Promotie uitgelicht: Magdalena Julkowska

13 april 2015

Op 30 april promoveert Magdalena Julkowska (1986) aan de UvA. Tijdens haar promotieonderzoek aan het Swammerdam Institute for Life Sciences (SILS) kwam zij meer te weten over hoe planten op zout reageren. Met deze kennis komt het verbouwen van landbouwgewassen in zoute gebieden een stapje dichterbij.

Magdalena Julkowska SILS

Magdalena Julkowska. Foto: UvA

Wat heb je gedaan? 

‘Ik heb gekeken naar hoe planten reageren op grote hoeveelheden zout in de bodem. De bodem bevat altijd zouten zoals kalium en natriumchloride. Planten hebben deze zouten in kleine hoeveelheden nodig, maar een teveel is giftig. Dat zorgt onder meer voor vertraagde groei omdat zout fotosynthese en dus energieproductie verhindert. De ene plant kan beter tegen zout dan de andere. Ik wilde weten waardoor deze verschillen worden veroorzaakt. Als we weten wat planten zoutresistent maakt, kunnen we uiteindelijk mogelijk landbouwgewassen zoals gerst en tarwe maken die in zoute gebieden kunnen groeien waar nu geen voedsel kan worden verbouwd.’  

Hoe heb je dat onderzocht? 

‘Op 40 verschillende plaatsen in Nederland heb ik Arabidopsisplanten (zandraket) verzameld en de zoutconcentraties van de bodem bepaald. Vervolgens heb ik in het laboratorium zaden van de planten opgekweekt en hun zoutresistentie gemeten. Hieruit bleek dat planten die op zoutrijke plekken groeien, toleranter zijn. Daarnaast heb ik een grotere populatie van Arabidopsisplanten bestudeerd die over de hele wereld was verzameld door andere wetenschappers. Hierbij heb ik specifiek gekeken naar wortelontwikkeling in zoutstress. Ik heb een sterke aanwijzing gevonden dat Arabidopsisplanten met veel en korte zijwortels beter bestand zijn tegen zoutstress. We vermoeden dat de moleculaire processen die zorgen voor vertraagde zijwortelgroei betrokken zijn bij zouttolerantie in latere stadia van zoutstress.’ 

Wat kun je met deze kennis? 

 ‘Als je weet welk gen ervoor zorgt dat een plant zouttolerant is, dan kun je dat gen inkruisen in bestaande rassen van landbouwgewassen. Zo kun je zouttolerante rassen maken die in de zoute gebieden kunnen groeien. Dan kun je bijvoorbeeld gerst, tarwe of tomaten kweken met zeewater dat deels ontzout is. In Nederland is zoutstress niet zo’n groot probleem; er is zoet water genoeg. Maar dat is uitzonderlijk. Op veel plekken in de wereld is de bodem te zout om onze favoriete gewassen te laten groeien. Omdat er vroeger een zee lag bijvoorbeeld, zoals in grote delen van Australië. In vervolgonderzoek willen we hierom de genen vinden die verantwoordelijk zijn voor de zouttolerantie.’ 

Je zit nu in Saoedi-Arabië, wat doe je daar? 

‘Ik werk sinds kort als postdoc aan de King Abdullah University, ook weer aan de zouttolerantie van Arabidopsis. Mogelijk ga ik straks over op rijst. Mijn huidige professor Mark Tester gaf een presentatie aan de UvA toen ik net met mijn PhD was begonnen. Hij vertelde dat hij in Saoedi-Arabië een eigen lab zou oprichten en vroeg me om na mijn promotie bij hem te komen werken. Ik heb flink getwijfeld. Ik vroeg me af of ik in Saoedi-Arabië een normaal leven zou kunnen leiden. Maar afgelopen mei ben ik er geweest en toen zag ik hoe mooi de campus is en hoe goed de faciliteiten zijn, al is de universiteit nog maar vijf jaar oud. Ik heb het nu enorm naar mijn zin. De mensen zijn erg aardig en gedreven. Ik ben erg blij dat ik daar nu deel van uit kan maken.’

Tekst: Carin Röst

 

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica