Onderzoek

Gepubliceerd op 11 maart 2010

Onderzoek uitgelicht: scheikundige Jocelyne Vreede

Foto: Bob Bronshoff

Jocelyne Vreede opent de deur van een halfverduisterde computerkamer op de vijfde verdieping van het Roeterseilandcomplex. Kasten met tientallen opgestapelde computers, de ventilatoren zoemen zacht. Ze wijst een schakeleenheid aan en het back-upsysteem. ‘Normaal kom ik hier zelden, hooguit twee keer per jaar.' Toch vindt een groot deel van Vreedes onderzoek plaats in deze kamer. Voor haar simulaties van ontvouwingen van eiwitten heeft ze namelijk rekenkracht nodig, veel rekenkracht.

Foto: Bob Bronshoff

Haar dagelijkse berekeningen stuurt ze vanaf haar computer op de zevende verdieping naar deze kamer. Ook koopt ze rekentijd in bij SARA op het Science Park: daar kan ze zelfs over 32 of 64 processoren tegelijk beschikken. ‘Ik maak berekeningen aan moleculen van dertigduizend atomen die in miljoenen stapjes van vorm veranderen. Dat kost wel wat rekenkracht.'

Terug op haar werkkamer opent ze vlot enkele presentaties en rekenprogramma's op pc en laptop. Toen ze aan haar studie Scheikunde begon, vertelt ze, had ze nog nooit achter een computer gezeten. ‘Ik wilde mijn werkstukken nog met de hand schrijven.' Een onderzoeksbaan met hele dagen modelleren zat destijds dan ook niet in de planning; het lab lonkte. Maar uit nieuwsgierigheid waagde Vreede zich ook aan wat vakken op het gebied van moleculaire simulaties. ‘Die vond ik meteen zo leuk dat ik er verder in wilde.'

Structuurveranderingen in eiwitten

Na haar promotie bij de onderzoeksgroep Microbiologie (SILS) ging ze als postdoc aan de slag bij de onderzoeksgroep Computational Physics and Chemistry (HIMS). Vreede wijdde zich er aan een bacterieel eiwit: Photoactive Yellow Protein, kortweg PYP. ‘Het gedrag van dat eiwit is een voorbeeld van het waarnemen van signalen op moleculaire schaal. PYP dient als een soort schakelaar, het kan schadelijk UV-licht detecteren en vervolgens andere reacties in gang zetten.' Dat gebeurt doordat de ruimtelijke structuur van het eiwit verandert, legt Vreede uit, en in de zogeheten signaaltoestand komt. ‘De sequentie van het eiwit was natuurlijk bekend, en met verschillende experimenten was al bepaald hoe het eiwit ruimtelijk gevouwen was.' Ze laat een tekening van het gevouwen molecuul zien en wijst op de regio die het UV-licht absorbeert, binnenin het eiwit. Als het eiwit echter in de signaaltoestand staat, heeft die groep zich verplaatst naar de buitenkant. Vreede ontcijferde hoe die overgang precies in zijn werk gaat.

Force Field

Daarvoor begint ze met een nauwkeurige theoretische beschrijving van het eiwit, vertelt ze. Om te beginnen worden massa, snelheid en positie van alle atomen van het molecuul gedefinieerd. Dan volgen de interacties. ‘Als je een set deeltjes hebt, "voelen" die elkaar als het ware. Ik beschrijf alle bindingen, onder welke hoek de atomen zich van elkaar bevinden en welke torsiekrachten daarbij spelen. Dan verwerkt ze ook nog de elektrostatische interacties - positief geladen deeltjes stoten elkaar af, positief en negatief trekken elkaar aan -  en de vanderwaalsinteracties, die snel zwakker worden met grotere afstand.' Daarmee bouwt Vreede een model dat ze een force field noemt: een uitgebreide set van interacties tussen de deeltjes in het molecuul. 

Met een paar muisklikken verschijnt een voorbeeldmolecuul op haar scherm, opgebouwd uit gekleurde bolletjes die de atomen voorstellen. Ze wijst een peptidebinding aan, waarin een stikstofatoom en zuurstofatoom beiden aan een koolstofdeeltje gekoppeld zitten. De hoek tussen die twee heeft een bepaalde evenwichtswaarde, waarbij de interactie-energie het laagst is, vertelt Vreede. Andere constellaties hebben een hogere interactie-energie. Het force field is een lijst van al dit soort interacties. Voor eiwitten zijn al lange lijsten opgesteld met die krachten, vervolgt ze, veelal bepaald in quantumchemische berekeningen en experimenteel bepaalde waarden. 

De complete ontvouwing van PYP gebeurt in milliseconden (10 tot de -3e). Het modelleren van de structuurveranderingen met behulp van het beschreven force field gaat in stapjes van twee femtoseconden (10 tot de -15e). ‘Dat betekent dat ik dus ongeveer 10 tot de 11e rekenstappen nodig zou hebben om de hele ontvouwing te reconstrueren. Dat schiet niet op, met 1 seconde per tijdstap zou het vijftienduizend jaar kosten om de berekening uit te voeren.'

Gelukkig, vertelt Vreede, bestaan er trucs om een reactie sneller te laten verlopen zoals bijvoorbeeld het instellen van een hogere temperatuur. Ze legt uit dat een ontvouwing als van PYP als het ware geactiveerd moet worden, waarbij vanuit een stabiele toestand een barrière overbrugd moet worden. Bij een hogere temperatuur wordt die drempel verlaagd, doordat de atomen dan veel beweeglijker zijn. Zo gaat de simulatie van de ontvouwing veel sneller.

Voor PYP maakte Vreede 64 ontvouwingssimulaties bij steeds andere temperaturen. Door op een slimme manier deze temperaturen met elkaar uit te wisselen, kon ze vervolgens reconstrueren hoe het molecuul er na ontvouwing bij kamertemperatuur uit zou zien. In het eindresultaat was de lichtactieve groep verplaatst naar de buitenkant van het eiwit en waren enkele helixen ontrold. Om zeker te weten dat deze conformatie klopte, deden andere onderzoekers nog experimenten met een mutant van het PYP-eiwit. Die bezit een veel stabielere signaaltoestand, waardoor Vreedes collega's het eiwit met een experimentele techniek konden bestuderen. De uitkomsten daarvan bevestigden dat ze de correcte conformatie van PYP te pakken had.

Foto: Bob Bronshoff

Beredeneerde gok

De grote vraag bleef echter hoe de ontvouwing precies verloopt. Daarvoor gebruikte Vreede Transition Path Sampling. Haar groepshoofd prof. dr. Peter Bolhuis ontwikkelde deze simulatietechniek toen hij ongeveer tien jaar geleden in Berkeley werkte. Startpunt is een reactiepad uit een andere simulatie, in dit geval een ontvouwing bij hoge temperatuur. ‘Dat is niet het echte reactiepad natuurlijk, maar wel een beredeneerde gok.' Vanuit een willekeurig punt in de overgang tussen de twee conformaties kunnen met dit reactiepad weer andere reactiepaden berekend worden. Het computerprogramma bewaart daarbij steeds die reactiepaden, die leiden tot de inactieve of signaaltoestand van het eiwit. Reactiepaden die nergens heengaan wijst het programma resoluut af. Met de succesvolle reactiepaden kunnen weer nieuwe gegenereerd worden, en weer nieuwe, tot een pad gevonden is dat de waarschijnlijke ontvouwing weergeeft.

Klik op het plaatje om het filmpje over signaaleiwit te bekijken.

Vreede laat een filmpje zien van de ontvouwing zoals ze die uiteindelijk construeerde. Het geeft de werkelijkheid vertraagd weer: de reactie duurt in totaal 5 nanoseconden. In de reconstructie maakte Vreede stapjes van 2 femtoseconden. De verschillende gekleurde onderdelen van het eiwit kronkelen over het scherm, tot de eerder gedemonstreerde signaaltoestand is bereikt. PYP is met 125 aminozuren voor simulaties een relatief groot eiwit, vertelt Vreede, waarvan de ontvouwing in meerdere stappen verloopt. Bovendien is het een biologisch relevant molecuul. Haar artikel over de ontvouwing haalde afgelopen januari dan ook de kolommen van het gerenommeerde tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Veni-subsidie

Na drie jaar PYP houdt Vreede zich inmiddels ook bezig met overgangen van andere biologische eiwitten, nog groter en complexer dan PYP. In 2008 ontving ze daarvoor een Veni-subsidie van NWO. Zo is ze bezig met zogeheten coiled coils: twee helixvormige eiwitten die om elkaar heen gewikkeld zijn. In een filmpje op haar computer laat ze een recente simulatie zien, waarin ze de twee helixen aan de bovenkant uit elkaar probeert te trekken. De helixen buigen, lijken even iets te ontrollen, maar blijven uiteindelijk hun vorm behouden en gaan niet uit elkaar. ‘Ik moet nog wat harder trekken', licht ze toe. Nog een weekje werk, dan heeft ze de simulatie wel rond, schat ze.

Dat een simulatie niet altijd meteen raak is, noemt ze logisch. ‘Ik kan bijvoorbeeld een bug in een programmaatje hebben, of een binding verkeerd hebben ingevoerd. Dat hoort net zo bij de wetenschap als fouten die je maakt in het lab.' Het modelleren heeft ze na al die jaren wel in de vingers, zegt ze. Maar belangrijker nog in haar werk is de theorie. ‘Je moet altijd in je achterhoofd houden wat de scheikundige werkelijkheid is. Logische stappen maken. Een simulatieprogramma is uiteindelijk nog steeds maar een middel.'

Auteur(s)


Bron: Communicatie FNWI
|