Mark Deuze

Hoogleraar Mediastudies

De journalistiek is dood. Althans die opvatting vindt steeds meer gehoor onder trendwatchers, nieuwsmakers en andere zelfverklaarde mediagoeroes. 'Klopt niet', zegt Mark Deuze, hoogleraar Mediastudies aan de Faculteit der Geesteswetenschappen.

De dood van de journalistiek?

De journalistiek is dood. Althans die opvatting vindt steeds meer gehoor onder trendwatchers, nieuwsmakers en andere zelfverklaarde mediagoeroes. Door de niet aflatende stroom van onheilspellende waarschuwingen over dalende inkomsten, werkloze journalisten, steeds minder krantenabonnees en lagere kwaliteitsnormen is het niet verbazingwekkend dat een carrière binnen de journalistiek een enkele reis naar armoede en onvervulde dromen lijkt te zijn.

'Klopt niet', zegt Mark Deuze, hoogleraar Mediastudies aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA. Volgens Deuze is het veranderende journalistieke landschap weliswaar aan verval onderhevig, maar is het tegelijkertijd springlevend. 'De behoefte aan ervaren, veelzijdige journalisten zal niet verdwijnen.'

Deze maand in ‘In gesprek met ...’ hoogleraar Mediastudies Mark Deuze; over de staat van professionele journalistiek, het leven in de media en over zijn laatste onderzoeksproject.

prof. dr. Mark Deuze

Mark Deuze (foto: Eduard Lampe)

Kunt u ons iets meer vertellen over uw laatste boek 'Media Life'? 

Het centrale uitgangspunt van Media Life is dat wij als samenleving niet mét, maar in de media leven. De gedachte dat wij mét de media leven, veronderstelt de mogelijkheid dat wij die media uit kunnen zetten en ons er op elk gewenst moment vanaf kunnen wenden. Dat is naar mijn idee een illusie. Ik stel in plaats daarvan dat de media niet alleen onlosmakelijk verbonden zijn met alles wat wij doen, maar dat zij ook invloed uitoefenen op en betekenis geven aan elke relatie die wij als individuele personen hebben. In Media Life wordt verder gekeken dan de normatieve opvattingen over goed en kwaad en worden lezers aangespoord om te accepteren dat onze levens zich binnen de media afspelen waardoor ze tegelijkertijd gedwongen worden om na te denken over de wijze waarop dat leven op de meest verantwoorde manier kan worden vormgegeven. 

U betitelt de journalistiek als een 'zombie-instelling'. Wat bedoelt u daarmee? 

Veel mensen hebben de neiging om deze metafoor als kritiek te beschouwen. De term 'zombie-instelling' is eigenlijk afkomstig uit de sociologie. Een aantal sociologen heeft dit concept gebruikt om traditionele opvattingen over klassieke sociale instellingen als ‘het gezin’, ‘politieke partijen’ en ‘de staat’ als niet-bestaande entiteiten terzijde te schuiven. Met de aanduiding ‘zombie-instelling’ wil ik alleen maar zeggen dat de journalistiek als concept geen betekenis heeft. De term ‘journalistiek’ kan op een en hetzelfde moment naar alles en naar niets verwijzen. Die term dekt een breed scala aan activiteiten (roddels, lifestyle, politiek, sport) en omvat een grote variëteit aan spelers, van oorlogscorrespondenten en eigenzinnige bloggers tot Facebookende tieners en praatzieke twitteraars. Kortom, journalistiek is een dynamisch concept: het is zowel tastbaar als niet-tastbaar.

Is de journalistiek een uitstervend beroep? 

Absoluut niet. Als u met journalistiek echter doelt op een baan bij een krant of bij een omroep, moet ik uw vraag bevestigend beantwoorden en is de uitdrukking ‘op sterven na dood’ op zijn plaats. Het valt niet te ontkennen dat het aantal journalisten dat op een redactie werkt, ten opzichte van het aantal freelancers de afgelopen tien jaar is afgenomen. Dat is een zorgwekkende trend, zeker wanneer je beseft dat die redacties voor journalisten een ankerplaats vormen waar zij hun werk goed kunnen doen. Als die redacties uiteindelijk verdwijnen, wordt het voor journalisten moeilijker om hun taken naar behoren uit te voeren. Dat betekent echter niet dat goede journalistiek dan onmogelijk is of dat zij als gevolg van minder inkomstenbronnen ten dode is opgeschreven. Er is geen bewijs dat de behoefte van de gemiddelde man of vrouw aan nieuws afneemt. Wat wel verandert, is zijn of haar loyaliteit, uitgedrukt in abonnementen op publicaties. Lezers zijn tegenwoordig grilliger en emotioneler bij het kiezen van het nieuws dat ze tot zich nemen. Dit verschijnsel vormt absoluut een uitdaging voor de traditionele modellen om inkomsten te genereren, maar het is bij lange na geen doodvonnis.   

Als de journalistiek zoveel dingen omvat waar een breed scala van mensen zich mee bezig houdt, van professionele journalisten tot amateur bloggers, wat is dan nog het nut van journalistieke opleidingsprogramma's?

Hoewel de journalistiek inderdaad talloze dingen kan omvatten, blijven programma's voor beroepsopleidingsprogramma's relevant. Als ik naar ons eigen programma kijk [een Master in de journalistiek – red.], ontleent dat zijn bestaansrecht aan een aantal aspecten. In de eerste plaats is het opgezet tegen de achtergrond van het belang dat wij aan kwaliteitsjournalistiek hechten. Ons programma is gericht op één specifieke competentie: wij willen onze studenten doordrenken met de vaardigheden en het reflectieniveau dat nodig is om kwalitatief hoogwaardige onderzoeksjournalistiek te produceren, ongeacht het medium. Daarnaast zijn deze programma's ook belangrijk omdat hierdoor ‘superburgers’ worden gecreëerd. Professionele journalisten zijn namelijk ideale burgers: ze zijn sociaal betrokken en in staat om grote hoeveelheden complexe informatie te verzamelen, te verwerken en te verspreiden. Bovendien begrijpen zij de manier waarop de maatschappij van binnenuit functioneert (het politieke systeem, de economie e.d.) Tegen die achtergrond denk ik dat de behoefte aan ervaren, veelzijdige en goed geïnformeerde journalisten zal blijven bestaan.

Dat is duidelijk. Maar wat is het nut van het opleiden van al die nieuwe werkzoekenden op een markt die al overspoeld is met journalisten?

Afgemeten aan de cijfers, vinden de meeste van onze afgestudeerden werk en hebben zij goede banen in de journalistiek. Dat gezegd hebbende, moet ik eraan toevoegen dat ons programma kleinschalig is, dat wij over uitstekende docenten met heel veel ervaring beschikken en dat ons programma in het medialandschap een respectabele positie inneemt. Dat betekent echter niet dat wij ervan uit moeten gaan dat dit ook in de toekomst zo zal blijven. Uit de huidige trends blijkt namelijk dat er sprake is van een verschuiving in de wijze waarop de journalistiek als beroep wordt uitgeoefend. Behalve dat ze over de nodige vaardigheden moeten beschikken, moeten de journalisten van morgen tegelijkertijd ook slimme ondernemers zijn die beseffen dat hun werk weliswaar de moeite waard, maar ook vluchtig is. Een ondernemer is meer dan iemand die alleen weet hoe hij of zij inkomsten kan genereren; ondernemers zijn ook risiconemers pur-sang. Het zijn mensen die de grenzen opzoeken en die nieuwe mogelijkheden zien. Daar heeft de wereld van de journalistiek meer dan ooit behoefte aan.     

Sluit u zich aan bij degenen die de vervlakking van de professionele journalistiek betreuren?

De opvatting dat de journalistiek vervlakt met het oog op de massaconsumptie lijkt ongefundeerd als er naar het huidige medialandschap wordt gekeken. Er wordt echt niet alleen maar rommel geproduceerd. Integendeel, ondank de commerciële en financiële druk verschijnen er op een dagelijkse basis heel veel journalistieke kwaliteitsproducten. Artikelen worden langer en diepgaander en kranten steeds dikker. Dit lijkt erop te duiden dat de vraag naar goede journalistiek in het algemeen niet afneemt, maar in feite juist toeneemt.

Waar gaan uw huidige onderzoeksprojecten over?

Op dit moment ben ik betrokken bij een aantal projecten die specifiek verband houden met de journalistiek. Een van die projecten gaat over de rol en de positie van freelance journalisten in Nederland en in andere landen. Doel is om een beter inzicht te krijgen in de wijze waarop de freelance journalistiek functioneert. Hoe wordt de journalistiek binnen deze omgeving gedefinieerd en vervolgens in praktijk gebracht?

In een ander project onderzoek ik de rol van vrouwen in de wereld van de journalistiek. Vrouwen spelen op dit gebied namelijk een belangrijke rol en daaraan moet meer aandacht worden besteed; het laatste grote project over dit onderwerp dateert bijvoorbeeld van meer dan dertig jaar geleden. Daarnaast bestaat het grootste gedeelte van de afgestudeerden in de journalistiek sinds de jaren negentig van de vorige eeuw uit vrouwen, terwijl zij op de werkplek ondervertegenwoordigd zijn. Ik ben dan ook heel benieuwd naar hun ervaringen als professionele journalisten.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam

2 juni 2016