Promotie Uitgelicht: Milena en Jelena Smolic

3 april 2013

Op 17 april promoveerden de zussen Milena (1982) en Jelena (1981) Smolic van het Institute of Physics (IoP). Ze ontwikkelden nieuwe formules die wellicht in de toekomst kunnen worden gebruikt om de vorming van zwarte gaten te omschrijven met behulp van het holografieprincipe.

Hoe krijgen jullie het voor elkaar om op dezelfde dag te promoveren?

J: ‘Het overkwam ons eigenlijk. Vanaf onze master deden we vrijwel alles samen. We studeerden aan de University of the Witwatersrand in Johannesburg, Milena zat een jaar onder mij. In het laatste jaar van mijn master physics ging mijn eindproject niet goed. Toen Milena aan haar eindproject begon, vroeg mijn begeleider of ik met haar project mee wilde doen. Dat heb ik gedaan. Daarna hebben we samen een open sollicitatie naar het IoP gestuurd voor een baan als promovendus en werden we allebei aangenomen.’

M: ‘In de natuurkunde is het niet uitzonderlijk om als duo te werken. Je hebt bijvoorbeeld de zussen Melanie en Katrin Becker, beiden hoogleraar theoretische fysica aan de Texas A&M Universiteit. En natuurlijk ook Erik en Herman Verlinde.’

Wat hebben jullie onderzocht?

M: ‘Algemeen gezegd proberen we de zwaartekracht te begrijpen. Als we beter begrijpen hoe dat op het meest fundamentele niveau werkt, snappen we beter hoe de wereld in elkaar zit. Wij bekeken het holografieprincipe: stel je een universum voor dat lijkt op een stevige bal. Dit principe zegt dat het mogelijk is om alle verschijnselen binnenin te beschrijven met de vrijheidsgraden op de grens, het oppervlak van de bal. Binnenin speelt de zwaartekracht, maar op het oppervlak heb je geen last van de zwaartekracht. Daarom is dit principe zeer interessant voor het begrijpen van de zwaartekracht. Hoe kan een theorie met de zwaartekracht gelijk zijn aan een theorie zonder zwaartekracht? Door berekeningen uit te voeren aan beide kanten van dit principe, werkten we naar het begrijpen van systemen die uit evenwicht zijn, zoals de vorming van zwarte gaten. Dit zijn plekken in het heelal waaruit niets kan ontsnappen.’

Deden jullie al het werk samen?

M: ‘In het begin deden we bijna alles samen. Later gingen we meer onze eigen weg. Samen onderzoek doen heeft ons veel opgeleverd. We maakten berekeningen bijvoorbeeld altijd eerst apart, om ze daarna met elkaar te vergelijken. Zo konden we zien of het allemaal klopte. Het was ook handig om de fysica achter onze projecten te bespreken. Een paar papers hebben we samen geschreven. De verdediging van ons proefschriften doen we uiteraard wel apart.’

Worden jullie de nieuwe Melanie en Katrin Becker?

J: ‘Ik denk het niet. Ik ben in elk geval niet van plan om verder te gaan in de theoretische fysica. Het zou me nog een paar jaar kosten om dit onderwerp volledig te begrijpen. Ik wil mijn blik liever verbreden. Ik weet ook nog niet of ik überhaupt onderzoek wil blijven doen. Het is hard werken, vooral nadat je bent gepromoveerd. Een aanstelling is dan meestal tijdelijk.’

M: ‘Ik ben ook van plan een andere richting op te gaan. Het liefst zou ik iets met duurzame energie gaan doen.’

J: ‘In die hoek wil ik ook verder.’

Auteur: Carin Röst

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica