Promotie uitgelicht: Merrin Whatley

1 mei 2014

Op 13 mei promoveert de Nieuw-Zeelandse Merrin Whatley (1980) aan de UvA. Uit haar promotieonderzoek aan het Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics (IBED) blijkt dat het slecht gesteld is met de flora en macrofauna van het Noord-Hollandse polderlandschap.

Wat heb je gedaan?

‘Ik heb de sloten onderzocht van het veenlandschap ten noorden van Amsterdam. Ik heb gekeken naar de flora langs en in deze sloten en naar de macrofauna. Macrofauna zijn ongewervelde waterdieren die zichtbaar zijn met het blote oog, zoals slakken en insecten. Ik heb gegevens van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gebruikt en ook zelf monsters genomen. Hieruit bleek dat tussen 1990 en 2007 het gemiddeld aantal plantensoorten per sloot is gedaald van 14 naar 8. Het gemiddeld aantal soorten macrofauna daalde tussen 1985 en 2007 van 45 naar 22. In sommige sloten waren alleen nog muggenlarven en vlokreeften te vinden. Het was al bekend dat het slecht ging met de natuur in de polders, maar dat het zo slecht gaat, wisten we nog niet.’

Wat is er aan de hand?

‘Het water bevat te veel mineralen, zoals fosfaat en sulfaat. Deze stoffen dragen bij aan de afbraak van veen, en als gevolg van die afbraak komen er nog meer mineralen vrij. De veenafbraak is al eeuwen aan de gang door drainage, maar het versterkt oplossen van mineralen heeft ongekende consequenties. Er ontstaat troebel water en een dikke laag prut op de bodem van sloten. Planten en dieren kunnen hier niet tegen. De intensieve bemesting speelt een rol bij de versterkte afbraak, maar ook de sterke inlaat van rivierwater uit de Rijn en het maaibeheer van oevers. Hierdoor zijn de omstandigheden slecht geworden.’

Is je vinding slecht nieuws?

‘Aan de ene kant wel. Het is jammer dat het zo slecht gesteld is met de waterkwaliteit van de polders. Aan de andere kant is er ook goed nieuws: de oplossing is namelijk niet zo ingewikkeld. We hoeven niet anders of meer te managen, maar juist minder. Ik pleit voor zogeheten soft management. Natuurlijk kun je niet het hele polderlandschap laten overstromen alleen om een paar dier- of plantensoorten te laten overleven. Maar je kunt wel minder pompen en sommige sloten isoleren. In geïsoleerde sloten neemt de waterkwaliteit snel toe. Ook hoeven de slootkanten niet elk jaar te worden gemaaid, elke twee jaar is genoeg.’

Illustratie haft Caenis robusta

Het haft Caenis robusta, dat in de Noord-Hollandse sloten leeft. Illustratie: Nigel Upchurch.

Hoe beviel het promoveren?

‘Het was erg leerzaam. Je komt veel over jezelf te weten. Hoe je in verschillende situaties reageert bijvoorbeeld. Of ik in het onderzoek verder ga? Waarschijnlijk niet. Eerst ga ik een half jaar met mijn man reizen. Daarna gaan we weer terug naar Nieuw-Zeeland. Ik wil daar weer als ecologisch consultant aan de slag. Ik denk dat ik in deze baan de kennis van de effecten van intensief landmanagement op waterecosystemen die ik tijdens mijn promotie heb opgedaan goed kan gebruiken. In Nieuw-Zeeland zijn ook beheerde weilanden. De ecologie en de natuur als geheel blijft me boeien. Kijk bijvoorbeeld naar haften, oftewel eendagsvliegen. Dit zijn een van de eerste diersoorten die vanuit het water het land opkropen. Hoe zij zich steeds weer hebben kunnen aanpassen en er daardoor nog altijd zijn, dat verdient toch respect?’

Tekst: Carin Röst

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica