UvA-fysici succesvol in FOM Vrije Programmaronde 2014
Het voorstel 'Higgs as a probe and portal' van UvA-hoogleraar Eric Laenen is gehonoreerd in de Vrije Programma-ronde van Stichting FOM. In deze subsidieronde werden ook vijf andere voorstellen gehonoreerd, waaronder een voorstel waarin UvA natuurkundigen dr. Jan Pieter van der Schaar en dr. Ben Freivogel participeren.
'Higgs as a probe and portal'
De ontdekking van het higgsboson in 2012, door de ATLAS- en CMS-experimenten in CERN, was de kroon op het standaardmodel. Tegelijk opende de ontdekking een deur naar nieuwe inzichten: er resteren fundamentele vragen over het universum die het standaardmodel niet verklaart. Vragen zoals: Is het heelal wel stabiel? Waarom is de antimaterie uit het heelal verdwenen? Waren de kernkrachten en het elektromagnetisme ooit één kracht?
Het onderzoeksprogramma van UvA-hoogleraar Laenen en collega's, ingebed in de Nikhef theoriegroep, gaat op zoek naar deze fysica, met het higgsboson als poort. Zij doen dit vanuit een theoretisch perspectief, maar in nauwe samenwerking met collega’s van de ATLAS- en LHCb-experimenten. Het totale budget voor het programma is 2,1 M€.
Eric Laenen: "Met de nieuwe run van de LHC in aantocht liggen er geweldige kansen op nieuwe ontdekkingen. Via dit programma, gefocust op het higgsboson, en door onze samenwerking en expertise, kunnen we nu vooraan meedoen in de spannende zoektocht naar fysica voorbij het standaardmodel."
'Observing the big bang: the quantum universe and its imprint on the sky'
UvA fysici dr. Ben Freivogel en dr. Jan Pieter van der Schaar zijn medeindieners op een ander succesvol FOM programma getiteld 'Observing the big bang: the quantum universe and its imprint on the sky’. Dit programma zal worden uitgevoerd onder leiding van prof. Ana Achucarro (Universiteit Leiden) met daarnaast deelname vanuit Nikhef, de Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen. Het totale budget voor dit programma is 2,3 M€.
De huidige verdeling van materie (onder andere sterrenstelsels, gas en donkere materie) in het heelal is het gevolg van minuscule schommelingen in de dichtheid en temperatuur van het vroege hete heelal. Deze variaties in de kosmische achtergrondstraling zijn door de Planck-satelliet heel precies waargenomen. De bijzondere eigenschappen van deze variaties wijzen erop dat ze hun oorsprong vinden in quantumeffecten, die een fractie van een fractie van een seconde na de oerknal optraden. Het heelal maakte toen een korte periode van versnelde expansie door, kosmologische inflatie genaamd.
Dit onderzoeksprogramma wil de oorsprong en evolutie van deze quantumeffecten verder bestuderen en begrijpen. Hoe zijn de fluctuaties geëvolueerd? Op welke manier hebben ze geleid tot de verdeling van sterrenstelsels en andere structuren zoals die nu in het heelal aanwezig zijn? Deze kennis is van groot belang om de toekomstige observaties van de Euclid-satelliet aan de grote-schaalstructuur van het heelal te kunnen relateren aan de begincondities die gegenereerd zijn door kosmologische inflatie.
Programmaleider Ana Achúcarro : "De variaties in de achtergrondstraling en de verdeling van de materie in het huidige heelal zijn verschillende tijdsopnamen uit de geschiedenis van het heelal. Het zijn de fossiele lagen van het heelal. Als je weet waar je naar moet kijken, kun je daaruit reconstrueren wat er een fractie van een fractie van een seconde na de oerknal is gebeurd."
FOM ‘Vrije programma's’
De Stichting FOM heeft in totaal 12 miljoen euro toegekend aan zes nieuwe onderzoeksprogramma's. De onderzoeksgroepen gaan werken aan gebieden waarop de Nederlandse natuurkunde internationaal uitblinkt en waarvan het wetenschappelijk en maatschappelijk belang duidelijk aanwezig is. De Vrije FOM-programma's verenigen de beste onderzoeksgroepen op hun terrein in Nederland. In elk onderzoeksprogramma bundelen dé specialisten van de verschillende Nederlandse kennisinstellingen hun krachten. Daarmee realiseert FOM wat in het beleidsjargon 'focus en massa' heet: met een fors aantal van de beste onderzoekers in Nederland op nationaal niveau gecoördineerd werken aan een beperkt aantal uitdagende wetenschappelijke onderwerpen.
