Alumni vertellen: Nina Kuin

Welke master heeft zij gekozen?

Afgeronde bachelor en masters: bachelor Geschiedenis, master Cultuurgeschiedenis, master Boekwetenschap en Handschriftenkunde

Nina Kuin, alumna Cultuurgeschiedenis en Boekwetenschap & Handschriftenkunde, FGw, UvA Masterweek 28/10 – 4/11 2013

“Tijdens mijn bachelor Geschiedenis kwam ik erachter dat de negentiende-eeuwse literatuurgeschiedenis, Oost-Europese geschiedenis en vakken over de Nederlandse Gouden Eeuw de cultuur altijd mijn aandacht hadden. De keuze voor de master Cultuurgeschiedenis was daardoor vrij snel gemaakt. Tijdens deze studie werd ik gegrepen door de negentiende eeuw en specifiek de boekgeschiedenis in deze periode. De master Boekwetenschap en Handschriftenkunde was daarom een logische vervolgstap.”

Scriptie

“Mijn eerste scriptie, voor Cultuurgeschiedenis, schreef ik over het aanbod van boeken in verschillende kinderbibliotheken in Haarlem die tussen 1850-1920 geopend waren. Net als nu had iedereen in de negentiende eeuw een mening over wat goed was voor kinderen en wat niet. Volgens de negentiende-eeuwse critici was er zelfs een direct verband tussen wat er gelezen werd en het gedrag van kinderen. Het was dus van groot belang dat de jeugd de juiste literatuur tot zijn beschikking had. Elke stroming had een eigen bibliotheek en een eigen denkwijze over wat goed was en wat niet. Voor Haarlem heb ik de verschillen en overeenkomsten naast elkaar gezet.

Met mijn tweede scriptie bleef ik in de dezelfde eeuw. In deze scriptie heb ik gekeken naar het beroep van de vertaler in deze periode en specifiek naar het functioneren van de vrouwelijke vertaler. Was er in de negentiende eeuw een relatie tussen het feit dat vrouwen vertaalden en de inferieure status van de vertaling in het Nederlandse boekenvak? Kortgezegd: ‘Waarom waren zoveel vrouwen in de 19e eeuw vertaalster?’. Ik zocht het verband tussen de vraag waarom zoveel vrouwen vertaalden en de rol van de vertaling in het Nederlandse boekenvak.”

Conclusie

“Tot een harde conclusie ben ik niet gekomen. Wel is duidelijk geworden dat er erg veel vrouwen aan het vertalen sloegen in deze eeuw. Vermoedelijk was het een middel om toe te treden tot de overwegend mannelijke boekenwereld. Ook heb ik het eerste overzicht geschreven waarin een lijst met vertaalsters uit de negentiende eeuw is opgenomen en heb ik de rol van de vertaling in het algemeen op de boekenmarkt met cijfermateriaal onderbouwt.”

Na de studie

“De inhoud van mijn twee scripties komen gedeeltelijk terug in mijn werk. Ik werk namelijk in een boekhandel waar ik onder andere verantwoordelijk ben voor de kinderboekenafdeling. Nu speel ik dus eenzelfde rol als de negentiende-eeuwers die ik onderzocht heb in mijn eerste scriptie.”

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam

18 maart 2016