De cognitieve en biologische basis van religie
Veni voor onderzoek naar geloof
Psycholoog Michiel van Elk ontving een Veni voor zijn onderzoek naar de psychologische aspecten die een rol spelen bij religie en religieus denken.
Welke psychologische aspecten spelen een rol bij religie en religieus denken? Die vraag probeert psycholoog Michiel van Elk te beantwoorden. Hij ontving een Veni van € 250.000 voor zijn onderzoek.
Over de cognitieve basis van religie is al volop getheoretiseerd. Een welbekende hypothese luidt dat religie haar oorsprong vindt in een overactief aanwezigheids-detectiemechanisme. Van Elk: ‘De idee hierachter is dat mensen geneigd zijn om voortdurend andere personen of dieren waar te nemen. Stel: je loopt alleen door een donker bos waar dieren en andere mensen een mogelijke bedreiging vormen. Ineens zie je iets bewegen. Je kunt denken: “dit is de wind die de bomen doet bewegen”, maar je kunt ook denken: “daar is een ander mens of een dier, en dat levert mogelijk gevaar op”. Een overactief aanwezigheids-detectiemechanisme zorgt ervoor dat je eerder geneigd bent om het laatste te denken. De “kosten” hiervan zijn laag – als het toch de wind was, heb je je hooguit voor niets druk gemaakt. De “baten” echter, zijn hoog: als er wél een ander mens of dier is, kun je proberen het mogelijk levensbedreigende gevaar te vermijden. De theorie luidt nu, dat religie haar oorsprong vindt in dit mechanisme. De groep mensen bij we dit mechanisme overactief is, heeft eerder de neiging om in de aanwezigheid van een bovennatuurlijk wezen te geloven. Mijn vraag luidt nu: is die relatie ook empirisch aan te tonen?’
Patronen in ambigue plaatjes
Om dat onderzoek te kunnen doen, gaat Van Elk eerst het bestaan van het bovengenoemde mechanisme aantonen. Door middel van diverse experimenten bekijkt de psycholoog hoe gevoelig proefpersonen zijn voor het waarnemen van bewegingen, of ze patronen herkennen in ambigue plaatjes en of ze geneigd zijn om informatie waar te nemen die op mogelijk gevaar duidt. Ook bestudeert hij of het mogelijk is om het aanwezigheids-detectiemechanisme te triggeren of te activeren, en welke invloed dat heeft op bewegingsdetectie. Van Elk wil ook onderzoeken of niet-religieuze personen hierin verschillen van religieuze personen. De psycholoog maakt daarbij gebruik van moderne technieken zoals virtual reality, waarmee zeer overtuigende, andere omgevingen kunnen worden nagebootst.
In een ander experiment onderzoekt hij in hoeverre religie de manier beïnvloedt waarop mensen hun eigen handelingen waarnemen.
Heilig onderwerp
Hoewel religie een enorme impact heeft op het leven van veel mensen, is de cognitieve en biologische basis van “geloven in een hogere macht” nooit eerder op deze manier onderzocht. Van Elk heeft daar wel een aantal verklaringen voor: ‘Religie is letterlijk een heilig onderwerp. In de Verenigde Staten beschouwt men onderzoek naar het geloof vaak als breaking the spell. Men is bang dat de wetenschap straks aantoont dat God niet bestaat, wat natuurlijk onzin is. Daarnaast is religie zeer complex, aangezien het zoveel aspecten heeft: ervaringen, rituelen, verhalen. We weten neurowetenschappelijk gezien relatief weinig over de basale cognitie en religie wordt daarom vaak als een te ingewikkeld onderzoeksonderwerp ervaren.’
Voor Van Elk, zelf religieus opgevoed, vormen deze obstakels geen bezwaar: ‘Hoewel ik zelf niet meer religieus ben, ben ik wel altijd geïnteresseerd gebleven in hoe geloof werkt en wat het met mensen doet. Over religie is enorm veel getheoretiseerd, maar er is relatief weinig experimenteel onderzoek gedaan naar religie. Dat wil ik graag gaan doen. Bang voor “Amerikaanse” reacties ben ik niet. Religieuze mensen vinden het juist erg leuk om mee te werken, heb ik gemerkt in mijn vooronderzoeken.’
Verschil tussen religieuzen en niet-religieuzen
De studie levert kennisvorming op over het verschil tussen religieuzen en niet-religieuzen, denkt de onderzoeker. ‘Het is goed om te weten welke mechanismen een rol spelen bij religie en geloof in een hogere macht. Op deze manier kunnen we de positieve effecten van religie bekijken en verklaren, zoals een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid, samenwerking, pro-sociaal gedrag, maar ook inzicht krijgen in de negatieve aspecten, zoals extremisme en uitsluiting van bepaalde groepen. Daarnaast biedt het project aanknopingspunten voor nieuw onderzoek, bijvoorbeeld om te ontdekken wat mensen beweegt om religieus te zijn.’
Het onderzoek start aan het begin van 2013, als Van Elk in dienst treedt als universitair docent bij de Universiteit van Amsterdam.
Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie
