Sergio de la Fuente van Bentem
Genetische modificatie, waar ik me mee bezighoud, is enorm in ontwikkeling. Veel mensen vinden het een beetje eng klinken; ze denken dat we planten essentieel veranderen en op termijn alles kunnen maken wat we willen. Dat is beslist niet zo. Moleculair biologen veranderen heel weinig aan een plant. Wij proberen een plant zo te verbeteren dat hij resistent wordt voor een bepaalde schimmel. Dat kon altijd al, met het kruisen van planten. Nu kan het vele malen sneller, omdat we betere technieken hebben. Maar het principe blijft hetzelfde.
Mijn eerste masterstage deed ik aan de UvA. Ik onderzocht de werking van een gen dat tomatenplanten resistent maakt tegen een bepaalde bodemschimmel. De stage beviel goed. Ik vond de sfeer prettig. En ik genoot van het doen van fundamenteel, wetenschappelijk onderzoek. Toch koos ik voor mijn tweede stage bewust voor een bedrijf. Zo kon ik een goede vergelijking maken. Bij een biotechnologisch bedrijf in Wageningen deed ik ook onderzoek. Ditmaal naar genexpressie: op welke manier kun je onderzoeken welke genen ‘aan' staan, dus tot expressie komen, en welke niet. Ik merkte dat onderzoek voor een bedrijf meer is toegepast dan op de universiteit en dat je als onderzoeker minder vrijheid hebt. De universiteit ligt me beter.
