Wetenschappelijke integriteit

Veelgestelde vragen

Wat wordt (in het kort) verstaan onder het schenden van wetenschappelijke integriteit?

  1. fingeren: het invoeren van fictieve gegevens
  2. falsificeren: het vervalsen van gegevens en/of het heimelijk verwerpen van verkregen onderzoeksresultaten
  3. plagiëren van (delen van) publicaties en resultaten van anderen
  4. het opzettelijk negeren en niet erkennen van bijdragen van andere auteurs is een vorm van wangedrag die verwant is aan het plegen van plagiaat
  5. het zich onterecht voordoen als (mede-)auteur
  6. het bewust verkeerd gebruiken van (statistische) methoden en/of het bewust verkeerd interpreteren van resultaten
  7. het begaan van verwijtbare onzorgvuldigheden bij het verrichten van onderzoek
  8. wangedrag van collega’s toelaten en verheimelijken.

Voor een uitgebreide toelichting op deze punten, zie Bijlage bij de Klachtenregeling.

Wat moet ik doen als ik een vermoeden heb van het schenden van wetenschappelijke integriteit?

U kunt uw klacht indienen bij de commissie, al dan niet via het College van Bestuur of de raadsman. De commissie beoordeelt de ontvankelijkheid van de klacht onder meer aan de hand van de volgende criteria:

a) duidelijke omschrijving van de (vermoede) schending van de wetenschappelijke integriteit door een of meer bepaalde medewerkers van de Universiteit van Amsterdam.

b) de daarop betrekking hebbende schriftelijke stukken of andere bewijsmiddelen.

Wordt mijn klacht vertrouwelijk behandeld?

De klacht wordt vertrouwelijk behandeld. Het indienen van een klacht kan voor de klager tot generlei nadeel, direct of indirect, leiden, tenzij de klager niet te goeder trouw heeft gehandeld. Hetzelfde geldt voor getuigen, deskundigen, vertrouwenspersonen of de commissieleden.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam

21 maart 2017