Verbeteringen

Het systeem van kwaliteitszorg aan de UvA vervult een aantal belangrijke functies. Wat de UvA belangrijk vindt, kan veranderen naarmate de omgeving andere eisen stelt. Middels het systeem van kwaliteitszorg wil de UvA er voor zorgen dat de universiteit de goede dingen blijft doen en onderzoeken of dingen beter kunnen of anders moeten.

Het gebruik van het systeem van kwaliteitszorg stelt de UvA in staat om te bepalen of de gewenste kwaliteit bereikt wordt. Ofwel: worden niet alleen de goede dingen gedaan, maar doet de UvA die dingen ook goed? Het is daarom belangrijk dat het systeem van kwaliteitszorg vanuit verschillende bronnen informatie geeft over de bereikte kwaliteit. De mogelijkheid van bijsturen is misschien wel de belangrijkste functie van het systeem. Zonder bijsturing immers geen kwaliteitsverbetering.

Daarnaast is het belangrijk dat het systeem van kwaliteitszorg integraal is en alle middelen omvat die ingezet worden om de gewenste kwaliteit van het onderwijs te bereiken. Ook moet er een goede samenhang zijn tussen die middelen. De taken en verantwoordelijkheden van verschillende medewerkers die betrokken zijn bij kwaliteitszorg moet goed op elkaar aansluiten. Dat geldt ook voor de afstemming tussen de verschillende niveaus in de organisatie. Ten slotte moet het systeem van kwaliteitszorg transparant zijn: inzichtelijk, goed vastgelegd en iedereen moet weten hoe het werkt. Dat geldt zowel voor interne als externe betrokkenen.

De PDCA-cyclus

De kern van de kwaliteitszorg bestaat uit de Plan-Do-Check-Act-cyclus (PDCA). Elk organisatieniveau heeft zijn eigen PDCA-cyclus. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen de instelling (CvB en RvT), faculteit, College of Graduate School, opleiding en een vak. De samenhang tussen de verschillende organisatieniveaus is weergegeven in de figuur hieronder.

PDCA

Op elk niveau binnen de universiteit - van Raad van Toezicht tot individuele docent - wordt aan de hand van de managementinformatie uit UvAdata en andere bronnen bepaald hoe de voortgang is van de gestelde doelen en/of het beleid de gewenste effecten heeft. Een zelfde bespreking gericht op verbetering vindt plaats naar aanleiding van de uitkomsten en aanbevelingen uit de accreditatierapporten, de resultaten van de nationale studenten enquête (NSE) en op basis van de uitkomsten van de onderwijsevaluaties.

Vervolgens wordt bepaald welke aanpassingen en verbeteringen noodzakelijk zijn. Dit gebeurt in alle Periodieke Overleggen, zoals tussen College van Bestuur en decanen van de faculteiten (twee keer per jaar) of tussen decanen en directeuren van de colleges en graduate schools.

De opleiding zelf speelt een essentiële rol in het proces van Onderwijsevaluatie. De opleidingscommissie (OC) en opleidingsdirecteur bespreken minimaal één keer per jaar de resultaten en doen aanbevelingen ter verbetering aan de directeur van het College of de Graduate School. De directeur geeft vervolgens in het jaarplan aan tot welke maatregelen en beslissingen deze adviezen van de OC hebben geleid. De adviezen kunnen betrekking hebben op één enkel vak of een docent, maar ook op een curriculum als geheel. Per faculteit wordt dit op verbetering gerichte proces beschreven in het facultaire Handboek Kwaliteitszorg.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam

19 augustus 2013