Actief netwerken levert vooral anderen werk op
Actieve netwerkers geven meer betaalde opdrachten aan ondernemers met wie ze in dezelfde broedplaats zitten, maar ze ontvangen er geen extra werk voor terug.
Broedplaatsen, ook vaak incubators genoemd, zijn bedrijfsverzamelgebouwen waar startende ondernemers tegen gunstige voorwaarden kantoorruimte huren. Het is een verrassende conclusie uit een onderzoek naar netwerkgedrag binnen creatieve incubators. Joris Ebbers richt zich met zijn onderzoek op Entrepreneurship and Management in the Creative Industries (EMCI):
“Dit onderzoek heb ik gedaan op vier locaties waar Bureau Broedplaatsen bij betrokken was. Bureau Broedplaatsen is een initiatief van de gemeente Amsterdam dat het gebruik van leegstaande kantoorpanden door creatieve ondernemers en kunstenaars stimuleert en subsidieert. De vraag van Bureau Broedplaatsen was: wat gebeurt er eigenlijk binnen die broedplaatsen en is er een uitwisseling van kennis en opdrachten? Dat heb ik gekoppeld aan mijn eigen interesse; ik doe onderzoek naar netwerkgedrag en ben vooral nieuwsgierig welk soort netwerkgedrag het meeste oplevert. Dat is lastig te onderzoeken, want veel gebeurt informeel, onder de oppervlakte, en het is moeilijk te meten. Ik probeer verborgen structuren boven water te krijgen.”
Visitekaartjes
“Ik heb me altijd afgevraagd of het op netwerkborrels rondlopen met zo’n grote stapel visitekaartjes, of dat een goede strategie is. En ik ken in mijn eigen omgeving mensen die continu kijken of ze anderen met elkaar in contact kunnen brengen die iets aan elkaar kunnen hebben. Dit noem ik de tertius iungens oriëntatie (TIO), omdat ik dezelfde meetinstrumenten gebruik als een onderzoek naar dit gedrag waarin een verband werd gezocht met de kans op innovatief gedrag binnen ondernemingen. Die TIO noem ik ook wel altruïstisch netwerken. Omdat het erop lijkt dat deze mensen niet direct in hun eigen belang netwerken, zoals bij een gewone netwerkoriëntatie.”
Anderen helpen
Bij altruïstisch netwerken hebben mensen een ander doel: kan ik anderen helpen? Het leidt ertoe dat juist die altruïstische netwerkers meer opdrachten uitbesteden binnen de broedplaats. Ik vond het opvallend dat dit gedrag niet wordt beloond met opdrachten voor de netwerkers zelf. Al zijn er wel andere voordelen te verzinnen voor dit netwerkgedrag: zo’n altruïstische netwerker heeft waarschijnlijk een beter beeld van wat anderen binnen de broedplaats doen en dat geeft een beter overzicht aan wie je opdrachten zou kunnen uitbesteden. Dan kun je makkelijker opdrachten aannemen die je niet helemaal zelf kunt doen. Maar dit heb ik dus nog niet onderzocht. Dit onderzoek was kwantitatief.”
Filters
“De uitkomsten zijn gecorrigeerd voor allerlei effecten die invloed zouden kunnen hebben op het aantal opdrachten dat wordt uitgewisseld binnen de broedplaats. Ik heb gekeken hoe oud en groot bedrijven zijn, en of daar bovenop dan nog een effect van het netwerken overblijft. Gek genoeg besteden grote bedrijven meer opdrachten uit, maar het blijkt dat oudere bedrijven minder opdrachten uitwisselen binnen de broedplaats terwijl jonge bedrijven dat juist meer doen. Terwijl je misschien eerder zou aannemen dat jonge bedrijven minder opdrachten te bieden hebben. Ook houd ik er bijvoorbeeld rekening mee dat het voor echte kunstenaars vaak niet mogelijk is een deel van hun werk uit te besteden. Al die externe effecten zijn eruit gefilterd om de invloed van het netwerken te kunnen beoordelen.”
Adviesrelaties
“De uitkomsten van dit soort onderzoek zijn ook interessant voor mensen die een broedplaats willen opzetten. Wat voor type mensen gaan daadwerkelijk opdrachten uitwisselen? Als je dat weet, kun je daarop gaan selecteren. En synergie bestaat natuurlijk ook uit het uitwisselen van kennis. Hoe beter we weten hoe het werkt, hoe makkelijker het is om te bepalen wie je in zo’n broedplaats moet binnenhalen en hoe lang ze mogen blijven. Ik werk nu met een collega van de Universiteit van Melbourne aan onderzoek naar hoe kennisuitwisseling binnen incubators werkt en welke samenstelling voor een optimale uitwisseling zorgt. Als de huurders te divers zijn, hebben ze geen raakvlakken en wisselen ze zeker geen kennis uit, maar als ze teveel overeenkomsten hebben, zien ze elkaar misschien juist teveel als concurrenten. Toch lijkt het er voorlopig op dat vooral de horizontale contacten worden benut, waarbij mensen die hetzelfde werk doen kennis en ervaringen uitwisselen.”
