Onderzoek
Wetenschappelijke prijzen
De UvA heeft met name een lange onderzoekstraditie in de natuurwetenschappen, met Nobelprijswinnaars als Van ’t Hoff, Zeeman en Van der Waals. Spinozapremies, de ‘Nederlandse Nobelprijzen’, waren er voor prof. dr. Ed van de Heuvel (sterrenkunde, 1995), prof. dr. Johan van Benthem (logica, 1996), prof. dr. Ronald Plasterk (moleculaire biologie, 1999) en prof. dr. Daan Frenkel (macromoleculaire simulaties, 2000). Dat die traditie doorzet, bewijzen recente Spinozapremies voor natuurkundige prof. dr. Robbert Dijkgraaf, sterrenkundige prof. dr. Michiel van der Klis, wiskundige prof. dr. Lex Schrijver en letterkundige Joep Leerssen. En in 2011 ontvangen twee UvA-wetenschappers de prestigieuze Spinozapremie: communicatiewetenschapper Patti Valkenburg en natuurkundige Erik Verlinde. Zij ontvangen ieder 2,5 miljoen euro.

Patti Valkenburg (2011)
Prof. dr. P.M. (Patti) Valkenburg (1958), hoogleraar Jeugd en Media aan de UvA, doet grensverleggend onderzoek naar jongeren en de media. Zij ontwikkelde een uniek interdisciplinair vakgebied op de grenzen van de pedagogiek, psychologie en communicatiewetenschap. Valkenburg is de meest productieve en een van de meest geciteerde communicatiewetenschappers in Europa.
Valkenburg bestudeert onder andere de gevolgen van internetgebruik op het sociale leven van kinderen en tieners. Ook onderzoekt ze hoe mediagebruik, genetische aanleg, gezin en vrienden van invloed zijn op de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden, ADHD en agressie. Ook maatschappelijk is Valkenburg actief. Zo stond ze aan de wieg van de ‘Kijkwijzer’ en schreef ze meerdere boeken over jeugd en media, waaronder Vierkante Ogen en Beeldschermkinderen.
Valkenburg begon pas op haar dertigste met een academische studie (pedagogiek) aan de Universiteit Leiden, waar zij binnen twee jaar cum laude afstudeerde. In 1995 promoveerde ze – eveneens cum laude – aan de Universiteit Leiden. Sinds 1995 is Valkenburg verbonden aan de UvA, sinds 1998 als hoogleraar Jeugd en Media. In de twaalf jaar daarna heeft Valkenburg haar onderzoeksgroep uitgebreid van 1 (zijzelf) tot 22 onderzoekers, uitsluitend met extern verworven geld. Haar onderzoekscentrum Center of Research on Children, Adolescents, and the media (CCAM) is wereldwijd het grootste in zijn soort. In 2011 benoemde de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de UvA Valkenburg vanwege haar uitzonderlijke onderzoekskwaliteiten tot faculteitshoogleraar.

Erik Verlinde (2011)
Prof. dr. E.P. (Erik) Verlinde (1962) is hoogleraar Theoretische Fysica aan de UvA. Hij onderzoekt de bouwstenen van het heelal. Hij is een internationaal gevierd expert in de snaartheorie, een theorie die de zwaartekracht en de kwantummechanica samenvoegt. Referenten typeren Verlinde als creatief, vindingrijk en ambitieus.
Verlinde heeft een viertal grote doorbraken op zijn naam staan. Als jonge promovendus behaalde hij wereldfaam met zijn Verlinde-formule. Deze formule wordt inmiddels veel gebruikt door natuurkundigen en wiskundigen. Samen met zijn tweelingbroer Herman, Edward Witten en Robbert Dijkgraaf stelde Verlinde de Witten-Dijkgraaf-Verlinde-Verlinde-vergelijkingen op. Snaartheoretici gebruiken deze vergelijkingen bij hun berekeningen. In 2000 ontwikkelde Verlinde de Cardy-Verlinde-formule en onlangs baarde Verlinde opzien met zijn theorie om de zwaartekracht te verklaren. Verlinde stelt hierin dat zwaartekracht geen fundamentele kracht is, maar samengesteld is uit andere krachten. Als Verlinde’s zwaartekrachtstheorie klopt, heeft dat grote gevolgen voor ons denken over het universum en zijn ontstaansgeschiedenis.
Verlinde studeerde natuurkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij deed zijn promotieonderzoek in de Utrechtse groep van Bernard de Wit en Nobelprijswinnaar Gerard ‘t Hooft. Na zijn promotie in 1988 vertrok hij voor enkele jaren naar Princeton, het meest vooraanstaande instituut in zijn vakgebied. In 1993 trad Verlinde toe tot de permanente staf van CERN. De Universiteit Utrecht benoemde Verlinde in 1996 tot hoogleraar natuurkunde. In 1999 volgde een hoogleraarsbenoeming aan Princeton University. In 2003 werd Verlinde hoogleraar Theoretische Fysica aan de UvA.

Joep Leerssen (2008)
Joep Leerssen is hoogleraar Moderne Europese Letteren aan de UvA. Hij ontving de Spinozapremie 2008 onder andere voor zijn vernieuwende bijdragen aan de imagologie en Irish Studies, en zijn onderzoek naar cultuurnationalisme.
Leerssen heeft een indrukwekkende lijst publicaties op zijn naam over nationale stereotypen en over het verband tussen literatuur, historisch besef en nationalisme. De recente boeken National Thought in Europe: A Cultural History (2006) en Imagology (2007) vestigden blijvend zijn reputatie. Zijn publicaties vormden meermaals het startpunt voor vernieuwing in de beschreven vakgebieden. Leerssen beweegt zich in de voorhoede van de wetenschappelijke ontwikkelingen: zijn monografieën werden vaak eerst bekritiseerd, maar bleken niet lang daarna gezaghebbend te zijn in het veld.
Leerssen is daarnaast een van de stichters en vormgevers van het interdisciplinaire vakgebied Europese Studies, dat aan de UvA een succesvolle opleiding en productief onderzoeksprogramma heeft opgeleverd.

Lex Schrijver (2005)
Lex Schrijver (1948) is onderzoeker aan het Centrum voor Wiskunde en Informatica te Amsterdam en hoogleraar Discrete wiskunde en optimalisering aan de UvA. Schrijver ontvangt de Spinozapremie 2005 voor zijn voortreffelijke, baanbrekende en inspirerende onderzoek op het gebied van combinatoriek en algoritmiek, een vakgebied waarin men onder meer slimme oplossing zoekt voor problemen als: hoe verdeel ik frequenties over zendmasten voor mobiele telefonie, hoe rooster ik treinen zó in, dat er voldoende zitplaatsen zijn en hoe laat ik de verbindingen op een elektronische chip lopen?
Eén van Schrijvers verdiensten is dat hij boeken heeft geschreven ‘waar iedereen op zat te wachten’, waardoor een gebied dat 25 jaar geleden nog een collectie prachtige, maar vaak op zichzelf staande problemen en resultaten vormde, tot een vakdiscipline werd gesmeed. Van wereldniveau is het driedelige standaardwerk Combinatorial Optimization – Polyhedra and Efficiency (2003).

Michiel van der Klis (2004)
UvA-sterrenkundige prof. dr. Michiel van der Klis ontving een van de Spinozapremies 2004 voor zijn baanbrekende onderzoek aan de röntgenstraling van dubbelsterren. Dubbelsterren bestaan uit twee sterren die om elkaar draaien. Een klein percentage van zulke dubbelsterren bevat een neutronenster of een zwart gat. Dat zijn de twee meest extreme objecten in het heelal. Van der Klis bestudeert hoe materie beweegt in de sterke zwaartekracht van zulke objecten. Dat levert niet alleen gegevens op over de massa, straal en rotatiesnelheid van de sterren en zwarte gaten, maar biedt ook inzicht in de algemene relativiteitstheorie.

Robbert Dijkgraaf (2003)
Robbert Dijkgraaf is een van de winnaars van de Spinozapremie 2003. Dijkgraaf kreeg de prestigieuze prijs vanwege zijn sterk wiskundig georiënteerde bijdragen aan snaartheorie. Snaartheorie is het speerpunt in het theoretisch fysisch onderzoek naar de fundamentele wetten die ons universum regeren en de belangrijkste kandidaat voor een quantummechanische beschrijving van de zwaartekracht. Dat is nodig omdat de huidige theorieën, in het bijzonder de relativiteitstheorie, incompleet zijn.


