Promotie Uitgelicht: Bert van de Kooij

8 april 2014

Op 22 april promoveert Bert van de Kooij (1983) aan de UvA. Tijdens zijn promotieonderzoek aan het Swammerdam Institute for Life Sciences (SILS) en bij het Nederlands Kanker Instituut (NKI) kwam hij meer te weten over geprogrammeerde celdood in kankercellen.

Wat heb je bekeken?

‘Ik heb geprogrammeerde celdood, oftewel apoptose, in kankercellen onderzocht. Gezonde lichaamscellen kennen dit mechanisme. Het zorgt ervoor dat een cel die onherstelbare schade heeft opgelopen, bijvoorbeeld schade aan het DNA, zichzelf doodt. Celeiwitten zetten deze celdood in gang. Kankercellen hebben vrijwel allemaal een foutje waardoor deze schade niet meer leidt tot apoptose. Zo kunnen ze ondanks de schade toch overleven en uitgroeien tot een tumor. Sommige kankercellen hebben bijvoorbeeld heel hoge concentraties van het eiwit Bcl-B, dat apoptose blokkeert. Ik heb ontdekt dat de levensduur van dit eiwit wordt gereguleerd door ubiquitinatie. Ubiquitinatie is het markeren van een eiwit met het molecuul ubiquitine. Dit is voor de cel een teken dat het eiwit kan worden afgebroken.’

Wat kunnen we met deze kennis?

‘We kunnen het gebruiken om bestaande anti-kankertherapie te verbeteren, of zelfs nieuwe therapieën te ontwikkelen. In een andere proef heb ik een mutatie gemaakt in Bcl-B waardoor het niet meer wordt geubiquitineerd. Kankercellen die deze mutant Bcl-B hadden, bleken meer resistent te zijn tegen chemotherapie dan kankercellen met een ongemuteerd Bcl-B. Als we een manier vinden om ubiquitinatie van Bcl-B zo veel mogelijk aan te zetten, verhogen we dus mogelijk de effectiviteit van chemotherapie. Wellicht zou je op die manier apoptose weer kunnen aanzetten in kankercellen, om ze zo dood te maken.’

Voel je je thuis in het onderzoek doen?

‘Jazeker. Ik kan me niet voorstellen dat ik iets anders zou doen. Hoewel wetenschappelijk onderzoek erg uitdagend kan zijn. Je bedenkt een hypothese en bekijkt of die klopt of niet. Als het niet klopt, weet je misschien iets meer, maar meestal is die kennis niet publiceerbaar. Stel dat je auto raar doet, en je verwacht dat het door de carburateur komt. Als je die onderzoekt en ontdekt dat dat niet de oorzaak is, ben je geen stap verder. Zo is onderzoek doen soms ook. Hard werken betekent daarom niet altijd meer resultaten. Dat maakt het juist interessant.’

Dus je gaat in het onderzoek verder?

‘Ja. Eind mei vertrek ik samen met mijn vriendin, die dan ook net is gepromoveerd, naar de Verenigde Staten. Een paar maanden geleden hebben we vier plekken in Amerika uitgezocht waar we graag een postdoc zouden willen doen. Vervolgens zijn we overal langsgegaan om te praten. Het was lang spannend. We liepen niet altijd synchroon. Op een gegeven moment had ik iets lopen in Boston en San Francisco en mijn vriendin in San Diego en New York. Gelukkig is het uitgepakt op de best mogelijk denkbare manier: we gaan allebei een postdoc doen in Boston. Ik ga onderzoek doen naar kinases, dat zijn eiwitten in de cel die een chemische groep, een fosfaatgroep, op andere eiwitten plakken. Dit speelt een belangrijke rol in communicatie tussen eiwitten. Nu alleen nog ons huis in Utrecht verhuren en een woning vinden in Boston. Maar dat komt wel goed.’

Auteur: Carin Röst

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica