Nieuws en Agenda
Suriname
‘Nederland legde wil op aan Suriname’
John Jansen van Galen, promovendus Politicologie

De Nederlandse regering wilde zowel Indonesië als Suriname haar wil op leggen bij de dekolonisatie. In beide gevallen had die aanpak een negatief effect. Dat stelt John Jansen van Galen, promovendus Politicologie. ‘In Indonesië wilde Nederland het proces van dekolonisatie zelf in de hand houden. Het is een misvatting dat de Nederlandse regering niet wilde dat Indonesië onafhankelijk zou worden. De regering wilde dat juist wel, maar op haar voorwaarden. Indonesië, dat een sterke nationalistische beweging bezat, wilde dit proces echter zelf regelen, waardoor er problemen ontstonden.' Een groot verschil met de dekolonisatie van Suriname. Daar gebeurde juist het omgekeerde. Jansen van Galen: ‘Indonesië is een belangrijke les geweest voor Nederland, met name voor Den Uyl. Daar is te lang gewacht met de onafhankelijkheidsverklaring. Die problemen wilde de Nederlandse regering voorkomen en dus is ze de dekolonisatie van Suriname gaan versnellen. Dit terwijl er in Suriname door de bevolking niet om is gevraagd. Daar bestond ook geen sterke nationalistische beweging zoals in Indonesië. Suriname werd onder grote druk van Nederland gedekoloniseerd. De onafhankelijkheid is gecreëerd door Nederland.'
Volgens Jansen van Galen was Suriname eigenlijk te zwak om tegenwicht te bieden aan Nederland. ‘De Nederlandse regering besloot hun kolonie alles zelf te laten regelen. Suriname werd zeer voorzichtig behandeld. Maar het land was ontzettend afhankelijk van de financiële hulp uit Nederland, die toen eigenlijk te veel was. Door die steun was er eigenlijk geen sprake van eigen wil voor Suriname. Nederland bepaalde wat er met haar ontwikkelingsgeld zou gebeuren, waardoor ze een sterke stempel op de Surinaamse samenleving heeft gedrukt.'
De draagkracht voor de onafhankelijkheid kwam binnen Suriname vooral van de intellectuele stadscreolen, een minderheidsgroepering. Dat waren de mensen die in Nederland hadden gestudeerd, waar ze hoorden dat een kolonie niet meer kon. Jansen van Galen zegt dat andere bevolkingsgroepen niet al te enthousiast waren. ‘De stadscreolen wilden een eigen Suriname, maar de Hindoestanen, de grootste bevolkingsgroep in Suriname, waren ertegen. Zij zagen hoe het na de dekolonisatie van buurland Guyana verkeerd ging. Daar ontstonden na de onafhankelijkheid spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen, iets waar de Hindoestanen in Suriname ook bang voor waren. Later zou dit scenario bewaarheid worden.'


