Onderzoek effectiviteit onderwijs- en arbeidsmarktbeleid
Henriëtte Maassen van den Brink is binnen de Amsterdam Economic Board verantwoordelijk voor onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: 'Het dichten van de kloof tussen wetenschappelijke kennis en beleid vreet tijd, energie en doorzettingsvermogen. Maar ik vind dat elke hoogleraar dat zou moeten doen.'
'Ik ben ervan overtuigd dat je als wetenschapper ook een maatschappelijke opdracht hebt,' zegt Henriëtte Maassen van den Brink, hoogleraar arbeidsmarkt- en onderwijseconomie aan UvA’s Amsterdam School of Economics. Vanuit die overtuiging zit Maassen van den Brink in de Amsterdam Economic Board, een samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden om de economische groei in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) te stimuleren. Maassen van den Brink is verantwoordelijk voor onderwijs en arbeidsmarkt onder de noemer Human Capital. 'Ik zeg niet dat mijn missie de meest makkelijke is. Het dichten van de kloof tussen wetenschappelijke kennis en beleid vreet tijd, energie en doorzettingsvermogen. Maar ik vind dat elke hoogleraar dat zou moeten doen. Vroeger stond in het instellingsplan van de UvA dat je als wetenschapper moest communiceren met de kunsten en de maatschappij. Dat is precies wat ik doe in onderwijs en in onderzoek.'
Urgentie
Maassen van den Brink is het enige onafhankelijke lid in de board. 'Ik ben destijds gevraagd omdat ik nogal wat kritiek had op het Innovatieplatform (van 2003-2010 de landelijke denktank ter bevordering van de kenniseconomie, red). Dat vond ik vooral een club van "praten, praten, praten". De afgelopen twee jaar hebben we onderzocht hoe de regio ervoor staat en waar toekomstige kansen en knelpunten liggen. Ik werk nu aan het uitvoeringsprogramma en we zijn een aantal projecten aan het opstarten. We zijn helaas al drie jaar bezig, maar door de crisis dringt het besef van urgentie nu bij alle partijen door.'
Het programma 'Werk maken van Talent' richt zich op de periode 2013-2016. Doel is dat iedereen zich optimaal kan ontwikkelen en aan het werk komt en blijft. Maassen van den Brink: 'Er is regioregie van onderwijs en arbeidsmarkt nodig om te zorgen voor goed opgeleid personeel op het juiste moment. We moeten alle kennis bundelen om een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt te krijgen. Want het bedrijfsleven blijft herhalen dat het daaraan ontbreekt. Terwijl de onderwijsmarkt zegt: hoe weten we waar straks behoefte aan is? We willen geen mensen opleiden voor werkloosheid.'
Onderwijs- en arbeidsmarktmonitor
Maassen van den Brink wil allereerst een onderwijs- en arbeidsmarktmonitor opzetten. 'Dat is echt nodig om die regioregie goed uit te voeren. Er ontbreekt nog steeds een goed overzicht: hoeveel mensen wonen er in de MRA, welke opleidingen en opleidingsniveaus zijn er, overzicht op werkloosheid, op het aantal vacatures. Die gegevens zijn er wel, maar allemaal versnipperd.'
'Het ontwikkelen van zo’n monitor is wetenschappelijk werk; het achterhalen en koppelen van databestanden van bijvoorbeeld het Centraal Bureau van de Statistiek, de uitkeringsinstantie UWV, de Kamers van Koophandel, de gemeenten en nog veel meer bronnen. Ik zou die data ook heel graag koppelen aan de data van bedrijven, om mensen nog veel beter te kunnen volgen. Zodat we meer kunnen doen om te zorgen dat iedereen aan het werk komt en ook blijft, eventueel door omscholing naar hele andere bedrijfstakken. Die arbeidsmarktmonitor geeft ook veel stof voor wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s. Daar kunnen straks veel mensen op promoveren. Maar het is lastig om mensen op persoonsniveau te volgen. Daar zitten privacygevoelige aspecten aan die we nog moeten oplossen.'
Maatschappelijke kosten-batenanalyses
Maassen van den Brink ziet voor de wetenschap ook een belangrijke rol weggelegd in het uitvoeren van maatschappelijke kosten-batenanalyses. 'Zo’n analyse wordt wel al gedaan voor bijvoorbeeld grote infrastructurele projecten als de nieuwe metrolijn in Amsterdam. Maar als het gaat over investeren in menselijk kapitaal, dan gebeurt dat niet of nauwelijks. Wetenschappers kunnen objectief kijken of maatregelen werken en in welke mate. Ik zou voor arbeidsmarktbeleid graag 'league tables' creëren, een soort scoretabellen, die inzicht geven in resultaten van investeringen, in effectiviteit en kosten-baten afwegingen. Dan wordt het ook mogelijk om alternatieven met elkaar te vergelijken, zodat duidelijk wordt welk arbeidsmarktbeleid werkt het best.'
Onderwijsonderzoek
Eerder richtte Maassen van den Brink onderzoeksinstituut TIER op, het Top Institute for Evidence Based Education Research. Maassen van den Brink: 'Ook in het onderwijs wordt de effectiviteit van maatregelen nog lang niet genoeg gemeten. Beslissingen over maatschappelijke stages of gratis schoolboeken worden nog steeds gebaseerd op meningen in plaats van op onderzoek. TIER, een samenwerking tussen de UvA en de universiteiten van Maastricht en Groningen, doet onderwijs-economisch-onderzoek om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en ervoor te zorgen dat geld goed wordt besteed. Inmiddels hebben we al veel onderzoek gedaan waarvan een aantal is overgenomen in het beleid.'
Kleine, maar sterke Europese regio
Evidence based onderzoek wil Maassen van den Brink ook voor de arbeidsmarkt, allereerst in de Metropoolregio Amsterdam. 'Er wonen anderhalf miljoen mensen in de MRA, die veel groter is dan Amsterdam alleen. Ook Almere hoort erbij, de Haarlemmermeer, eigenlijk Noord-Holland Noord. Daarmee is het een kleine, maar wel sterke Europese regio. En er zijn weinig regio’s die nu zo’n eensgezind arbeidsmarktinvesteringsplan hebben, met zoveel verschillende partijen aan boord, en met zowel een economische als een sociale doelstelling. Mijn wetenschappelijke uitdaging met de onderzoeksgroep is dan ook om de effectiviteit van deze maatregelen te evalueren. Want daar gaat het uiteindelijk om: dat je kunt bewijzen dat wat je doet, ook nuttig is geweest in de doelstellingen die je wilt realiseren.'
