Science Research at UvA-VU: Dynamic Analysis Seminar
Praten over je onderzoek is belangrijk voor een wiskundige, maar een groep van vijf collega’s is daarvoor wat klein. Daarom schuiven UvA-onderzoekers elke twee weken samen met VU-collega’s aan voor een voordracht over dynamic analysis. ‘Er zitten geregeld twintig mensen in de zaal, dat is een mooie massa.’
Aan het woord is onderzoeker Han Peters van het Korteweg-de Vries Institute for Mathematics (KdVI), die namens de UvA het seminar organiseert. Dat vindt beurtelings plaats aan de De Boelelaan en op het Science Park. Peters: ‘Je moet het zo zien dat iemand 50 minuten voor een bord staat te vertellen, vaak met een krijtje formules opschrijvend, met af en toe vragen. Achteraf gaan we samen wat drinken.’
Op het seminar spreken VU- en UvA-onderzoekers over hun eigen werk, maar ook wiskundigen van andere instituten in Nederland of buurlanden worden uitgenodigd. De titel is met opzet breed gekozen, vertelt Peters. ‘Er valt veel in te passen: symplectische meetkunde, reële en complexe dynamica, toegepaste dynamica.’
Grote rijkdom
Dat onderzoek richt zich op hoe dingen veranderen in de tijd. Van heel abstract naar heel concreet, aldus Peters. Als voorbeeld vertelt hij over zijn eigen onderzoek: het itereren van polynomen. ‘Ik heb bijvoorbeeld een functie x²+5. Ik kan dan een getal voor die functie invullen, de uitkomst berekenen en de uitkomst opnieuw invullen, enzovoort. Dat geeft een baan van een punt die je bijvoorbeeld kan zien als een model voor de baan van een satelliet.’ In zijn werkelijke onderzoek werkt hij met polynomen die van meerdere variabelen afhangen. 'De banen van realistische praktijkmodellen zijn meestal zo ingewikkeld dat ze niet meer met zekerheid te beschrijven zijn. Wij kijken naar systemen die aan de ene kant zo rigide zijn dat ze precies begrepen kunnen worden, en aan de andere kant een grote rijkdom aan gedrag opleveren. Op dat raakvlak vind je interessante wiskunde.'
Onverwachte vragen
Peters kwam zes jaar geleden bij de UvA in dienst met een Marie Curie beurs, waarvan hij sprekers uitnodigde voor voordrachten. Aan de VU bestond iets soortgelijks, vertelt hij. ‘Daar heb ik zelf twee keer een lezing gegeven, toen vroegen ze me het te combineren. Dat leek me meteen een heel goed idee.’
Anders dan in veel andere wetenschapsgebieden werkt hij namelijk meestal niet direct samen met collega’s in Amsterdam, vertelt hij. ‘Het doel van de seminars is dus ook niet om samen te publiceren, al zou dat mooi zijn. Het is vooral heel goed met andere wiskundigen te praten over je werk.’ En in de gecombineerde groep VU- en UvA-onderzoekers zitten voldoende collega’s om vraagstukken vanuit verschillende insteken te benaderen, vervolgt hij. ‘Soms krijg ik vragen die ik niet verwacht; die kunnen me echt verder helpen.’
