forensische projecten en zijn er speciale leerstoelen gecreëerd voor vakgebieden zoals Forensische Statistiek, Forensische Biologie, Forensische Chemie, Forensische Radiologie, Forensische Geneeskunde, Forensische Biofysica en Digitaal Forensisch Onderzoek.

Van Asten: Wat dit samenwerkingsverband zo geweldig maakt, zijn de nieuwe inzichten en het onderzoek met toegevoegde waarde die het genereert. Vragen uit het vakgebied zelf drijven het onderzoek, bijvoorbeeld uit een strafzaak waarin ons werd gevraagd of het mogelijk was om op basis van bewijs op de kleding van de verdachte te bepalen of deze aanwezig was geweest op een plaats delict waar zich een explosie had voorgedaan. Dit was de eerste keer dat een dergelijke vraag aan ons werd voorgelegd. Omdat wij destijds de supervisie hadden over een promotieproject over de chemische profilering van explosieven, waren wij in staat om de na de explosie achtergebleven chemische verbindingen te bestuderen. We hebben deze verbindingen geïdentificeerd en geanalyseerd en daarna onderzocht of deze karakteristiek waren voor een explosie of ook via andere weg gevormd konden zijn. Ons onderzoek wees uit dat de verbindingen inderdaad karakteristiek waren voor een situatie na een explosie. Die bevindingen zijn uiteindelijk gepubliceerd en als bewijs in een strafzaak gebruikt.

Naast onderzoek is het Centrum ook betrokken bij het masterprogramma Forensic Science. Kunt u ons hierover iets meer vertellen?  

Aalders: Het Centrum levert een grote bijdrage aan onderwijs en communicatie. Het levert onderwerpen voor scripties en onderzoeksprojecten in het programma en is betrokken bij de organisatie van de succesvolle lezingenserie “Frontiers of Forensic Science”, die studenten, gevestigde onderzoekers en forensisch experts samenbrengt. Arian en ik geven ook lezingen in dit programma.

Van Asten: Wij zijn trots op onze deelname aan het programma. Het curriculum is van hoge kwaliteit en staat zowel in Nederland als het buitenland in hoog aanzien. Dat trekt ieder jaar een diverse groep studenten met uiteenlopende internationale achtergronden. Het masterprogramma verschaft de studenten niet alleen een gedegen kennis van forensisch onderzoek, maar stelt hen ook in de gelegenheid deel te nemen aan lopende onderzoeksprojecten en biedt hen goede arbeidskansen in diverse vakgebieden.

dhr. prof. dr. Maurice Aalders, medewerker AMC, hoogleraar Forensische Biofysica

Maurice Aalders. Foto: Jeroen Oerlemans

Hoe is de kwaliteit van de forensische wetenschap in Nederland?

Aalders: Ik zou zeggen uitstekend. We hebben onlangs een internationaal forensisch congres bijgewoond waar het meest recente onderzoek uit een groot aantal landen werd gepresenteerd. Onze bijdrage was substantieel en van hoge kwaliteit, vooral dankzij de matrixaanpak binnen het CLHC en de wijze waarop wij een platform voor interdisciplinaire samenwerking hebben gecreëerd.

Van Asten: Ja, onze focus op samenwerking en het door ons gebruikte model zijn een succes gebleken. Ik durf zelfs te zeggen dat Nederland zich momenteel ontwikkelt tot een toonaangevend land in de forensische wetenschap, in lijn met de internationale status van het NFI. Het belangrijkste punt om te onthouden, en de focus van het CLHC, is dat de forensische wetenschap altijd in contact moet blijven met andere wetenschappelijke disciplines. Neem bijvoorbeeld epigenetisch onderzoek. Dergelijk onderzoek wordt voornamelijk ingesteld vanuit een medische optiek maar is ook buitengewoon belangrijk voor de forensische wetenschap. Het CLHC is vooral vanuit deze gedachte opgericht: het identificeren en samenbrengen van onderzoekers die werk doen dat interessant kan zijn voor de forensische wetenschap en het vinden van financiering voor het initiëren van samenwerkingsverbanden. 

Wat zijn de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen in de forensische wetenschap?

Van Asten: De verdere groei van digitale forensische wetenschap zal grote gevolgen hebben voor het vakgebied. Volgens sommigen zal deze groei zelfs een ingrijpende verandering van de werkwijze van forensisch instituten tot gevolg hebben. Voor alle duidelijkheid: bij digitale forensische wetenschap worden met behulp van digitale bronnen misdrijven onderzocht en opgelost. Het wordt steeds moeilijker een misdrijf te plegen zonder op de een of andere manier digitale sporen achter te laten. Denk bijvoorbeeld aan mobiele telefoons, die belangrijke informatie over het gaan en staan van iemand achterlaten zonder dat de persoon in kwestie zich daarvan bewust is. Buiten het forensisch domein zijn er belangrijke technologische ontwikkelingen. Hier op de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica verrichten onderzoekers van het Instituut voor Informatica bijvoorbeeld onderzoek naar zaken zoals big data, netwerksystemen en andere aspecten van computationele systemen. Hun werk zou wel eens belangrijk kunnen blijken voor de forensische wetenschap. Nogmaals, het is van essentieel belang om dergelijk onderzoek te identificeren en aan het forensisch domein te koppelen. Daarom is het volstrekt logisch dat het instituut een speciale leerstoel Forensic Data Science heeft.

Wat zijn uw plannen voor de komende jaren?

Aalders: We willen ons netwerk zowel lokaal als internationaal uitbreiden en consolideren. De afgelopen twee jaar heeft het team van CLHC de basis gelegd voor een sterk en duurzaam instituut, dat een goede naam heeft verworven. Voor de toekomst zijn onze voornaamste doelstellingen het behouden en, naar wij hopen, uitbreiden van het aantal onderzoeksprojecten in het Centrum, het faciliteren van meer studentenuitwisselingen en tot slot het creëren van meer stageplaatsen voor onze studenten en onze onderzoekers.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting

8 juni 2016