Honorair hoogleraren van de UvA

Vanaf 2001 kent de Universiteit van Amsterdam de bijzondere positie van honorair hoogleraar. De titel van honorair hoogleraar aan de UvA, die in beginsel voor het leven is, is voorbehouden aan wetenschappers die als (emeritus) hoogleraar verbonden zijn aan een instelling voor wetenschappelijk onderwijs of onderzoek en die zich op wetenschappelijk gebied zeer onderscheiden hebben.

Van de honorair hoogleraar wordt verwacht dat hij of zij met enige regelmaat gastcolleges geeft of voordrachten houdt, dan wel een bijdrage aan het onderzoek levert. Uitgangspunt daarbij is verdere bevordering van de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek aan de UvA.

Daarin ligt meteen ook het belangrijkste onderscheid met de titel van eredoctor: van een eredoctor worden geen bijdragen verwacht en het eredoctoraat is niet rechtstreeks van belang voor het universitaire onderwijs en onderzoek. De honorair hoogleraren worden bij officiële en ceremoniële gelegenheden beschouwd als hoogleraar van de UvA en kunnen gebruikmaken van alle universitaire faciliteiten.

De UvA kent tot op heden 7 honorair hoogleraren:

Prof. Barry R. Bloom (1937)

Hoogleraar Immunologie en Infectieziekten en Dean van de Harvard School of Public Health; werd in 2001 tot honorair hoogleraar benoemd.

Bloom had al in het begin van zijn wetenschappelijke loopbaan belangstelling voor onderzoek naar infectieziekten. In het begin van de jaren zestig was hij mede-ontdekker van de lymfokines, die een belangrijke rol spelen in de regulering van de cellulaire immuunrespons, afstotingsreacties en bij het ontstaan van kanker. In 1991 ontving Bloom de eerste Bristol-Myers Squibb Award voor belangwekkend onderzoek op het gebied van de infectieziekten. Ook in 1998 (Novartis Award) en 1999 (Robert Koch Gold Medal) werd hij voor zijn werk onderscheiden. In 1996 verzorgde hij de Anatomische Les van het AMC over infectieziekten.

Prof. Charles A. Holt (1948)

Hoogleraar Political Economy aan de University of Virgina; werd in 2003 tot honorair hoogleraar benoemd.

Charles A. Holt is in het internationale veld een toonaangevend experimenteel econoom. Zijn werk kenmerkt zich door diversiteit en originaliteit en heeft vaak een interdisciplinair karakter. Holt streeft naar integratie van experimentele technieken in het onderwijs, zoals onder meer blijkt uit zijn columns in het tijdschrift Journal of Economic Perspectives, waarin hij handleidingen voor experimenten in de klas heeft besproken.

Prof. dr. Jonathan Irvine Israel (1946)

Hoogleraar Modern European History aan het Institute for Advanced Studies te Princeton; werd in 2003 tot honorair hoogleraar benoemd.

Prof. dr. Jonathan Irvine Israel heeft uitzonderlijk veel betekend voor de geschiedschrijving van het Nederland van de Gouden Eeuw. Zijn omvangrijke oeuvre onderscheidt zich door breedte, eruditie en analytische scherpte, en is grensverleggend. Hij heeft de aandacht gevestigd op de betekenis van de Nederlandse Republiek in de zeventiende en de eerste helft van de achttiende eeuw voor de economie, politiek, kunst, cultuur en geleerdheid in Europa. De door hem aangereikte nieuwe inzichten hebben het vakgebied de laatste vijftien jaar fundamenteel veranderd.

Prof. sir Michael L. Rutter (1933)

Emeritus hoogleraar Kinderpsychiatrie en hoogleraar Ontwikkelingspsychopathologie aan de University of London; werd in 2001 tot honorair hoogleraar benoemd.

Rutter is zonder twijfel een van de invloedrijkste kinderpsychiaters ter wereld. Die reputatie dankt hij vooral aan zijn empirisch onderzoek op het terrein van de kinderpsychiatrie, dat de hoeksteen vormde voor zijn in glasheldere stijl geschreven wetenschappelijke beschouwingen. Baanbrekend was onder meer het grootscheepse onderzoek dat in 1970 onder zijn leiding werd uitgevoerd op twaalf scholen voor voortgezet onderwijs in Londense volksbuurten. Deze studie gaf een bevestigend antwoord op de vraag of de soort school van invloed kan zijn op de leerprestaties van kinderen.

Prof. dr. Albert N. Shiryaev (1934)

Hoogleraar Stochastiek (kans- en waarschijnlijkheidsberekening) aan de Universiteit van Moskou; werd in 2002 tot honorair hoogleraar benoemd.

Shiryaev is een van de invloedrijkste en actiefste kansrekenaars ter wereld, met meer dan 180 publicaties en verscheidene standaardwerken op zijn naam. Shiryaev is lid van het befaamde Steklov Mathematisch Instituut, Honorary Fellow van de Royal Statistical Society (sinds 1986), corresponderend lid van de Russische academie van Wetenschappen (sinds 1997) en eredoctor aan de Albert-Ludwigs-Universität Freiburg (sinds 2001). De benoeming van professor Shiryaev tot honorair hoogleraar betekent een versterking van het onderdeel Stochastiek, een van de drie hoofd-onderzoeksprogramma’s van het Korteweg-De Vries Instituut voor Wiskunde van de UvA.

Prof. dr. Pamela Samuelson

Hoogleraar aan de University of California at Berkeley; werd in 2002 tot honorair hoogleraar benoemd.

Pamela Samuelson geldt internationaal als een van de meest vooraanstaande wetenschappers op het terrein van het informatierecht. Zij heeft veel gepubliceerd over auteursrecht en internet en is een prominent voorvechtster van de bescherming van de grondrechten (uitingsvrijheid, privacy) die door de opmars van de informatietechnologie worden bedreigd. Haar onderzoek is multidisciplinair van karakter, wat heeft geleid tot publicaties op zowel rechtswetenschappelijk als rechtseconomisch terrein.

Het onderzoek van Samuelson sluit nauw aan bij het onderzoeksprogramma van het Instituut voor Informatierecht van de UvA, waarmee zij goede banden onderhoudt. Zij neemt regelmatig deel aan door het instituut georganiseerde symposia, conferenties en andere onderzoeksactiviteiten.

Prof. dr. Martinus J.G. Veltman (1931)

Nederlandse natuurkundige, emeritus hoogleraar van de University of Michigan (Ann Arbor); werd in 2001 tot honorair hoogleraar benoemd.

Veltman ontving in 1999 de Nobelprijs voor Natuurkunde, samen met zijn voormalige promovendus Gerard 't Hooft. De prijs werd toegekend voor de opheldering van de quantum-structuur van de elektrozwakke wisselwerking: een wisselwerking tussen de kleinste bouwstenen van de materie, die onder andere ten grondslag ligt aan het verschijnsel radioactiviteit.

Veltmans contacten met de Universiteit van Amsterdam verlopen via het NIKHEF, waar de Universiteit van Amsterdam deel van uitmaakt via haar Instituut voor Hoge-Energiefysica.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam

18 januari 2017