‘Genetische modificatie slecht voor duurzaamheid wereldwijde landbouw’

Michel Haring, hoogleraar Plantenfysiologie

5 maart 2012

De introductie van genetische modificatie van planten heeft grote consequenties gehad voor de mondiale landbouw, stelt Michel Haring, hoogleraar Plantenfysiologie aan de UvA. ‘Het leidt tot monoculturen, waarbinnen boeren voortdurend één product verbouwen.'

Michel Haring foto: Hanne Nijhuis

De introductie van genetische modificatie van planten heeft grote consequenties gehad voor de mondiale landbouw, stelt Michel Haring, hoogleraar Plantenfysiologie aan de UvA. ‘Het leidt tot monoculturen, waarbinnen boeren voortdurend één product verbouwen. Anders dan bij de introductie van genetisch gemodificeerd voedsel werd gevreesd, zijn er geen aanwijzingen dat deze nieuwe gewassen slecht zijn voor de gezondheid. Ook ecologische rampen zijn tot nu toe uitgebleven. Maar we hebben vijftien jaar geleden niet zien aankomen dat het de aard van landbouw wereldwijd zo zou beïnvloeden, met verregaande consequenties voor het milieu.’

Het oppervlak met genetisch gemodificeerde gewassen is in vijftien jaar tijd met een factor vijftien gegroeid tot meer dan 160 miljoen hectare. In landen als Brazilië en Argentinië wordt nu op grote schaal genetisch gemodificeerde soja verbouwd en vervolgens geëxporteerd. ‘De gevolgen voor het milieu zijn enorm; alleen al het wereldwijde transport is ontzettend milieubelastend. Bossen verdwijnen om plaats te maken voor plantages. Genetisch gemodificeerde sojaplanten zijn resistent gemaakt tegen onkruidbestrijdingsmiddelen, maar het onkruid dat wordt bestreden ontwikkelt inmiddels ook resistentie waardoor steeds zwaardere middelen nodig zullen zijn.’

Weinig veranderd

Volgens Haring is er in technologisch opzicht juist weinig veranderd sinds de introductie van genetisch gemodificeerde voedsel. ‘Het gaat nog steeds over de gemodificeerde gewassen soja, maïs en katoen. Soja en maïs dienen voor het overgrote deel als voedsel voor dieren in de veehouderij. Blijkbaar is het modificeren van nuttige eigenschappen van bijvoorbeeld groentes lastiger dan werd voorspeld. We hebben de kennis over genen in handen, maar het mechanisme en de beïnvloeding daarvan blijkt toch zeer moeilijk. Genetische modificatie is nog steeds een experimentele techniek.’

Haring ziet meer in moderne plantenveredeling, waarbij planten met verschillende eigenschappen met elkaar worden gekruist. ‘Met veredeling kun je vaak dezelfde resultaten behalen als met genetische modificatie. Ook vermijd je dat door patentering van genen de uitwisseling van planten voor de veredeling wordt beperkt. In Nederland zetten de grote zaadbedrijven in op moderne plantenveredeling. Nieuwe inzichten in genetische mechanismes en kennis van het DNA worden hierbij toegepast om te bepalen welke planten het beste met elkaar kunnen worden gekruist.’

Toekomst van genetische modificatie

‘Genetische modificatie biedt mogelijkheden die veredeling niet heeft, zoals het combineren van plantaardig en dierlijk materiaal. In de medische wereld werkt men bijvoorbeeld aan planten die snel vaccins tegen bepaalde kankertumoren kunnen produceren’, vervolgt Haring. ‘Maar veel toekomstige toepassingen, zoals genetisch gemodificeerde maïs die bestand is tegen droogte of zout in de bodem, zijn gericht op het vergroten van de verkoop van zaden. Dit is vanuit economisch oogpunt een logische, maar geen duurzame ontwikkeling. We versmallen de genetische basis van onze voedingsgewassen. Ooit moeten we betalen voor de wereldwijde monoculturen van genetisch gemodificeerde gewassen. We lenen van de toekomst.’

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam