Marijn van der Sluis, masterprogramma Staats- en bestuursrecht
"Docenten gaan graag de discussie aan over hun vakgebied en helpen studenten ook aan goede contacten."
Na het behalen van twee bachelors in Leiden, in rechten en politicologie, nam Marijn van der Sluis uitgebreid de gelegenheid om verschillende masteropleidingen te vergelijken. Het werd de master Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. 'Vooral vanwege de vrijheid in het vakkenpakket. Ik wist namelijk precies wat ik wilde: staatsrecht. Na het inleidende vak kon ik hier de staatsrechtvakken eruit pikken en mijn studie precies zo inrichten als ik wilde.'
Combinatie politiek en recht
Marijn heeft een passie voor de combinatie van politiek en recht. Hoewel hij vermoedt dat bestuursrecht beter in de arbeidsmarkt ligt, interesseerde hem vooral de staatsrechtelijke kant van de master. 'Het politieke spel, de discussies, dat boeit me. En recht is de vorm waarin het resultaat van die discussies gegoten wordt. Daarom is het handig vooraf te weten hoe het resultaat er juridisch uit kan gaan zien.' Na zijn studie is hij nauw betrokken bij het voorbereiden van wetsvoorstellen voor Tweede Kamerleden.
Gemakkelijk te benaderen docenten
Wat hij prettig vond aan deze masteropleiding, was dat de docenten gemakkelijk te benaderen zijn, dat ze open staan voor vragen en discussie. 'Bovendien zitten ze goed in hun vak.' Een vak dat hem bijzonder bij blijft was European Constitutional Law, waarin voor hem veel nieuwe kennis zat, maar vooral ook een nieuwe manier van denken, over Europa als constitutioneel systeem. 'In de EU-verdragen zitten absoluut elementen die constitutionele trekken hebben. Dat inzicht was nieuw voor me.'
Aankomende masterstudenten drukt hij op het hart eens met de docenten te praten: 'Zoek uit waar ze mee bezig zijn en kijk wat je voor hen kan doen. De docenten gaan graag de discussie aan over hun vakgebied en helpen studenten ook aan goede contacten.
Studentenparlement
Daarnaast adviseert Marijn om extra uitdagingen buiten de studie te zoeken. Zo is hij zelf actief geweest in het Studentenparlement. Dit was een leuke manier om meer contacten op te doen, zowel met medestudenten als binnen de afdeling. Uiteindelijk stond hij zelf te debatteren in de Tweede Kamer, maar in de aanloop daarnaartoe heeft hij zich acht maanden bezig gehouden met één klein onderwerp, waardoor hij heel diep in dat onderwerp kwam te zitten en via dat onderwerp veel aspecten van het staatsrecht afgegaan is. 'Die diepgang heb ik zeer gewaardeerd. In een studievak krijg je immers vooral de breedte van een onderwerp voorgeschoteld.'
Tot slot raadt hij masterstudenten in het algemeen aan om de schoolse houding die spreekt uit de vraag ‘Komt dit terug op het tentamen?’ achter zich te laten. 'De opleiding is leuker en interessanter als je goed voorbereid naar de colleges komt en echt de discussie in kan gaan. Als je het meeste uit je studie wil halen, moet je dat zelf doen.'
