Science Research at UvA-VU: Earth Surface Science
Bacteriën herstellen vervuild grondwater
Chemische stoffen in geneesmiddelen belanden in ons afvalwater en milieu. Gelukkig zijn er micro-organismen die deze schadelijke stoffen mogelijk kunnen afbreken. Hoe die bacteriën dat precies doen, wordt gezamenlijk onderzocht door de ondergroepen Earth Surface Science aan de UvA en Moleculaire celfysiologie aan de VU.
Stel je eens voor: wanneer je naar buiten gaat en een hap grond opschept, zitten daar per gram zo’n één miljard bacteriën in van wel tienduizend verschillende soorten. En ook in grondwater bevinden zich miljoenen verschillende soorten bacteriën. En deze micro-organismen hebben een belangrijke klus te klaren: onze (chemische) troep opruimen. Want de geneesmiddelen die wij gebruiken, komen via urine in het (grond)water terecht. ‘Nu al kun je de stoffen voor een epilepsiegeneesmiddel meten in het grondwater,’ vertelt dr. Wilfred Röling (Moleculaire Celfysiologie, Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen aan de VU).
Afbreken
‘De geneesmiddelenindustrie maakt op grote schaal nieuwe chemicaliën voor medicijnen en het is belangrijk om te weten of de stoffen die zij gebruiken biologisch afbreekbaar zijn. Het is misschien een mooie stof voor een geneesmiddel, maar als het in het milieu terechtkomt raak je het nooit meer kwijt. Dan komt het in het grondwater terecht en uiteindelijk drink je die stoffen gewoon op,’ licht Röling toe.
In het onderzoek, in samenwerking met John Parsons (Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics), willen ze bekijken hoe snel micro-organismen zich aan zulke vervuilende stoffen kunnen aanpassen en in hoeverre ze in staat zijn het af te breken.
Krachten bundelen
Om dergelijke processen te onderzoeken, worden monsters van een afvalwaterzuiveringsbedrijf bestudeert in het lab. ‘Hierbij gebruiken wij een nieuwe techniek waarbij je continu water toevoegt aan de bacteriën, in plaats van eenmalig een bepaalde hoeveelheid. Op die manier gebruik je een systeem dat het meest lijkt op de natuurlijke leefomgeving van micro-organismen,’ aldus Röling.
Het onderzoeksteam van de UvA focust zich op de veranderingen bij de stoffen in de geneesmiddelen die worden toegepast, en het team van de VU kijkt vanuit de micro-biologische hoek. Ze onderzoeken welke soorten micro-organismen er aanwezig zijn en op welke wijze de afbraak van vervuiling plaatsvindt.
De samenwerking tussen Röling en Parsons heeft een voorgeschiedenis. ‘In 2002 deden we al een gezamenlijk onderzoek en het onderlinge contact is altijd gebleven. Hun expertise ligt meer op het gebied van Milieuchemie en wij zijn sterk in de microbiologie. Ik hoop dat ons recente onderzoek ook in de toekomst tot meer samenwerkingen zal leiden.’
