Promotie uitgelicht: Gillian Kopittke

20 maart 2013

Op 3 april promoveert Gillian Kopittke bij het Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics (IBED). Ze ontdekte dat de bodem van de Oldebroekse heide veel zuurder en dus vervuilder is dan gedacht.

Wat is je opmerkelijkste resultaat?

‘Het zijn er twee. Ik heb geprobeerd de effecten van menselijk handelen op de Oldebroekse heide in Gelderland in kaart te brengen. Ik nam regelmatig monsters van water afkomstig van een diepte van dertig centimeter in de bodem. Deze heb ik vergeleken met monsters die collega’s gedurende de voorafgaande tien jaar hebben genomen. De pH daalde van 4.50 naar 3.85. In principe is dit een natuurlijk verschijnsel, maar de snelheid waarmee dit hier gebeurt, is opmerkelijk. De verzuring van de bodem houdt rechtstreeks verband met de hoeveelheid zure regen. De concentratie aan verzurende stoffen in de regen is dus nog veel te hoog.’

Wat is je andere conclusie?

‘Dat droge perioden deze verzuring van de bodem enigszins neutraliseren. Dat hebben we ontdekt door doeken over de heide te spannen zodat de regen werd tegengehouden. Het is interessant om te weten wat droogte doet omdat door de klimaatverandering droge perioden meer voorkomen. In de bodem bevinden zich zogeheten kationen, dat zijn stoffen die zure stoffen omzetten en zo de verzuring verminderen. Regen spoelt deze kationen weg. Door de droogte blijven meer kationen zitten, en neemt de verzuring af. Verzuring is schadelijk voor heideplanten en andere planten. De zure regen, die wordt veroorzaakt door de stikstofuitstoot door de landbouw en de industrie, neemt in Europa al jarenlang af, maar uit mijn onderzoek blijkt dat we er nog lang niet zijn. De stikstofuitstoot moet nog meer dalen.’

Fotograaf: Nina Ala-Fossi

Je zit nu in Australië, doe je daar vervolgonderzoek?

‘Nee, ik heb hier een nieuwe baan, bij BP. Ik ben Australische. Van oorsprong ben ik bodemwetenschapper, maar voordat ik naar Nederland kwam, werkte ik in Brisbane als consultant. Mijn man kreeg voor twee jaar een baan bij Schiphol en ik ben met hem meegegaan naar Amsterdam. Ik kon als vrijwilliger aan de slag bij het IBED, als ondersteuner van Albert Tietema. Na een paar maanden werd ik gevraagd dit promotieonderzoek te beginnen. Het onderzoek wordt overigens wel voortgezet door mijn begeleider Albert Tietema. Het project maakt deel uit van een Europees onderzoeksprogramma, dus ook aan andere universiteiten wordt het onderzoek vervolgd.’

Hoe kijk je op je promotietijd terug?

‘Ik vond het een geweldige periode. Ik had enorm veel vrijheid. Als consultant moest ik elk kwartier verantwoorden. Tijdens mijn promotie kon ik gewoon een week inplannen om iets nieuws uit te proberen. Nederland beviel ook goed. Waar ik alleen niet aan kon wennen, is het klimaat. De winters vond ik echt veel te koud. Het is hier in Brisbane nu om acht uur ’s avonds 23 graden Celsius, heerlijk. Maar Amsterdam vond ik een geweldige stad om te wonen. We hebben snel veel vrienden gemaakt. En je kunt er na een  feestje op de fiets naar huis, dat was een luxe. Hier in Brisbane is dat veel te gevaarlijk, want er zijn bijna geen aparte fietspaden.’

Auteur: Carin Röst

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica