'Gedwongen worden om op zoek te gaan naar efficiëntie en realistische doelen'
Universitaire Pabo van Amsterdam
Docent Francine Jellesma over de opleiding
Theorie vertalen naar praktijk
Ik ben docent bij de UPvA en zie elke week een vast groepje studenten. Samen met een collega vanuit de opleidingsschool help ik studenten om de theorie te vertalen naar de praktijk. Bijvoorbeeld: de studenten leren dat het goed is om in de rekenles gebruik te maken van een context. Hoe kunnen ze dan beoordelen of een leerkracht dat voldoende doet? Wanneer je als wetenschapper naar deze vraag kijkt, realiseer je je dat je de theorie goed moet kennen en begrijpen voordat je hier een beeld van kunt vormen. Een simpel voorbeeld van hoeveel is drie appels en nog twee appels erbij zal onvoldoende zijn voor een leerling als de context bedoeld is om de leerling te motiveren en inzicht te geven in het waarom van de som. Na verdieping in de literatuur en discussie met elkaar, maken de studenten een uitgebreide beschrijving van ‘het gebruik van voldoende context in de rekenles’ die opgenomen wordt in een observatie-instrument met andere kenmerken van rekendidactiek. Dit instrument wordt zorgvuldig ontwikkeld en uiteindelijk hebben de studenten een prachtig objectief meetinstrument om goed naar rekenlessen te kunnen kijken.
De praktijk is anders dan het boekje?
Als docent bij de UPvA probeer ik ervoor te zorgen dat studenten de theorie en wetenschappelijke vaardigheden verbinden met de praktijk. Het leuke is dat ik zie hoe de studenten hier plezier aan beleven en gedurende een collegejaar groeien in het ‘wetenschapper op de basisschool zijn’. Het is een uitdaging en het is me opgevallen dat veel UPvA studenten perfectionistisch zijn waardoor zij bij de opdracht ook telkens gedwongen worden om op zoek te gaan naar efficiëntie en naar realistische doelen. Zo leren zij niet alleen inhoudelijk, maar leren zij ook zichzelf als student kennen en vinden ze een leerstijl die bij ze past. Omdat ik veel contact heb met mijn studenten en hun producten tussentijds al regelmatig te zien krijg, kan ik hierop afstemmen. Wat daarbij ook mogelijk is, is om de studenten te laten ervaren hoe bepaalde vormen van onderwijs overkomen zodat ze die ervaring mee kunnen nemen in hun eigen lesgeven. Een concreet voorbeeld: het afgelopen jaar maakten de UPvA studenten zinnen waarin ze woorden gebruikten uit de opleiding om hun betekenis beter te begrijpen (bijv. door gebruik te maken van een longitudinaal onderzoek ontdekte de wetenschapper dat allochtone leerlingen hun taalachterstand in groep drie grotendeels hadden ingehaald). Vervolgens gebruikten sommige studenten deze methode ook in hun stageklas (bijv. Jonas vond het onaardig van Sterre dat ze zijn pet door de klas gooide).
Al deze processen zijn natuurlijk niet alleen prettig voor de studenten, maar maken het ook motiverend voor de docenten. Het laatste wat nog verder bijdraagt aan de motivatie van beiden, is de verbinding met de praktijk die het mogelijk maakt om zelfs al tijdens de opleiding steeds meer aan te sluiten op vragen die de scholen hebben. Toen ik laatst aan een schooldirecteur uitlegde dat een student zou willen onderzoeken hoe goed haar leerlingen het op de middelbare school doen, antwoordde ze: “Maar die vraag hebben wij al jaren!” En omgekeerd groeien de scholen in het zelf formuleren van vragen die zij voor de UPvA studenten hebben. Dat is mooi want dit maakt volgens mij dat zij straks de waarde van onze alumni pas echt goed zullen inzien.
-
mw. dr. F.C. Jellesma
Ga naar detailpagina
F.C.Jellesma@uva.nl
T: 0205251201
T: 0205251529
