Promotie uitgelicht: Thijs Coenen
Op 20 november promoveert Thijs Coenen (1980) aan de UvA. Tijdens zijn onderzoek bij het Anton Pannekoek Instituut (API) ontdekte hij met de Low Frequency Array (LOFAR), een nieuwe radiotelescoop in Nederland, twee nieuwe radio pulsars. Hiermee toonde hij aan dat de LOFAR-telescoop prima gebruikt kan worden voor pulsar zoektochten.
Wat is een radio pulsar?
´Een radio pulsar is een snel ronddraaiende neutronenster die radiostraling uitzendt. Hij bevindt zich op vele lichtjaren verwijderd van de aarde en is erg compact. Een neutronenster weegt iets meer dan de zon terwijl zijn doorsnede maar ongeveer 20 kilometer is. Dat is dus veel massa geconcentreerd in een klein gebied. Daarom zijn in een radio pulsar de omstandigheden heel anders dan op aarde. De eerste radio pulsar is in 1967 ontdekt. Inmiddels zijn er zo´n 2000 bekend. Ze zenden flitsen radiostraling uit. LOFAR, waarvan het centrum bij Exloo in Drenthe ligt, kan deze straling waarnemen. De telescoop bestaat uit een groot aantal simpele antennes die met behulp van software tot een grote telescoop worden gevormd. LOFAR is ontworpen voor waarnemingen op lange golflengtes die ook door pulsars worden uitgezonden. Ik heb er twee nieuwe radio pulsars mee ontdekt.’
Was dat boven verwachting?
´Ja. Veel mensen dachten dat dit in het overbevolkte Nederland niet zou kunnen. De inwoners zouden met hun elektronica en apparaten de telescoop storen. Daar komt bij dat mijn onderzoek begon toen de telescoop in aanbouw was. Hierdoor waren er soms problemen. Dat ik nieuwe radio pulsars heb gevonden, is goed nieuws. Het geeft aan dat de LOFAR-telescoop goed gebruikt kan worden voor radio pulsar zoektochten, ook in Nederland. Zo kunnen we onze kennis van radio pulsars uitbreiden. We weten veel nog niet. Omdat we op aarde onmogelijk de omstandigheden in een neutronenster kunnen namaken, zijn we voor het onderzoek afhankelijk van telescopen.’
Hoe ging die ontdekking van de radio pulsars?
‘Ik heb twee grote pulsar zoektochten ondernomen. Eerst heb ik het noordelijke deel van de hemel afgezocht, en vervolgens een kleiner deel langs het vlak van de Melkweg in meer detail. Bij elk van beide onderzoeken vond ik tientallen al ontdekte pulsars en bij de tweede zoektocht zelfs twee nieuwe pulsars. Na de ontdekking heb ik daar wel wat op gedronken ja. Al ben ik ook wel eens de mist in gegaan. Ook op andere plekken wordt gezocht naar radio pulsars. De eerste keer dat ik een nieuwe radio pulsar had ontdekt, stuurde ik enthousiast een mail naar mijn collega’s. Vlak daarna bleek dat de Green Bank Telescoop uit West Virginia de radio pulsar net voor mij had ontdekt. Daarna werd ik wel voorzichtiger.’
Zijn de neutronensterren naar jezelf of naar iemand anders vernoemd?
‘Ze worden altijd vernoemd naar de hemelcoördinaten waar ze staan. De pulsars die wij ontdekt hebben, heten PSR J0140+5621 en PSR J0613+3731. Er zijn enkele pulsars die namen hebben, zoals de Krab pulsar omdat hij in de Krab nevel staat. Ik zou het ook niet durven een dode ster naar iemand te vernoemen. Een neutronenster is immers het overblijfsel van een ster die in een supernovaexplosie aan zijn eind is gekomen.’
Wil je na je promotie verder met radio pulsars?
‘Heel graag. Hoewel ik het enorm naar mijn zin heb in Amsterdam, ga ik misschien wel naar het buitenland. In Zuid-Afrika en in Australië worden nieuwe telescopen gebouwd. Daar zou ik graag aan meewerken. De pulsars die ik heb gevonden, zijn tamelijk gewoon. Maar we verwachten ook radio pulsars die rond een zwart gat draaien. Het zou het allermooist zijn als ik die zou ontdekken.’
Auteur: Carin Röst
