Promotie Uitgelicht: Janaina Gianfelice de Castro
Op 11 december promoveert Janaina Gianfelice de Castro (1982) aan de UvA. Tijdens haar promotieonderzoek aan het Institute of Physics (IoP) lichtte ze een tipje van de sluier op van het breekgedrag van rubber. Deze kennis kan tijd besparen bij de rubberproductie.
Wat heb je ontdekt?
‘Ik heb een manier gezocht om heel nauwkeurig te bepalen op welk moment het samengestelde rubber NBR breekt. NBR staat voor nitril-butadieenrubber. Het zit onder meer in kogellagers. Om het rubber te verstevigen, wordt nanoschaal siliciumdioxide toegevoegd. Omdat de concentraties silicium verschillen en er bovendien verschillende typen silicium zijn, verschilt ook de stevigheid per rubbersoort. Ik heb ontdekt dat je met de zogeheten Griffith theorie bij elk type NBR kunt berekenen op welk moment het rubber gaat breken als het wordt uitgerekt.’
Waarom wil je dat weten?
‘Dit breken kan bijvoorbeeld gebeuren in kogellagers, waardoor ze gaan lekken. Bedrijven die rubber produceren, besteden daarom veel tijd aan testen om de sterkte te meten. Als je weet op welk punt het rubber ongeveer breekt als het wordt uitgerekt, kun je deze proeven sneller doen omdat je weet in welke range je moet beginnen met testen. Zo bespaar je tijd en dus geld.’
Hoe ben je te werk gegaan?
‘Ik heb gekeken of ik met de Griffith theorie het breekgedrag van het rubber kon beschrijven. Hiervoor heb ik de theorie een klein beetje aangepast. Het bleek te kunnen. Het is bijzonder dat de gemodificeerde Griffith theorie hierop van toepassing is, want deze theorie werkt vooral bij lineaire processen. Het uitrekken van rubber is niet lineair, dat gaat plotseling. Dat ik hiermee kan voorspellen bij welke kracht rubber breekt, is misschien wat te sterk uitgedrukt. Er spelen meer factoren mee die de stevigheid van rubber bepalen. Maar je kunt wel zeggen dat ik een eerste, moeilijke stap heb gedaan in de richting van het doen van een voorspelling. Er is vervolgonderzoek nodig om de andere factoren te onderzoeken.’
Wilde je altijd al wetenschapper worden?
‘Nee, sterker nog, ik wilde aanvankelijk helemaal niet het onderzoek in. Ik werkte als trainee bij de Zweedse kogellagerfabrikant SKF, toen ik werd gevraagd voor dit promotieonderzoek. Door de sterke link met de industrie sprak het me meteen aan. Wel ben ik nu blij dat ik klaar ben. Ik vind mezelf geen echte wetenschapper. Eigenlijk heb ik te weinig geduld en ik vind het niet leuk om ’s avonds thuis ook nog over mijn onderzoek na te moeten denken. Volgende week ga ik aan de slag als ‘senior representative’ in de commerciële marketing bij SABIC. Dit is een bedrijf dat kunststoffen produceert. Hier kan ik ook goed een van mijn andere passies, namelijk communicatie, toepassen. Ik heb er veel zin in.’
Tekst: Carin Röst
