Promotie uitgelicht: Clemens Heilmann

1 februari 2013

Op 15 februari promoveert Clemens Heilmann (1984) aan de UvA. Tijdens zijn onderzoek bij het Swammerdam Institute for Life Sciences (SILS) bracht hij de celwand van de ziekmakende Candida schimmel in kaart. Met deze kennis kan de schimmel beter worden opgespoord en dus sneller worden bestreden.

Wat is je opvallendste uitkomst?

‘De celwand van de Candida schimmel is stabieler dan we dachten. Dat gegeven maakt de opsporing van de schimmel gemakkelijker. Op de celwand van Candida albicans zitten tientallen eiwitten. Tot nu toe dachten we dat dat steeds wisselende eiwitten waren. Welke eiwitten de schimmel aanmaakt, hangt namelijk af van de omstandigheid waarin de schimmel zich bevindt. Groeit hij bijvoorbeeld op dat moment, of juist niet. Ik heb de eiwitten bekeken met behulp van massaspectrometrie. Met deze techniek identificeer je moleculen. Ik ontdekte dat 5 eiwitten op de celwand en 7 uitgescheiden eiwitten daarbuiten er altijd zijn. Deze vaste eiwitten kun je dus gebruiken om Candida te detecteren.’

Is de schimmel gevaarlijk?

‘Voor gezonde mensen niet. Ongeveer 80 procent van de mensen heeft Candida onder de leden. De schimmel bevindt zich in de slijmvliezen, zoals in de mond en in de darmen, en in de huid. Hij kan bijvoorbeeld vaginale infecties veroorzaken. Voor mensen met een lage weerstand zoals intensive-carepatiënten kan hij wel heel gevaarlijk zijn. Hij kan in het bloed belanden. Dan kun je binnen een week overlijden. De opsporing van de schimmel duurt nu 2 tot 3 dagen. Hoe korter we die opsporingstijd kunnen maken, hoe hoger de overlevingskans wordt. Misschien kan er straks ook een vaccin worden gemaakt dat zich richt op de vaste eiwitten die ik heb gevonden. Er bestaan wel al medicijnen tegen Candida. Maar het voordeel van een vaccin dat zich op de celwand richt, is dat het weinig bijwerkingen geeft omdat bij mensen de celwand ontbreekt.’

Hoe beviel het onderzoek doen?

‘Wat ik erg leuk vond, is dat ik in het FINSysB-samenwerkingsverband zat. Dat is een netwerk van verschillende Europese universiteiten waar onderzoek wordt gedaan naar schimmelinfecties. Een paar keer per jaar ging ik naar internationale conferenties. Ook kwamen mensen van andere universiteiten hier werken met onze massaspectrometrie-apparaten, omdat deze van erg goede kwaliteit zijn. Ik dacht met ze mee, en in ruil daarvoor kwam mijn naam op hun paper. Dat hielp allemaal enorm. Natuurlijk heb ook ik momenten gehad waarop ik alles tegen de muur wilde gooien. De truc is om dan niet op te geven maar gewoon door te gaan.’

Wat ga je nu doen?

‘Misschien ga ik verder onderzoek doen naar schimmels, maar de industriële kant trekt me ook. Het onderzoek aan de andere universiteiten die in het samenwerkingsverband zitten gaat door, dus ook als ik iets anders ga doen, wordt er op mijn resultaten voortgeborduurd. Nederland was goed om internationale werkervaring op te doen, en ik heb het erg naar mijn zin gehad. Maar waarschijnlijk ga ik terug naar Duitsland of een land daar in de buurt zoals Zwitserland. Ik mis het lekkere brood en de bergen.’

Auteur: Carin Röst

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica