Promotie Uitgelicht: Niels Anders

17 oktober 2013

Op 31 oktober promoveert Niels Anders (1983) aan de UvA. Tijdens zijn promotieonderzoek aan het Institute For Biodiversity and Ecosystem Dynamics (IBED) ontwikkelde hij een manier om snel gedetailleerde analyses te maken van berglandschappen. De analyses kunnen worden gebruikt om bijvoorbeeld gevarenkaarten te maken.

Wat heb je onderzocht?

‘Ik heb met de computer visualisaties van het berglandschap in de Oostenrijkse deelstaat Voralberg gemaakt, waardoor je het landschap gedetailleerd kunt onderzoeken. De gegevens komen van een laser scanner (Light Detection and Ranging, LIDAR). Die schiet vanuit een vliegtuig duizenden lichtpulsen per seconde naar beneden, deels door de vegetatie heen. Een deel reflecteert en dat levert informatie op over de hoogte waarop een object of een landschapselement zich bevindt. Zo kun je een zeer gedetailleerd 3D model van het landschap maken. De techniek verbetert zich continu en er zijn steeds meer data beschikbaar. Maar soms zijn er gewoonweg te veel gegevens. Of ze beschrijven het landschap op een kleinere schaal dan waar je geïnteresseerd in bent. Met mijn methode groepeer ik de data in objecten. Vervolgens analyseer ik deze objecten semiautomatisch. De analyse is zo sneller te maken.’

Wat kun je met digitale landschapsanalyse?

‘Je kunt zonder het veld in te gaan uitvoerig het landschap bestuderen, zelfs op moeilijk te bereiken gebieden. Je kunt inzoomen en het hele landschap ronddraaien om het goed te bestuderen. Door een computeranalyse te maken van het landschap kun je daarna doelgericht locaties opzoeken waarvan je meer informatie nodig hebt. Zo kun je een groot gebied analyseren. Bijvoorbeeld om risico’s op aardverschuivingen of inzakkingen in te schatten. De lokale overheid in Vorarlberg en Liechtenstein gebruikt mijn resultaten om te bepalen welke gebieden moeten worden beschermd. Op basis daarvan beslist men waar bijvoorbeeld skipistes worden aangelegd. Je kunt ook gevarenkaarten maken die aangeven waar niet kan worden gebouwd.’

Hoe vond je het om aan de UvA te werken?

‘Het beviel erg goed. In de onderzoeksgroep ‘Computational Geo-Ecology’ wordt gewerkt aan uiteenlopende onderwerpen waarbij grote hoeveelheden geografische data verwerkt moeten worden. Hierdoor is veel kennis in huis over het omgaan met grote data sets. Voor specifieke kennis over mijn methodes moest ik soms zelf op zoek naar collega’s op conferenties. Gelukkig gaven mijn twee begeleiders me alle vertrouwen. Dat hielp enorm.’

Zie je uit naar de verdediging?

‘Zeker. Ik werk al een jaar als postdoc in Wageningen, en het was best zwaar om naast mijn werk aan mijn proefschrift te werken. In Wageningen werk ik nog steeds aan digitale landschapsanalyse, maar nu werk ik met gegevens die een klein radiografisch vliegtuig verzamelt. Het berglandschap is zo boeiend; geomorfologisch gezien gebeurt daar zo veel! Interessant vind ik ook dat de digitale landschapsanalyse volop in ontwikkeling is. Nu is nog maar een klein deel van de wereld ingemeten op een vergelijkbaar detail, maar over een jaar of tien tot vijftien hebben we waarschijnlijk de hele wereld in kaart gebracht. Dan gaan we meer en meer zien hoe onze wereld nou eigenlijk functioneert en kunnen we steeds beter inschatten hoe we deze het beste kunnen beschermen.’

Auteur: Carin Röst

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica