Wetenschapper als hypotheekrentewaakhond
Maarten Pieter Schinkel, hoogleraar Mededingingseconomie en Regulering aan de UvA, spreekt bevlogen, bij vlagen verontwaardigd, over zijn onderzoek naar het prijsleidersverbod op de hypotheekmarkt voor Nederlandse staatsgesteunde banken.
Dit verbod van Eurocommissaris Kroes uit 2009 leverde de Rabobank, de enige grote bank zonder staatssteun, feitelijk een prijsmonopolie op. Hierdoor kon de bank zelf de marges bepalen, wat ertoe leidde dat sindsdien de winst op hypotheken flink is gestegen. Het plot is een combinatie van wiskundige economie en onderzoeksjournalistiek. Volgens Schinkel verklaren de prijsleiderschapsverboden in belangrijke mate waarom de marge op hypotheken in Nederland in het voorjaar van 2009 uit de pas ging lopen in vergelijking met die in andere Europese landen. Met een rente die gemiddeld 0,3%-punt te hoog zou zijn geweest, hebben hypotheekbezitters volgens de berekeningen van Schinkel de afgelopen jaren 4 tot 6,5 miljard euro teveel aan rentelasten betaald. Schinkel: “De vraag is volkomen in-elastisch, want het gaat voor een groot deel om mensen die hun hypotheek moesten herfinancieren, omdat hun rentevaste periode afliep. Die kunnen moeilijk zeggen: doe mij maar geen hypotheek meer.”
NMa-rapport
Schinkel begon zich voor de Nederlandse hypotheekmarkt te interesseren toen hij een NMa-onderzoek uit 2011 over dit onderwerp onder ogen kreeg. “Ik las het en vond het zo’n raar rapport. Het deed een halfslachtige poging om aan te tonen dat er geen sprake was van een kartel. En hoewel de door de NMa zelf berekende marges hoog waren, concludeerde ze op basis van een lichte afname tegen het einde van de geanalyseerde periode dat de rentes weer normaal geworden zouden zijn. Dat leek me voorbarig. Toen heb ik een goeie student getipt om een scriptie over het onderwerp te schrijven. En zo kwam er steeds meer boven water, ook over hoe dat prijsleidersverbod tot stand kwam op aandringen van de Rabobank bij Kroes. Ook bleek de marge direct na de publicatie van het NMa rapport weer flink gestegen te zijn. Daarover hebben we toen uitvoerig gerapporteerd.” In april 2013 komt de NMa met een nieuw rapport als reactie op publicaties van Schinkel, met dezelfde conclusie: het prijsleiderschap heeft geen effect gehad op de marges. Schinkel: “De NMa volhardt in het argument dat de marges al enkele maanden stegen voordat het verbod juridisch van kracht was. Maar mijn verweer is dat de aankondiging van het verbod voldoende was voor een prijseffect.”
Complotten
In een uitzending van Zembla in september 2012, gebaseerd op het genoemde onderzoek, komt Schinkel uitgebreid aan het woord over de tijdslijn en hoe Eurocommissaris Kroes in april 2009 sterk aandrong op het prijsleidersverbod. Er zijn hele complotten te verzinnen achter de intenties van Kroes, maar Schinkel wil daar vooralsnog niet van uitgaan. “Niemand heeft kunnen onderbouwen dat het kwade opzet was van Kroes. Maar het was wel heel ongelukkig om prijsleiderschapsverboden op te leggen aan drie van de vier belangrijkste spelers in een markt. En dat kun je Kroes, toen verantwoordelijk voor mededinging, wel aanrekenen. Intussen dacht men in Nederland wellicht dat een beetje luwte voor de banken, die het immers moeilijk hadden, niet zo ongunstig zou zijn. Maar ja, het lijkt er wel op dat mensen met een variabele rente of een vervallende rentevaste periode daarvoor hebben betaald.”
Factor x
Schinkel is vastbesloten het effect van de prijsleiderschapsverboden tot de bodem uit te zoeken, zowel theoretisch als empirisch. Aan beide wordt gewerkt. Intussen geven de banken in zijn ogen ongeloofwaardige verklaringen en doet de echte kartelwaakhond NMa, dit jaar opgegaan in de Autoriteit Consument en Markt (ACM), onvoldoende onderzoek. Schinkel: “De ACM ontkent dat er een probleem is waar zij iets aan kan doen. En de banken proberen de hoge extra marges sinds de crisis weg te redeneren. Ze hebben het over hogere ‘funding costs’ door hogere risico’s, noodgedwongen buitenlandse financiering. Maar daar houden wij allemaal rekening mee in onze margeberekeningen. En geen bank heeft nog kunnen laten zien wat die factor x dan is die wij in onze berekeningen zouden missen. Ze beweren ook al dat de marge die wij vinden een ‘normale winstmarge’ is, ten opzichte van jarenlange verliezen die ze zouden hebben gemaakt op hypotheken voor de crisis. Ik vind dat niet geloofwaardig. Dus ja, ik blijf het in de gaten houden. Ik vind het een belangrijk onderwerp.”
Het echte werk
Behalve aan een theoretisch model van het genoemde anticipatie-effect, werkt Schinkel momenteel met een promovendus aan een uitgebreid empirisch onderzoek op basis van gegevens van de Nationale Hypotheek Garantie, op dagbasis per hypotheek. “Goed onderzoek duurt jaren. De econometrie achter die dagelijkse rentes is heel complex. Dat is het echte werk, dat uiteindelijk in een toptijdschrift moet komen. Maar daarnaast reageer ik met dit onderwerp ook op de actualiteit, zoals op de onderhandelingen over de staatssteuncondities voor SNS. Maar altijd met goed onderbouwde argumenten. Ik ga niet over een nacht ijs,” aldus Schinkel.
Een voorlopige bevinding is dat er sinds 2009 inderdaad een structureel verschil te zien lijkt te zijn in de rol van de Rabobank. De hypothese is dat de Rabobank dan van een ‘competitive priceleader’ verandert in een ‘collusive priceleader’. Inderdaad wordt Rabobank veel strakker gevolgd door de andere banken als de bank de hypotheekrente wijzigt. Schinkel signaleert intussen een ontwikkeling bij de banken op mededingingsgebied: “Ze worden steeds beter met hun argumenten. Eigenlijk was mijn vakgebied ze nogal vreemd. Bij banken werken traditioneel vooral macro-economen. Niemand interesseerde zich erg voor micro-economie, laat staan concurrentie. Maar inmiddels is dat wel aan het veranderen. Denk ook aan de Libor- en Euribor-zaken, waarin de Europese Commissie kartelvorming vermoedt. Ze hebben zelfs al een paar van mijn oud-studenten aangenomen. Het debat wordt steeds intelligenter. Heel goed, want dat brengt ons vakgebied verder.”
Onafhankelijke wetenschap
Ondanks zijn actievoerende rol benadrukt Schinkel zijn onafhankelijkheid als wetenschapper, bijvoorbeeld van huiseigenarenbelangenbehartiger Vereniging Eigen Huis (VEH). Schinkel: “VEH gebruikt onze berekeningen voor een rentebarometer op hun website. In ruil daarvoor hebben zij voor ons dure financiële data gekocht, die wij nodig hebben voor onze onderzoeken en anders nooit hiervoor zouden kunnen gebruiken. We werken dus prettig met, maar niet voor de VEH. En als wetenschapper sta ik natuurlijk altijd open voor alle goede argumenten. De resultaten spreken voor zich. Zo lijkt sinds SNS in augustus met prijsvechten is begonnen, de marge flink te dalen. Een beetje concurrentie – ook al is het nog wel wat politiek gestuurd – kan al grote voordelen brengen.”
