Promotie Uitgelicht: Jamie McLaren
Op 4 februari promoveert de van oorsprong Canadese Jamie McLaren aan de UvA. Tijdens zijn promotieonderzoek aan het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) onderzocht hij de vogeltrek. ‘Met simulaties kun je een goed inzicht krijgen in het gedrag van een vogel, maar uiteindelijk weet je nooit precies hoe de vogel van A naar B vliegt.’
Wat heb je onderzocht?
‘Ik wilde weten welke keuzes trekvogels maken als hun leefomgeving verandert. Ik heb individu-gebaseerde modellen ontworpen en geanalyseerd. Hiermee heb ik de trek gesimuleerd van onder meer de fitis, een Nederlandse vogel die in de herfst naar Afrika trekt om te overwinteren. Uit zowel modelresultaten als radarmetingen van lange afstand trekvogels blijkt dat de fitis niet genoeg tijd heeft om te wachten op gunstige windomstandigheden, zoals wind mee. Trekvogels die kleinere afstanden afleggen, kunnen dit wel. Scandinavische lijsters benutten gunstige windpatronen om de Noordzee over te steken naar Nederland. Dit bespaart tijd en energie. Tegelijkertijd bleek uit een analyse van gezenderde kleine mantelmeeuwen die regelmatig tussen Texel en Engeland op en neer vliegen dat ze net niet snel genoeg vliegen om optimaal energie en tijd te besparen.’
Wat zeggen deze vondsten?
‘Dat tijd- en energiebesparing een verschillende rol speelt onder trekvogels. Uit de simulaties blijkt namelijk dat mantelmeeuwen alles in huis lijken te hebben om optimaal met energie om te gaan, maar ze doen het niet. Met modellen kun je veel goede voorspellingen doen, zeker als je daarnaast ook gegevens van radars en GPS-systemen gebruikt, maar uiteindelijk weet je nooit precies hoe een vogel van A naar B zal vliegen.’
Kun je iets zeggen over de trekvogelstand?
‘Met veel soorten gaat het niet goed of ronduit slecht, door onder meer de opwarming van de aarde en het verlies van een geschikte leefomgeving. Vogels hebben een belangrijke waarde voor de biodiversiteit. Hoe meer we weten over welke keuzes vogels maken tijdens de trek en de daarbij komende kosten, hoe beter we ze kunnen beschermen. Bijvoorbeeld door rustplekken in stand te houden. Mijn modellen toonden aan dat deze van groot belang zijn.’
Hoe ben je bij dit onderzoek gekomen?
‘Vogels zijn naast de muziek mijn grote passie. Daarom sprak dit onderwerp me enorm aan. Al was het een flinke stap om te gaan promoveren. Ik werkte al veertien jaar als professionele cellist toen ik de vacature voor deze promotieplaats zag. Maar ik had er meteen een goed gevoel bij. Ik heb in Noord-Amerika wiskunde en oceanografie gestudeerd, en dit onderwerp sluit daar perfect op aan. Ik ging als het ware van ‘stromen water’ naar ‘stromen vogels’. Wel moest ik aan de universiteit even mijn draai vinden. Ik moest leren dat je prestatie niet alleen afhangt van goede resultaten maar ook van een heldere en nauwkeurige uitleg, terwijl als cellist je prestatie veelal op het moment wordt waargemaakt. Gelukkig is het allemaal goed gekomen.’
Wat ga je nu doen?
‘Ik ga voor een jaar als postdoc aan de universiteit van Delaware onderzoek doen naar verblijfpatronen en de gevolgen van extreme weersomstandigheden op trekvogels. Het laatste onderzoek wordt gefinancierd met geld dat President Obama beschikbaar heeft gesteld naar aanleiding van orkaan Sandy. Omdat mijn zoon dit jaar nog in Amsterdam het gymnasium afmaakt, zal ik tussen Amsterdam en Delaware op en neer reizen. Levensveranderingen en uitdagingen voor de boeg dus. Ik heb er zin in.’
Publicatiegegevens
J. McLaren et. al., Optimal orientation in flows: providing a benchmark for animal movement strategies. J. R. Soc. Interface:201411 20140588; DOI: 10.1098/rsif.2014.0588
