Charlotte - saaie wetenschapper

"Maar wat kún je dan met natuurkunde?" verzuchtte mijn huisgenootje studente Theaterwetenschappen laatst. "Je wilt toch niet zo'n gekke professor worden en alleen maar de hele dag dingen laten ontploffen?" Ze hield zich Oost-Indisch doof op mijn wedervraag wat je in vredesnaam met theaterwetenschappen kan worden. De hele dag rondneuzen in stoffige archieven? Met haar astma nog wel? Ze ging hier niet op in maar keek mij vragend aan. Ik zag genoodzaakt haar vraag te beantwoorden en mijn studie te verdedigen.

"Nou, eigenlijk kun je alles worden" legde ik uit. "Je leert namelijk heel slim en logisch nadenken. Natuurkunde is heel creatief want je moet je hersens in allemaal kronkels wringen. En iedereen wil mensen in dienst hebben die heel slim en creatief zijn en hun brein in rare bochten kunnen wringen!". Ze keek me enigszins wantrouwend aan. Ze leek het niet erg op te hebben met mensen met rare kronkels in hun hersenen. "Hm. Oké." Zuchtte ze. "Maar je gaat geen rare professor worden die dingen laat ontploffen hè?". Ik schudde heftig met mijn hoofd en riep hard "Je ziet me toch niet aan voor een saaie wetenschapper?" Gerustgesteld ging vriendin S. verder schrijven aan haar paper over de invloed van Aristoteles op Noord-Brabantse amateurtoneelverenigingen voor 50+ers. Ik rende snel naar mijn kamer voordat ze meer ingewikkelde vragen kon stellen. Want, eigenlijk weet ik het allemaal niet zo zeker meer.

Tot voor kort was het leven helemaal duidelijk voor mij. Natuurkunde is leuk, maar wetenschap is saai, zo had ik besloten. Dit op basis van gruwelverhalen van medestudenten die vertelden over promovendi die zich vier jaar lang storten op één integraal, die aan het eind van de vier jaar meestal onoplosbaar blijkt. "Daar gáát je leven", dacht ik dan. "Ha! Dat gaat mij mooi niet overkomen." Sinds vorige week wankelt mijn rotsvaste standpunt dat wetenschap saai is. Ik heb namelijk zelf een week meegedraaid in een onderzoeksgroep. Bij het Research Practicum in je tweede jaar ga je écht onderzoek uitvoeren, anders dan bij de practica tot nu toe. Die bestonden nogal eens uit het veelvuldig aan knoppen draaien van apparaten die uiteindelijk altijd stuk bleken te zijn. Bij het Research Practicum ga je elektronen fotograferen, of antigeluid maken, of zwevende supergeleiders bakken.

Dat laatste was aan mij en vriendin C. toebedeeld. Tijdens het practicum waanden wij ons voortdurend in een soort Harry Potter-wereld. Geheimzinnige grijze stofjes stampten we samen met behulp van een vijzel en onze blote handen. Urenlang moest het mengsel bakken in de oven en kwam het er ineens groen uit. Ondertussen liepen we tientallen kilometers door het natuurkundegebouw, want op elke verdieping zat weer een andere machine die we nodig hadden voor ons experiment. Met behulp van een soort handaangedreven drukpers - waar ik ernstig spierpijn in mijn armen van kreeg - persten we ons mengseltje samen tot kleine pilletjes. En uiteindelijk de totale magie: we konden een magneet boven onze supergeleider laten zweven.

Dit was natuurlijk allemaal heel vet, maar het meest gefascineerd was ik nog wel door het menselijke aspect van de wetenschap. Het blijkt dat je je als wetenschapper helemaal niet hoeft op te sluiten in een verduisterde kamer en mompelend in een hoekje formules hoeft uit te werken. Wetenschap bestaat uit samenwerken, vergaderen, lachen, organiseren, netwerken, op reis gaan, luisteren, genieten en hard werken.

En weet je lieve lezer.
Eigenlijk klinkt mij dit niet eens zo slecht in de oren.
Maar niet verder vertellen aan vriendin S. alsjeblieft. Want een saaie wetenschapper, nee hoor. Dat word ik nooit...

Zie ook

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica

6 februari 2013