Onderzoek

Gepubliceerd op 21 september 2003

Expliciete erotische prikkels: het lijf reageert maar het gevoel zegt nee

dr. Ellen Laan

Mannen kunnen bij het opflikkeren van een gele lamp seksuele opwinding ervaren. Kwestie van conditionering. Bij vrouwen zijn erotische gevoelens minder gemakkelijk op te wekken. Ook als het lijf op seksuele prikkels reageert, wil dat lang niet altijd zeggen dat een vrouw ook opwinding ervaart. Een fascinerende discrepantie. Klinisch psychologe dr. Ellen Laan gaat er dankzij een Aspasia-subsidie eind vorig jaar meer onderzoek naar doen.

De Aspasia-subsidie van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is bedoeld om de positie van vrouwen in de wetenschap te verbeteren. Met de subsidie kon Laan, die als klinisch psychologe sinds 1989 aan de  UvA verbonden is, in 2002 als Universitair Hoofddocent (UHD) aan de slag. De UvA betaalt het extra salaris, NWO betaalt de salaris- en onderzoekskosten voor een vierjarig promotieonderzoek onder haar leiding. In haar UHD-onderzoek richt Laan zich op de hypothese dat het ervaren van seksuele opwinding door vrouwen mede wordt bepaald door sociale en situationele factoren. Een promovendus gaat onderzoek doen naar de vraag of de fysieke seksuele reactie van de vrouw kan worden geactiveerd zonder dat zij zich bewust is van seksuele prikkels.

Pionieren

Daarmee borduurt Laan feitelijk voort op onder meer het onderwerp van haar proefschrift (1994), dat de respons van vrouwen op expliciete erotische prikkels behandelde en dat van haar op slag een veel geciteerd psychologe maakte. Laan vindt het nog altijd een zeer tot de verbeelding sprekend onderzoeksgebied. ‘Het is een onderzoeksterrein waarin je nog kunt pionieren. Met de gedachte dat het lijf wel automatisch reageert op seksuele prikkels maar dat door vrouwen in lang niet alle gevallen ook een gevoel van seksuele opwinding wordt geregistreerd, kan ik de komende tien jaar nog vooruit. Om een extreem voorbeeld te noemen: het komt voor dat vrouwen die worden verkracht merken dat hun vagina vochtig is, terwijl ze gevoelens van afkeer en walging ervaren. Er zijn nog steeds rechters die deze reactie opvatten als een bewijs van instemming. Maar dat is echt onzinnig.’

Er is een aantal verklaringen geopperd voor de geringe samenhang tussen fysieke opwinding en seksuele gevoelens bij vrouwen. Variërend van meetfouten, anatomische verschillen die ervoor zorgen dat vrouwen genitale veranderingen minder gemakkelijk opmerken dan mannen en de hypothese dat vrouwen minder goed geleerd hebben hun lichamelijke seksuele reacties waar te nemen. ‘Je kunt er zelfs een aantal evolutionaire theorieën op loslaten,’ zegt Laan. ‘Seks is seks, maar ook nog veel meer. De fysieke respons van vrouwen kun je met goede wil kwalificeren als belangrijk voor het voortbestaan van de soort. En het was evolutionair gezien lange tijd ook handig dat vrouwen beter in staat zijn om seksuele opwinding te onderdrukken. Ze moesten nu eenmaal kieskeuriger zijn bij het kiezen van een partner, omdat ze maar een beperkt aantal kinderen kunnen krijgen.’

Responsmechanisme

Hoewel het bewust achterhouden van seksuele gevoelens door vrouwen niet helemaal kan worden uitgesloten, lijkt eerder onderzoek te suggereren dat vrouwen hun fysieke reacties minder goed kunnen waarnemen dan mannen. ‘Uit psychofysiologische studies naar seksuele opwinding bij vrouwen is gebleken dat de doorbloeding van de vagina toeneemt binnen enkele seconden na een expliciete erotische prikkel, zonder dat de vrouwen zich hiervan bewust zijn. Dat veronderstelt een sterk geautomatiseerd responsmechanisme waarbij bewuste cognitieve processen niet noodzakelijk een rol spelen. Het is mogelijk dat vrouwen seksuele prikkels onbewust analyseren en verwerken, en zo een fysieke reactie teweegbrengen. Ook al roept zo’n prikkel weinig of geen seksuele gevoelens op.

Zo’n mechanisme zien we bijvoorbeeld ook bij bepaalde emotionele prikkels, die zonder dat ze bewust worden verwerkt toch emotionele reacties kunnen oproepen. Uit een studie van öhman en Soares (1994) is gebleken dat mensen met fobieën sterke angstreacties kunnen vertonen na de sublimale aanbieding van foto’s, waarbij afbeeldingen zo kort worden aangeboden dat ze niet bewust kunnen worden waargenomen. Er is dus een categorie, waarschijnlijk evolutionair relevante, prikkels die het onderwerp zijn van een snelle onbewuste analyse. Het kan best zijn dat seksuele prikkels in deze categorie vallen.’

In eerder onderzoek ontdekte Laan ook dat een zogenaamd ‘vrouwvriendelijk’ erotisch filmfragment bij vrouwen een even sterke genitale respons opwekt als een meer op mannen gericht erotisch filmfragment. De vrouwen rapporteerden echter meer seksuele opwinding en minder negatieve emoties bij het ‘vrouwvriendelijke’ fragment (Laan, Everaerd, Van Bellen & Hanewald, 1994). Laan: ‘Dat zou erop kunnen wijzen dat de seksuele gevoelens van vrouwen sterker dan die van mannen worden gevormd door  culturele, sociale en situationele omstandigheden. Mogelijk leidt zo’n vrouwvriendelijk fragment bij vrouwen tot een grotere bereidheid om de seksuele informatie te verwerken. Een bewuste evaluatie van erotische filmfragmenten in termen van leuk, aangenaam versus niet leuk, onaangenaam bleek een goede voorspeller van gerapporteerde seksuele gevoelens. Het lijkt daarom aannemelijk dat de situatie en sociale factoren  – veilig of onveilig, seks in een liefdesrelatie of one-nightstand - seksuele gevoelens bij vrouwen vrij sterk kan beïnvloeden.’ 

De rol van het expliciet geheugen

De veronderstelling is dus dat bij vrouwen perifere feedback (sensaties uit de genitalia) minder sterk bijdragen aan gevoelens van seksuele opwinding dan bij mannen. Elke studie in het onderzoek zal daarom een vergelijking zijn tussen mannen en vrouwen, zegt Laan. ‘In het UHD-deel van het onderzoek variëren we steeds de situatie waarin de seksuele prikkels worden aangeboden, waarbij de ‘explicietheid’ van de seksuele prikkel constant blijft. De verwachting is dan dat bij zowel vrouwen als mannen de genitale respons niet varieert per ‘situatie’ - die is immers afhankelijk van de ‘explicietheid’ van de stimulus - maar dat er wel een genderverschil optreedt in de rapportage van seksuele gevoelens per situatie.’

OIO Frederik Mijnhardt gaat onder leiding van Laan onderzoeken wat de bijdrage is van het expliciet geheugen aan het ervaren van seksuele gevoelens bij mannen en vrouwen. Het idee is dat de ervaring van seksuele gevoelens afhangt van wat er aan seksuele betekenissen opgeslagen is in het geheugen. Het principe dat het expliciet geheugen noodzakelijk is voor de ervaring van seksuele opwinding wordt geacht niet te verschillen voor mannen en vrouwen. Maar welke informatie is opgeslagen in het expliciet geheugen (bijvoorbeeld overwegend positief, gemengd, of overwegend negatief) zal wel verschillen voor mannen en vrouwen. Laan: ‘Frederik zal studies uitvoeren waarin de rol van het expliciet geheugen wordt uitgesloten, en studies waarin de rol van het expliciet geheugen wordt versterkt. Hij is begonnen met onderzoek naar de vraag of de genitale respons kan worden geactiveerd zonder dat men zich bewust is van de aanwezigheid van seksuele stimuli. Dat bereik je door een bepaalde manier van conditioneren,  zodanig dat de bijdrage van het expliciet geheugen aan het ervaren van seksuele gevoelens wordt uitgesloten.’

De rol van het expliciet geheugen in het ervaren van seksuele gevoelens zal nader worden bestudeerd door Laan cum suis. Naarmate de bijdrage van het expliciet geheugen groter is, bijvoorbeeld in de situatie waarin proefpersonen de opdracht krijgen om zich in te leven in de seksuele handeling en zich voor te stellen dat zij de handeling daadwerkelijk zelf uitvoeren, zullen er sterkere seksuele gevoelens worden gerapporteerd, vermoedt Laan. ‘Als de betekenissen die in het geheugen zijn opgeslagen overwegend negatief zijn, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij mensen met traumatische seksuele ervaringen, zal de emotionele ervaring, bij gelijkblijvende genitale respons, ook negatiever zijn.’

Bron: UvA Persvoorlichting
|