Promotie Uitgelicht: Priscilla Pani
Op 10 september promoveert Priscilla Pani (1986) aan de UvA. Tijdens haar promotieonderzoek aan het Institute of Physics (IoP) en Nikhef, het Nationaal Instituut voor Subatomaire Fysica, probeerde ze met behulp van de deeltjesversneller in Genève zogeheten top-squarks te vinden.
Wat heb je gedaan?
‘Ik heb met de Large Hadron Collider, oftewel de deeltjesversneller in Genève, gekeken naar quarks. Quarks zijn piepkleine deeltjes. Ze zijn onzichtbaar voor het blote oog. Er bestaan zes verschillende soorten. Ik heb gekeken naar de top-quark. Dit deeltje komt niet voor in de natuur, het kan alleen worden geproduceerd in een deeltjesversneller. Er is een theorie, de supersymmetrietheorie, die ervan uitgaat dat elke quark een partner heeft. Dit is de zogeheten squark. In de deeltjesfysica is er een standaardmodel, de huidige gangbare theorie, dat de krachten en interacties van materie beschrijft. Maar dit model bevat onvolledigheden. De supersymmetrietheorie vult deze onvolledigheden op. Om te achterhalen of deze supersymmetrietheorie echt klopt, heb ik geprobeerd de partner van de top-quark, de top-squark, te vinden.’
Hoe kun je squarks aantonen?
‘De deeltjesversneller brengt protonen met elkaar in botsing. Protonen zijn kleine subatomaire deeltjes. Bij de botsing vallen de protonen uit elkaar in nog kleinere deeltjes, waaronder quarks, en waarschijnlijk dus ook squarks. De squarks zijn onstabiel en vervallen ook weer in bekende deeltjes. Deze kun je meten met de ATLAS detector, een onderdeel van de deeltjesversneller. Ik heb de top-squarks in een gebied gezocht met een massa van 200 GeV tot 500 GeV. Hier heb ik ze niet gevonden. Eerst was ik heel teleurgesteld. Pas daarna besefte ik dat dit ook een resultaat is. Dat ik ze niet heb gezien, betekent niet dat top-squarks niet bestaan. Ze bevinden zich alleen niet in dit gebied. Ik ga hierna een postdoc doen in Stockholm. Hier gaan we onderzoeken of de top-squarks zich wellicht wel in een deel met een hogere massa bevinden.’
Hoe was het om met de deeltjesversneller te werken?
‘Enorm fascinerend. De deeltjesversneller in Genève is de meest krachtige deeltjesversneller ter wereld. De ATLAS detector, het onderdeel van de deeltjesversneller waar ik mee heb gewerkt, is erg groot, 44 meter lang en 25 meter in doorsnede. Hij ligt zo’n 100 meter onder de grond. Je kunt er normaalgesproken niet dicht bij in de buurt komen, want de omgeving is sterk radioactief. Ik had het geluk dat ik een paar jaar geleden toch heel dichtbij ben geweest. De machine werd tijdelijk stilgezet. Ik heb geholpen met schoonmaken en kon hem zelfs aanraken. Dat was een onvergetelijke ervaring. Het was ook erg leerzaam om te werken in een divers team. Mijn team bestond uit 15 mensen met uiteenlopende nationaliteiten. Hier heb ik van geleerd om dingen vanuit andere perspectieven te benaderen.’
Je komt uit Italië, ben je van plan om terug te gaan?
‘Dat is bijna onmogelijk als je in dit vakgebied verder wilt gaan, zoals ik. Als aio of postdoc is in Italië niet veel werk te vinden, zeker niet in de fundamentele wetenschap. Die plekken worden door de overheid wegbezuinigd. Daarom ben ik naar Amsterdam gegaan. Nikhef staat heel goed aangeschreven. Ik vond het een heel fijne plek om te werken, ik kan het iedereen aanraden.’
